Weblog

Een kistje voor Skoenbek (ZGM no. 11)

Saturday, 19 October 2024

kist zgm 11 10-2024 1314ZGM no. 11 is naar mijn mening één van mijn mooiere messen, hij had alleen nog geen naam. Nu ik er een opbergkistje voor heb gemaakt, moest ik die knoop ook maar eens doorhakken, uiteindelijk heb ik voor Skoenbek gekozen. Skoenbek is de Afrikaanse naam voor de schoenbekooievaar, een grote vogel die wel 1,5 meter hoog kan worden en een enorme vlijmscherpe snavel heeft, waarmee hij zonder problemen de kop van een jonge krokodil kan afbijten. De snavel van zo’n monsters lijkt in profiel op het lemmet van dit mes en de randen daarvan zijn bijna net zo scherp als deze snede.

 

kist zgm 11 10-2024 1304kist zgm 11 10-2024 1313kist zgm 11 10-2024 1308kist zgm 11 10-2024 1309Het kistje is gemaakt uit vurenhouten latten en stroken hardhout-multiplex. Deze zijn zo aan elkaar verlijmd dat er nu een doorlopende band van donkere lijnen hout over de hele lengte-omtrek van het kistje loopt. Deze lijnen refereren aan die van het plataan in de handgreep van het mes en de donkere lengte-lijnen op de schede. In het kistje zit een rekje van beukenhout waarin het mes en de schede zitten geklemd. Je kunt dit rekje er in zijn geheel uittillen. Dit rekje zorgt ervoor dat het mes en de schede stevig vast zitten en niet door het kistje kunnen schuiven als je het kistje oppakt en beweegt. Om te voorkomen dat het mes bij schudden toch wordt beschadigd, zitten er stroken leer op de houten contactplekken. Aan de zijkant van het kistje zit een klein etiket met de naam van het mes en aan de binnenkant van de deksel eentje met de specificaties. Het kistje is 30cm lang, 14cm breed, 8,5cm hoog en met Deense olie afgewerkt.

 

Klik hier voor meer foto’s van Skoenbek en hier voor meer foto’s van zelfgemaakte messen.

 

Lees ook: Een kistje voor Perchta (ZGM no. 13), Een kistje voor Baleen (ZGM no. 24), Een kistje voor Aculeus (ZGM no. 26) en Een kistje voor Corax (ZGM no. 22).

Esdoornknotszwam (Xylaria longipes)

Saturday, 19 October 2024

esdoornhoutknotszwam (xilaria longipes) 10-2024 1274Toen deze zwam begon met groeien was hij draad-dun, bedekt met grijs poeder en had hij een bleek oranje topje. Als volgroeide paddenstoel was hij helemaal zwart, zijn kopgedeelte was als een knots cilindrisch opgezwollen en hij kon wel 8cm hoog en 2cm dik zijn. In die groeifase was hij ook het makkelijkste te determineren. De afgebeelde esdoornknotszwam is al op zijn retour, hij is ingedroogd en zijn oppervlak begin te barsten. De esdoornknotszwam leeft op dode takken, hij heeft zoals zijn naam al aangeeft voorkeur voor esdoornhout maar leeft in Noord-Amerika ook wel op beuk. Hij is te onderscheiden van de (gewone) houtknotszwam door zijn duidelijke steel en slankere vruchtlichaam.

esdoornhoutknotszwam (xilaria longipes) 10-2024 1274-esdoornhoutknotszwam (xilaria longipes) 10-2024 1285

Lees ook: Paddenstoelen, Cordyceps, Zwarte truffelknotszwam (Cordyceps ophioglossoides) en Rupsendoder (Cordyceps militaris).

Natuurhistorisch of natuurwetenschappelijk, het belang van goede geschiedschrijving binnen de natuurwetenschap

Saturday, 19 October 2024

Als sinds ons allereerste begin als soort proberen we grip te krijgen op onze leefomgeving, eerst vanuit pure overlevingsdrang, later ook vanuit nieuwsgierigheid. Ons onderzoek van de natuur is onlosmakelijk verweven met praktisch nut, cultuur en religie. De natuurhistorie beschrijft de lange weg van dit onderzoek. Ze toont hoe onze kennis en ons gebruik van de natuur door de eeuwen heen mee veranderde met onze cultuur en smaak.

 

Verzamelen en beschrijven ligt aan de basis van dit lange pad. Wat begint als het bewaren van een gladde steen of mooie schelp, groeit al snel uit tot een kleine verzameling. Langzamerhand ontstonden er zo collecties die steeds groter en belangrijker werden. Er werd zoveel mogelijk bij elkaar vergaard, deels om andere verzamelaars af te troeven, deels vanuit een onstilbare honger om de natuurlijke wereld te begrijpen en te domineren. Vanuit alle hoeken van de wereld werden er objecten verzameld en samengevoegd en met elke toename van zo’n collectie werd de noodzaak van systematiek en beschrijving groter. Collecties werden samengevoegd of wisselden van eigenaar, stukken werken geruild of verkocht. De beschrijvingen én de herkomst van de objecten werd zo een cruciaal onderdeel van elke collectie.  

 

Elke verzameld object vertelt een eigen verhaal, niet alleen dat van de voortschrijdende kennis der wetenschap, maar ook van zijn plaats in die geschiedenis. Het verhaal van waar het is verzameld, door wie, waarom en wanneer en onder welke omstandigheden, welk belang men aan het object hechtte en welk nut het binnen de samenleving en wetenschap had. Elk natuurhistorisch object is een reliek binnen het lange verhaal van ons veranderende inzicht. Veel van deze oude objecten dienen nu echter nog steeds hun doel, collecties worden regelmatig herzien en herschreven. De geesteswetenschap gebruikt ze voor cultuuronderzoek en de natuurwetenschap als referentiemateriaal en om nieuwe theorieën en technieken op uit te testen of nieuw onderzoek op te plegen.  

 

De vraag is welk verhaal de natuurhistorie ons moet vertellen, dat van de wetenschap of dat van de historie? In mijn optiek beperken veel natuurhistorische musea zich tot het uitdelen van (recente) kennis en leggen ze te weinig nadruk op hoe deze kennis tot stand is gekomen. Door slechts feiten uit te delen en alles terug te brengen tot hapklare en reproduceerbare kennis, ga je voorbij aan het veranderende karakter van deze kennis. Ik vind dat de nadruk niet alleen op de wetenschappelijke kant moet liggen, maar ook op de historische kant. Hoe is onze natuurhistorische kennis tot stand gekomen, binnen welke cultuur is ze ontstaan, welk belang hechtte men er toen aan en hoe is onze opvatting daarover door de jaren heen veranderd? Door de nadruk te leggen op het veranderende karakter hiervan toont men het ware nut van geschiedschrijving. We documenteren het verleden niet alleen om ons te laten leren van dat verleden, maar vooral ook om ons te tonen dat het heden niet statisch is maar kan en zal veranderen.

 

Lees ook: Natuurhistorische musea en oude collecties.

 

Klik hier voor berichten en foto’s van diverse natuurhistorische musea en collecties.

Kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris)

Thursday, 10 October 2024

kleine watersalamander (lissotriton vulgaris) 10-2024 1233Ondanks zijn naam leeft deze kleine salamander vooral op het land. Alleen de geslachtsrijpe exemplaren zoeken tussen half maart en eind juni het water op om te paren en eitjes af te zetten. De rest van hun tijd zijn ze overwegend nachtactief en leven ze op het land. Je komt ze overdag in de buurt van water tegen onder stenen of boomschors, vaak zelfs met meerdere exemplaren bij elkaar. Ze jagen ‘s nachts op slakken, regenwormen en insecten. Als je ze laat schrikken vertonen ze soms het unkenreflex, ze draaien zich dan op hun rug om hun feller gekleurde buik te laten zien, in de hoop dat dit de aanvaller laat schrikken of hem ervan overtuigt dat hij niet lekker smaakt.

 

Groot is deze salamanders niet, ze worden zo’n 9 tot 11cm lang en wegen slechts een paar gram. De mannetjes zijn groter dan de wijfjes en hebben lengtestrepen op de kop. Ze zijn niet algemeen en staan in Nederland en België als beschermde diersoort op de Rode lijst.

 

Zijn Latijnse naam,  vulgaris, geeft al aan dat dit een normale en algemene watersalamander is, toch heeft de wetenschap deze kleine salamander tussen 1758 en 2005 al 93 keer een andere naam gegeven. Hij begon als Lacerta aquatica (Linnaeus 1758) en eindigde als Lophinus vulgaris (Litvinchuk, Zuiderwijk, Borkin & Rosanov 2005), maar die naam wordt nu niet meer erkend. Tegenwoordig wordt hij meestal met Lissotriton vulgaris aangeduid (Garcia-Paris, Montori & Herrero 2004). Dit geeft maar weer eens aan dat het benoemen van een soort lang niet altijd een gedane zaak is en dat wetenschappers onderling nog al eens willen stechelen over waar men een diersoort binnen een familie moet plaatsen.

 

Deze kleine watersalamander is in natuurgebied De Brand gefotografeerd, als je weet waar je moet zoeken kom je ze hier regelmatig tegen. Nu men daar steeds meer de sloten dempt, zal het gebied aanzienlijk natter worden, wat natuurlijk een goed teken is voor de daar levende amfibieën.

 

Lees ook: Kamsalamander (Triturus cristata), Boomkikkers, Zonnende boomkikkers (Hyla arborea) en Boomkikkers op berenklauw (Hyla arborea).

Gele weidemieren op een dode bosmuis

Thursday, 10 October 2024

gele weidemier op dode bosmuis (apodemus sylvaticus) 10-2024 1242Gele weidemieren (Lasius flavus) leven overwegend ondergronds. Ze zijn klein, geeloranje en voeden zich overwegend met de honingdauw van luizen waar ze in hun ondergrondse nest zelfs speciale kamers voor aanleggen. Maar net als andere mieren zijn het ook opportunisten en belangrijke opruimers van kadavers in het bos. Hoewel je deze mieren vanwege hun grotendeels ondergrondse levenswijze niet veel ziet, is het wel een van de meest voorkomende soorten. Ze zijn er dus vaak ook als eerste bij als er ergens een nieuw kadaver ligt. Deze kleine dode bosmuis lag tussen het gras, zelfs nog voordat er vliegen op af waren gekomen, hadden de gele weidemieren hem al gevonden en waren ze begonnen aan het opruimen van het lijkje.

 

Lees ook: Dode dieren, Dood konijn en Verkeersslachtoffers.

 

Klik hier voor meer foto’s van dode dieren.

Parende hoornaars: de bevruchting van een jonge koningin (Vespa crabro)

Monday, 7 October 2024

hoornaar (vespa crabo) 10-2024 1104Op de stam van de holle boom met het hoornaarnest in natuurgebied De Brand zat een vruchtbaar vrouwtje. Binnen een mum van tijd kwamen daar twee mannetjes op af die met haar wilden paren. Terwijl de jonge koningin met één van deze mannetjes paarde, klemde een tweede zich aan het koppeltje vast in de hoop ook een kans te maken. De paring verliep niet rustig, er werd flink gedraaid en getrokken. Ze vielen daardoor van de stam naar beneden, vlogen als een zoemende en wentelende kluwen nog een stukje verder en kwamen uiteindelijk in het gras terecht.

 

hoornaar (vespa crabo) 10-2024 1072hoornaar (vespa crabo) 10-2024 1097Op de foto is de grootste hoornaar het wijfje, je kunt goed zien hoe ze het achterlijf van één van de mannetjes in haar eigen achterlijf heeft opgenomen en daaraan zit verankerd. Deze felle paring duurde aan paar minuten waarna het triootje opbrak en elk zijn weegs ging. De nu bevruchte koningin maakte eerst nog even haar toilet op en vloog daarna met een lang gezoem weg. Zij is de enige van deze drie hoornaars die kans maakt de komende winter te overleven, met wat geluk sticht ze daarna in het voorjaar haar eigen kolonie.

 

Lees ook: Hoornaar (Vespa crabro) en Hoornaarnest (Vespa crabro).

Hoornaarnest (Vespa crabro)

Monday, 7 October 2024

hoornaar (vespa crabo) 10-2024 1025In natuurgebied De Brand laat men de laatste jaren dode bomen gelukkig met rust. Zo staat er nu ook een grote dode beuk waar eerder spechten in hebben genesteld en die van binnen is uitgehold. In deze holte zit momenteel een groot hoornaarnest. Een nest dat misschien zelfs wel is gesticht door een nakomeling van de koningin die ik eind april 2023 op slechts enkele honderden meters afstand van deze dode boom had gefotografeerd.

 

hoornaar (vespa crabo) 10-2024 1054hoornaar (vespa crabo) 10-2024 0989hoornaar (vespa crabo) 10-2024 0931hoornaar (vespa crabo) 10-2024 0963Als een jonge koningin een nieuwe kolonie sticht, brengt ze eerst alleen dochters voort, deze zijn, dankzij een hormoon dat de koningin uitscheidt, steriel. Aan het begin van de herfst zorgt ze ook voor mannelijke nakomelingen en daarna zet het verval van de kolonie langzaam in. De oudere koningin scheidt daarna geen sterilisatiehormoon meer uit en alle nieuw uitgekomen vrouwelijke werksters zijn dan vruchtbaar. Zowel de mannetjes als de vruchtbare vrouwtjes vliegen uit en gaan op zoek naar een partner uit een ander nest. De oude koningin, die nu geen eieren meer legt, en al haar onvruchtbare werksters zullen langzaam sterven en de kolonie valt uiteen. Alleen een paar van de jongste vrouwtjes en mannetjes blijven tot aan de winter in leven. De bevruchte vrouwtjes zoeken een beschermde plek, zoals onder een stuk loszitten schors van een dode boom, om de winter door te kunnen brengen en zullen in het voorjaar hun eigen kolonie stichten. Alle hoornaars die je in de winter of het voorjaar tegenkomt zijn dan ook koninginnen.

 

Lees ook: Hoornaar (Vespa crabro) en Franse veldwesp (Polistes dominula).

Een kistje voor Corax (ZGM no. 22)

Saturday, 5 October 2024

kist zgm 22 10-2024 0813Omdat ik graag wilde dat ik Corax in een oude houten kist kon bewaren, heb ik daarvoor het verweerde hout gebruikt van een oude fruitkrat, die in weer en wind buiten had gestaan. Nadat ik het kratje eerst goed had laten drogen, heb ik bij het voorzichtig uit elkaar halen van de latten de oude spijkerkoppen laten zitten, deze zie je nu op sommige plekken in het kistje terug. De verweerde latten zijn met houtlijm tot planken verlijmd, enkelzijdig opgeschuurd en als eenvoudig kistje in elkaar gezet. Daarna is alles heel goed geolied en gedroogd. Aan de binnenkant van het kistje zijn enkele dwarslaten met uitsparingen gelijmd, waar het mes en de schede in passen. De contactplekken met het mes zijn met oud leer beplakt, zodat het mes stevig is ingeklemd en niet kan beschadigen. Aan de buitenkant van het kistje kun je nog goed de grove zaaglijnen en de beschadigingen van de oorspronkelijke fruitkrat zien. Aan de zijkant van het kistje zit een klein etiket met de naam van het mes en aan de binnenkant van het deksel eentje met de specificaties ervan. Het kistje is 45,5cm lang, 17,5cm breed en 7,5cm hoog.

 

kist zgm 22 10-2024 0812kist zgm 22 10-2024 0815kist zgm 22 10-2024 0814kist zgm 22 10-2024 0817Klik hier voor meer foto’s van dit kistje, Corax en diens schede en hier voor meer foto’s van zelfgemaakte messen.

 

Lees ook: Zelfgemaakt mes no. 22 (Corax), Messchede voor ZGM no. 22 Corax, Een kistje voor Perchta (ZGM no. 13), Een kistje voor Baleen (ZGM no. 24) en Een kistje voor Aculeus (ZGM no. 26).

Een kistje voor Aculeus (ZGM no. 26)

Friday, 4 October 2024

kist zgm 26 9-2024 0792Dit eenvoudige kistje is gemaakt uit verlijmde grof geschuurde vurenhouten latjes, die met bamboe-duvels aan elkaar zijn bevestigd. Het mes en de schede liggen in twee hardhouten wiggen, waardoor ze niet binnen het kistje kunnen schuiven als je het oppakt of vervoert. Aan de zijkant zit een klein etiket met de naam van het mes en aan de binnenkant van de deksel eentje met de specificaties. Aan de voorkant van het kistje en het deksel is een kleine stukje hardhout ingelegd, zodat het deksel altijd op dezelfde manier wordt gesloten en duidelijk is wat de voorkant van het kistje is. Het geheel is met Deense olie afgewerkt. Het kistje is 37,5cm lang, 8cm breed en 8,5cm hoog.

 

kist zgm 26 9-2024 0791kist zgm 26 9-2024 0798kist zgm 26 9-2024 0796kist zgm 26 9-2024 0795Lees ook: Zelfgemaakt mes no. 26 (Aculeus), Een schede voor Aculeus, Een kistje voor Perchta (ZGM no. 13) en Een kistje voor Baleen (ZGM no. 24).

 

Klik hier voor meer foto’s van Aculeus en hier voor meer foto’s van andere zelfgemaakte messen.

Een kistje voor Baleen (ZGM no. 24)

Thursday, 3 October 2024

kist zgm 24 9-2024 0778Dit kistje is gemaakt uit de duigen van een oud whiskyvat. Zulke eikenhouten duigen zijn altijd gekromd en aan één kant verschroeid, waardoor het wat lastiger is om er rechte planken uit te zagen. De breedte wordt bepaald door de breedte van de lat en de dikte door de lengte van de kromming. Aan de binnenkant van het deksel kun je nog goed een schroeiplek van een duig zien.

 

Deze uitgezaagde latjes zijn met houtlijm tot plankjes en daarna tot een kistje verlijmd, waarbij de uitsteeksels in de korte zijkanten in de uitsparingen in het deksel passen en ervoor zorgen dat het dekseltje stevig blijft zitten. Het kistje is met Deense olie afgewerkt en heeft aan de zijkant een klein etiket met de naam van het mes en aan de binnenkant van de deksel eentje met de specificaties.

 

kist zgm 24 9-2024 0772kist zgm 24 9-2024 0779kist zgm 24 9-2024 0775kist zgm 24 9-2024 0776In het kistje zit een rekje van beukenhout waarin het mes en de schede zitten geklemd. Je kunt dit rekje er in zijn geheel uittillen. Dit rekje zorgt ervoor dat het mes en de schede stevig vast zitten en niet door het kistje kunnen schuiven als je het kistje oppakt en beweegt. Het kistje is 28cm lang, 9,5cm breed en 7cm hoog.

 

Lees ook: Zelfgemaakt mes no. 24 (Baleen) en Een kistje voor Perchta (ZGM no. 13).

Klik hier voor meer foto’s van Baleen en hier voor meer foto’s van andere zelfgemaakte messen.