Het
natuurhistorische
museum
in
Rouen
stamt
al
uit
1828
en
is
na
Parijs
het
grootste
en
belangrijkste
van
Frankrijk.
Net
als
de
Galerie
de
paléontologie
et
d'anatomie
comparée
in
Parijs
is
het
een
tijdscapsule
en
nagenoeg
onveranderd
sinds
de
19e
eeuw.
Begonnen
als
Cabinet
d’Histoire
naturelle
in
het
voormalige
17e
-eeuwse
klooster
Sainte-Marie,
was
het
eerst
een
onderwijsinstituut,
waar
men
cursussen
in
zoölogie,
botanie
en
farmacie
kon
volgen.
In
1834
opende
het
zijn
deuren
voor
het
grote
publiek
en
maakte
Félix-Archimède
Pouchet
het
tot
een
studie-museum.
De
zeer
oude
collectie
van
meer
dan
500.000
objecten,
maakt
het
tot
één
van
de
belangrijkste
in
Frankrijk.
Verdeeld
over
drie
verdiepingen
vindt
men
er
talloze
etnografische,
natuurhistorische
en
educatieve
voorwerpen
die
niet
alleen
een
fraai
beeld
schetsen
van
het
19e
-eeuwse
natuurhistorische
onderzoek,
maar
die
ook
als
referentiekader
voor
veel
modern
onderzoek
kunnen
dienen.

De
zoogdierenafdeling
op
de
tweede
verdieping
is
de
oudste
zaal
van
het
museum.
Hier
staan
ruim
200
opgezette
dieren
en
skeletten.
Veel
van
deze
dieren
waren
afkomstig
van
de
menagerie
van
Saint-Romain,
die
haar
dode
dieren
regelmatig
aan
het
museum
verkocht.
Maar
er
zijn
ook
dieren
afkomstig
van
de
lakenhandelaar
Gaston
Saint,
die
veel
zaken
in
Australië
deed.
De
linkerkant
van
de
zaal
is
benut
voor
de
diverse
zoogdierenfamilies,
ingedeeld
volgens
de
19e
-eeuwse
classificatie.
De
rechterkant
bestaat
uit
diorama’s.
Deze,
voor
die
tijd
unieke,
opstellingen
van
dieren
in
hun
oorspronkelijke
leefomgeving
zijn
samengesteld
door
Pouchet
en
stammen
grotendeels
uit
1900.
Op
de
tweede
etage
zijn
ook
de
zalen
met
vissen,
reptielen
en
amfibieën,
waarvan
velen
tussen
de
100
en
150
jaar
oud
zijn.

Op
de
derde
etage
vindt
met
de
etnografische
afdeling,
de
vogelgalerij
met
zijn
diorama’s
uit
1960
en
de
prachtige
zaal
der
ongewervelden.
Deze
kleine
zaal
herbergt
ruim
100.000
diersoorten
zonder
een
inwendig
skelet,
waarvan
er
vele
in
de
prachtige
oude
vitrinekasten
worden
tentoongesteld.
Samen
met
de
originele
educatieve
modellen
van
gips,
hout
en
karton
uit
het
einde
van
de
19e-eeuw
zijn
deze
objecten
van
enorm
belang
voor
de
wetenschap.
Zo
bevatten
alleen
al
de
aan
de
Normandische
kusten
verzamelde
krabbensoorten
een
schat
aan
informatie
omtrent
tijd
en
vindplaats
en
geven
ze
een
goed
beeld
van
de
door
de
jaren
heen
veranderende
soortendiversiteit
van
een
biotoop.

De
educatieve
anatomische
modellen
in
het
museum
alleen
al
zijn
noemenswaardig.
Zo
bezit
het
museum
niet
alleen
de
kostbare
demontabele
slak
én
meikever
van
dr.
Azoux,
maar
ook
enkele
geweldige
anatomische
modellen
van
o.a.
een
bij,
bloedzuiger,
gifslang,
kikker
en
kreeft.
Dit natuurhistorische museum is helaas vrij onbekend bij het grote publiek en trekt maar een beperkt aantal bezoekers. Toen ik er om 13.30 uur direct bij opening naar binnenging, was ik ruim een uur de enige bezoeker. Dat maakte de beleving echter alleen maar intenser, er was niet veel voor nodig om me in de 19e-eeuw te wanen. Urenlang heb ik door het dikke glas van de oude vitrines naar de opgezette dieren, fossielen, skeletten en educatieve modellen met hun fraaie handgeschreven naamkaartjes staan gluren. De Galerie de paléontologie et d'anatomie comparée in Parijs is terecht beroemd en zal altijd meer bezoekers blijven trekken, toch boden de zalen en gangen met oude vitrinekasten van het Musém d’Histoire in Rouen mij nog net iets meer die unieke smaak van 19e-eeuwse ontdekkingsreizen en wetenschap.
Klik hier voor meer foto's van het Muséum d’Histoire naturelle in Rouen.
Lees ook: Salone degli Scheletri in La Specola Florance, Hansken de olifant, Het opgezette nijlpaard in La Specola, Gaetano Zumbo's wassen hoofd, Anatomische modellen, Grande galerie de Evolution, Galerie de paléontologie et des anatomie comparée, Museo di Storia naturale di Giacomo Doria, Natuurhistorische musea en oude collecties, Opgezette apen in musea, Clemente Michelangelo Sussini en Ferdinand Bauer.
Geen reacties
Reageer: