Weblog

Een mozaïek-woning van zandkorrels (lagis koreni)

Sunday, 27 October 2024

koker goudkammetje (lagis koreni) 10-2024 1293Aan onze Noordzeestranden vind je bij de vloedlijn vaak massaal de kokertjes van het goudkammetje. Deze borstelworm maakt uit zandkorreltjes en kleine stukjes schelp een prachtig taps toelopend kokertje van zo'n 5cm lang, dat aan beide kanten open is. Ze graven zichzelf in de zandbodem in en voeden zich daar, met de kop naar beneden, met kleine diertjes zoals kreeftachtigen en nematoden. Ze zijn heel algemeen en komen soms met wel duizend exemplaren per vierkante meter in kilometerslange rif-vormige heuvels voor. Samen met koraal zijn het daarmee de belangrijkste bouworganismen van kustlijnen.

 

Hun kokertjes zijn precies 1 zandkorrel dik. Als je er met een vergrootglas naar kijkt, zie je dat deze korrels niet willekeurig zijn geplaatst, maar op vorm zijn uitgezocht zodat ze zo strak mogelijk tegen elkaar aanpassen. Deze minutieuze mozaïekjes worden door speciale klieren met een bio mineraal cement aan elkaar gelijmd. Dit cement bevat o.a.  mangaan, fosfor en calcium. Bijzonder genoeg droogt dit cement onder water en is het sterk genoeg om van een enkele laag zandkorrels een stabiele koker te vormen die ook nog eens tegen een behoorlijke druk bestand is. Toen ik het kokertje van het strand vond was het nog nat, maar wel sterk genoeg om opgepakt te worden en in een doosje mee naar huis te nemen. Toen ik het een aantal dagen nog eens oppakte, bleek de inmiddels droge koker een stuk kwetsbaarder dan de natte en brak hij.

 

Lees ook: Kleine slangster (Ophiura albida), Wulk (Buccinum undatum), Zeeschuim (Ossa sepia) en Boorspons (Cliona celata)

Mucorales: haarvormige schimmels in het bos

Sunday, 27 October 2024

mucorales schimmel 10-2024 1397Lagere schimmels zoals de mucorales vormen geen complexe vruchtlichamen maar groeien als een tuft haren op lange dunne stengels omhoog om hun sporen te kunnen verspreiden. Hun mycelium blijft draadvormig en is veel minder complex en vertakt als dat van paddenstoelen. Mucorales leven in het bos meestal op dood hout, mest of oude rottende paddenstoelen. Ze verspreiden hun sporen via het kleine speldenkopje boven op de draadvormige stam. Deze draden groeien gezamenlijk omhoog naar het licht toe, tegen de zwaartekracht in en weg van water, op deze manier hebben ze de beste kans om via de wind te worden verstrooid. Een enkel kopje kan wel 100.000 sporen bevatten. Ik zou je echter niet adviseren om deze sporen in te ademen aangezien je daar behoorlijk ziek van kunt worden.

mucorales schimmel 10-2024 1398

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lees ook:  Schimmeldood en Plasmodiale slijmzwammen (Myxogastria).

Plooivoetstuifzwammen en zware metalen (Calvatia excipuliformis)

Monday, 21 October 2024

plooivoetstuifzwam (lycoperdon excipuliforme) 10-2024 1366Deze fiere zwam staat nu nog even met zijn kop omhoog, maar binnenkort scheurt die kop open en zal hij zijn bruine sporen op de wind verspreiden. De aanraking van een zuchtje wind, een regendruppel of een langslopende wandelaar is dan voldoende om miljoenen van zijn microscopische sporen de lucht in te schieten. Maar zelfs als alle sporen zijn verschoten, blijft de voet van deze padenstoel vaak nog tot ver in het volgende jaar staan, ze zien er dan uit als bruine papierdunne verdroogde bekers.

 

Aan dit uitgedroogde restant dankt de paddenstoel zijn Latijnse naam.  Calvatia betekent kaal en excipuliformis komt van vat- of bekervormig. De paddenstoel leeft op de strooisellaag van dood materiaal en heeft een voorkeur voor zandgrond. Ze kunnen behoorlijk groot worden, tot wel 15 a 20 cm hoogte en zijn in het begin wit tot lichtbeige van kleur. Hun oppervlak is dan nog bedekt met kleine spitse schubjes die je er makkelijk af kunt vegen en die er naarmate hij rijper wordt, afvallen. De voet van de steel is vaak geplooid, waar hij zijn Nederlandse naam aan dankt.

 

In een oud paddenstoelenboek van mij staat dat de kop van jonge exemplaren eetbaar zijn, je zou hem alleen maar hoeven schillen. Toch is het geen goed idee om deze paddenstoel naar binnen te werken, ze hebben de neiging om giffen uit de bodem op te nemen en kunnen hoge concentraties zware metalen bevatten. Daarnaast zijn de sporen van stuifzwammen ook niet helemaal zonder gevaar, het is bekend dat die bij inademing hevige allergische reacties kunnen veroorzaken en voor longproblemen kunnen zorgen.

 

Deze zwam is naast een voetpad in het Noorderbos gefotografeerd, een wandelgebied langs de snelweg waar lange tijd veel grond was vervuild. Dit gebied werd vroeger als vloeiveld gebruikt voor de zuivering van afvalwater dat met diverse metalen zoals chroom en arseen was verontreinigd. Hoewel de gemeente probeert om deze grond te reinigen, zal ze nooit meer helemaal schoon worden, daarvoor zitten metalen als lood en zink al te lang en te diep in de bodem. Het is zelden een goed idee om paddenstoelen te eten van grond waarvan je niet weet of die wel of niet is verontreinigd, maar de paddenstoelen die in het Noorderbos groeien zou ik zeker laten staan.

 

Lees ook: Judasoren (Auricularia auricularia-judea).

Klik hier voor meer berichten over paddenstoelen en hier voor meer foto’s.

De opvallende rups van de psi-uil (Acronicta psi)

Monday, 21 October 2024

rups psi-uil (acronicta psi) 10-2024 1214De psi-uil is een onopvallende, grijs met zwart getekende, nachtvlinder. Als je weet hoeveel onopvallend grijze nachtvlinders met een zwarte tekening op hun vleugels er in Nederland zijn, snap je waarschijnlijk ook dat je die allemaal buitengewoon moeilijk uit elkaar kunt halen. Psi-uilen (Acronicta psi) lijken zelfs zoveel op de aan hen verwante grote drietand (Acronicta cuspis) en de “gewone” drietand (Acronicta tridens) dat je hun genitaliën onder de microscoop zou moeten bestuderen om ze op naam te kunnen brengen.

 

Zoals zo vaak bij vlinders lijkt het rupsenstadium van de psi-uil echter totaal niet op zijn vlinderstadium. Dit geldt gelukkig ook voor al die vele vergelijkbare grijze vlinders en voor de grote drietand en de gewone drietand, waardoor die rupsen heel wat makkelijker van elkaar te onderscheiden zijn dan de geslachtsrijpe vlinders. Aangezien nachtvlinderpartners elkaar vinden met feromonen en niet op zicht, maakt het voor hen natuurlijk niet uit dat er zoveel bijna identieke vlinders rondvliegen, ze ruiken tenslotte allemaal anders. Maar waarom al die rupsen er dan toch zo verschillend uitzien, blijft, vooralsnog, een raadsel.

 

Je komt de rupsen van de psi-uil tussen juni en oktober op allerlei loofbomen en struiken tegen, waaronder sleedoorn, meidoorn, appel, berk, linde, iep, eik en lijsterbes. Op hun rug, op segment vier, dragen de rupsen een lange donkere bult en op segment elf nog een kleinere spitse. Ze zijn blauwgrijs en over hun rug loopt een brede lichtgele band en aan de zijkant van hun lijf een felle witte streep. De blauwgrijze band wordt onderbroken door een rij knalrode vlekken. De rupsen hebben een glimmend zwarte kop en meerdere lange borstelachtige haren.

 

Lees ook: Witvlakvlinderrups (Orgyia antiqua), Koninginnepage (Papilio machaon), Het kroonvogeltje (Ptilodon capucina), De transformatie van een dagpauwoog (Aglais io), Stippelmotten en Basterdhoornrups.

Een kistje voor Skoenbek (ZGM no. 11)

Saturday, 19 October 2024

kist zgm 11 10-2024 1314ZGM no. 11 is naar mijn mening één van mijn mooiere messen, hij had alleen nog geen naam. Nu ik er een opbergkistje voor heb gemaakt, moest ik die knoop ook maar eens doorhakken, uiteindelijk heb ik voor Skoenbek gekozen. Skoenbek is de Afrikaanse naam voor de schoenbekooievaar, een grote vogel die wel 1,5 meter hoog kan worden en een enorme vlijmscherpe snavel heeft, waarmee hij zonder problemen de kop van een jonge krokodil kan afbijten. De snavel van zo’n monsters lijkt in profiel op het lemmet van dit mes en de randen daarvan zijn bijna net zo scherp als deze snede.

 

kist zgm 11 10-2024 1304kist zgm 11 10-2024 1313kist zgm 11 10-2024 1308kist zgm 11 10-2024 1309Het kistje is gemaakt uit vurenhouten latten en stroken hardhout-multiplex. Deze zijn zo aan elkaar verlijmd dat er nu een doorlopende band van donkere lijnen hout over de hele lengte-omtrek van het kistje loopt. Deze lijnen refereren aan die van het plataan in de handgreep van het mes en de donkere lengte-lijnen op de schede. In het kistje zit een rekje van beukenhout waarin het mes en de schede zitten geklemd. Je kunt dit rekje er in zijn geheel uittillen. Dit rekje zorgt ervoor dat het mes en de schede stevig vast zitten en niet door het kistje kunnen schuiven als je het kistje oppakt en beweegt. Om te voorkomen dat het mes bij schudden toch wordt beschadigd, zitten er stroken leer op de houten contactplekken. Aan de zijkant van het kistje zit een klein etiket met de naam van het mes en aan de binnenkant van de deksel eentje met de specificaties. Het kistje is 30cm lang, 14cm breed, 8,5cm hoog en met Deense olie afgewerkt.

 

Klik hier voor meer foto’s van Skoenbek en hier voor meer foto’s van zelfgemaakte messen.

 

Lees ook: Een kistje voor Perchta (ZGM no. 13), Een kistje voor Baleen (ZGM no. 24), Een kistje voor Aculeus (ZGM no. 26) en Een kistje voor Corax (ZGM no. 22).

Esdoornknotszwam (Xylaria longipes)

Saturday, 19 October 2024

esdoornhoutknotszwam (xilaria longipes) 10-2024 1274Toen deze zwam begon met groeien was hij draad-dun, bedekt met grijs poeder en had hij een bleek oranje topje. Als volgroeide paddenstoel was hij helemaal zwart, zijn kopgedeelte was als een knots cilindrisch opgezwollen en hij kon wel 8cm hoog en 2cm dik zijn. In die groeifase was hij ook het makkelijkste te determineren. De afgebeelde esdoornknotszwam is al op zijn retour, hij is ingedroogd en zijn oppervlak begin te barsten. De esdoornknotszwam leeft op dode takken, hij heeft zoals zijn naam al aangeeft voorkeur voor esdoornhout maar leeft in Noord-Amerika ook wel op beuk. Hij is te onderscheiden van de (gewone) houtknotszwam door zijn duidelijke steel en slankere vruchtlichaam.

esdoornhoutknotszwam (xilaria longipes) 10-2024 1274-esdoornhoutknotszwam (xilaria longipes) 10-2024 1285

Lees ook: Paddenstoelen, Cordyceps, Zwarte truffelknotszwam (Cordyceps ophioglossoides) en Rupsendoder (Cordyceps militaris).

Natuurhistorisch of natuurwetenschappelijk, het belang van goede geschiedschrijving binnen de natuurwetenschap

Saturday, 19 October 2024

Als sinds ons allereerste begin als soort proberen we grip te krijgen op onze leefomgeving, eerst vanuit pure overlevingsdrang, later ook vanuit nieuwsgierigheid. Ons onderzoek van de natuur is onlosmakelijk verweven met praktisch nut, cultuur en religie. De natuurhistorie beschrijft de lange weg van dit onderzoek. Ze toont hoe onze kennis en ons gebruik van de natuur door de eeuwen heen mee veranderde met onze cultuur en smaak.

 

Verzamelen en beschrijven ligt aan de basis van dit lange pad. Wat begint als het bewaren van een gladde steen of mooie schelp, groeit al snel uit tot een kleine verzameling. Langzamerhand ontstonden er zo collecties die steeds groter en belangrijker werden. Er werd zoveel mogelijk bij elkaar vergaard, deels om andere verzamelaars af te troeven, deels vanuit een onstilbare honger om de natuurlijke wereld te begrijpen en te domineren. Vanuit alle hoeken van de wereld werden er objecten verzameld en samengevoegd en met elke toename van zo’n collectie werd de noodzaak van systematiek en beschrijving groter. Collecties werden samengevoegd of wisselden van eigenaar, stukken werken geruild of verkocht. De beschrijvingen én de herkomst van de objecten werd zo een cruciaal onderdeel van elke collectie.  

 

Elke verzameld object vertelt een eigen verhaal, niet alleen dat van de voortschrijdende kennis der wetenschap, maar ook van zijn plaats in die geschiedenis. Het verhaal van waar het is verzameld, door wie, waarom en wanneer en onder welke omstandigheden, welk belang men aan het object hechtte en welk nut het binnen de samenleving en wetenschap had. Elk natuurhistorisch object is een reliek binnen het lange verhaal van ons veranderende inzicht. Veel van deze oude objecten dienen nu echter nog steeds hun doel, collecties worden regelmatig herzien en herschreven. De geesteswetenschap gebruikt ze voor cultuuronderzoek en de natuurwetenschap als referentiemateriaal en om nieuwe theorieën en technieken op uit te testen of nieuw onderzoek op te plegen.  

 

De vraag is welk verhaal de natuurhistorie ons moet vertellen, dat van de wetenschap of dat van de historie? In mijn optiek beperken veel natuurhistorische musea zich tot het uitdelen van (recente) kennis en leggen ze te weinig nadruk op hoe deze kennis tot stand is gekomen. Door slechts feiten uit te delen en alles terug te brengen tot hapklare en reproduceerbare kennis, ga je voorbij aan het veranderende karakter van deze kennis. Ik vind dat de nadruk niet alleen op de wetenschappelijke kant moet liggen, maar ook op de historische kant. Hoe is onze natuurhistorische kennis tot stand gekomen, binnen welke cultuur is ze ontstaan, welk belang hechtte men er toen aan en hoe is onze opvatting daarover door de jaren heen veranderd? Door de nadruk te leggen op het veranderende karakter hiervan toont men het ware nut van geschiedschrijving. We documenteren het verleden niet alleen om ons te laten leren van dat verleden, maar vooral ook om ons te tonen dat het heden niet statisch is maar kan en zal veranderen.

 

Lees ook: Natuurhistorische musea en oude collecties.

 

Klik hier voor berichten en foto’s van diverse natuurhistorische musea en collecties.

Kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris)

Thursday, 10 October 2024

kleine watersalamander (lissotriton vulgaris) 10-2024 1233Ondanks zijn naam leeft deze kleine salamander vooral op het land. Alleen de geslachtsrijpe exemplaren zoeken tussen half maart en eind juni het water op om te paren en eitjes af te zetten. De rest van hun tijd zijn ze overwegend nachtactief en leven ze op het land. Je komt ze overdag in de buurt van water tegen onder stenen of boomschors, vaak zelfs met meerdere exemplaren bij elkaar. Ze jagen ‘s nachts op slakken, regenwormen en insecten. Als je ze laat schrikken vertonen ze soms het unkenreflex, ze draaien zich dan op hun rug om hun feller gekleurde buik te laten zien, in de hoop dat dit de aanvaller laat schrikken of hem ervan overtuigt dat hij niet lekker smaakt.

 

Groot is deze salamanders niet, ze worden zo’n 9 tot 11cm lang en wegen slechts een paar gram. De mannetjes zijn groter dan de wijfjes en hebben lengtestrepen op de kop. Ze zijn niet algemeen en staan in Nederland en België als beschermde diersoort op de Rode lijst.

 

Zijn Latijnse naam,  vulgaris, geeft al aan dat dit een normale en algemene watersalamander is, toch heeft de wetenschap deze kleine salamander tussen 1758 en 2005 al 93 keer een andere naam gegeven. Hij begon als Lacerta aquatica (Linnaeus 1758) en eindigde als Lophinus vulgaris (Litvinchuk, Zuiderwijk, Borkin & Rosanov 2005), maar die naam wordt nu niet meer erkend. Tegenwoordig wordt hij meestal met Lissotriton vulgaris aangeduid (Garcia-Paris, Montori & Herrero 2004). Dit geeft maar weer eens aan dat het benoemen van een soort lang niet altijd een gedane zaak is en dat wetenschappers onderling nog al eens willen stechelen over waar men een diersoort binnen een familie moet plaatsen.

 

Deze kleine watersalamander is in natuurgebied De Brand gefotografeerd, als je weet waar je moet zoeken kom je ze hier regelmatig tegen. Nu men daar steeds meer de sloten dempt, zal het gebied aanzienlijk natter worden, wat natuurlijk een goed teken is voor de daar levende amfibieën.

 

Lees ook: Kamsalamander (Triturus cristata), Boomkikkers, Zonnende boomkikkers (Hyla arborea) en Boomkikkers op berenklauw (Hyla arborea).

Gele weidemieren op een dode bosmuis

Thursday, 10 October 2024

gele weidemier op dode bosmuis (apodemus sylvaticus) 10-2024 1242Gele weidemieren (Lasius flavus) leven overwegend ondergronds. Ze zijn klein, geeloranje en voeden zich overwegend met de honingdauw van luizen waar ze in hun ondergrondse nest zelfs speciale kamers voor aanleggen. Maar net als andere mieren zijn het ook opportunisten en belangrijke opruimers van kadavers in het bos. Hoewel je deze mieren vanwege hun grotendeels ondergrondse levenswijze niet veel ziet, is het wel een van de meest voorkomende soorten. Ze zijn er dus vaak ook als eerste bij als er ergens een nieuw kadaver ligt. Deze kleine dode bosmuis lag tussen het gras, zelfs nog voordat er vliegen op af waren gekomen, hadden de gele weidemieren hem al gevonden en waren ze begonnen aan het opruimen van het lijkje.

 

Lees ook: Dode dieren, Dood konijn en Verkeersslachtoffers.

 

Klik hier voor meer foto’s van dode dieren.

Parende hoornaars: de bevruchting van een jonge koningin (Vespa crabro)

Monday, 7 October 2024

hoornaar (vespa crabo) 10-2024 1104Op de stam van de holle boom met het hoornaarnest in natuurgebied De Brand zat een vruchtbaar vrouwtje. Binnen een mum van tijd kwamen daar twee mannetjes op af die met haar wilden paren. Terwijl de jonge koningin met één van deze mannetjes paarde, klemde een tweede zich aan het koppeltje vast in de hoop ook een kans te maken. De paring verliep niet rustig, er werd flink gedraaid en getrokken. Ze vielen daardoor van de stam naar beneden, vlogen als een zoemende en wentelende kluwen nog een stukje verder en kwamen uiteindelijk in het gras terecht.

 

hoornaar (vespa crabo) 10-2024 1072hoornaar (vespa crabo) 10-2024 1097Op de foto is de grootste hoornaar het wijfje, je kunt goed zien hoe ze het achterlijf van één van de mannetjes in haar eigen achterlijf heeft opgenomen en daaraan zit verankerd. Deze felle paring duurde aan paar minuten waarna het triootje opbrak en elk zijn weegs ging. De nu bevruchte koningin maakte eerst nog even haar toilet op en vloog daarna met een lang gezoem weg. Zij is de enige van deze drie hoornaars die kans maakt de komende winter te overleven, met wat geluk sticht ze daarna in het voorjaar haar eigen kolonie.

 

Lees ook: Hoornaar (Vespa crabro) en Hoornaarnest (Vespa crabro).