Weblog

De donkerstelige stuifbal (Tulostoma melanocyclum)

Tuesday, 31 March 2026

donkerstelige stuifbal (tulostoma melanocylum) 5-2012 8310Deze kleine stuifbal heeft, hoe kan het ook anders, een donkere steel en is verder nog identificeerbaar aan de iets donkerdere ring rond de stuifopening. Er bestaan naast de donkerstelige stuifballen ook nog stelige- (Tulostoma brumale), ruwstelige- (Tulostoma fimbriatum) en gekraagde stuifballen (Tulostoma kotlabae).

 

Gesteelde bovisten, zoals deze donkerstelige stuifbal, leven op droge, stikstofarme en kalkrijke zandgrond en daar zijn er in Nederland helaas niet zoveel meer van. De stikstofcrisis raakt uiteindelijk ook de stuifballen. Ze staan nog niet op de Rode Lijst, maar nemen wel af in aantallen. Stuifballen hebben de voor de bovisten kenmerkende bolvormige sporenzak die bij hen echter bovenop een slanke steel staat. Bovenaan deze zak zit een opening waardoor de microscopisch kleine sporen worden verspreid. De zwam wordt hierin dus geholpen doordat deze opening dankzij de steel net iets hoger boven de grond staat, waardoor de wind er meer vat op krijgt. Het kleine formaat, de bol is niet veel groter dan 7 tot 11mm in doorsnede en de steel wordt niet veel langer dan 2 tot 6 cm, zorgt er samen met zijn onopvallende uiterlijk voor dat deze paddenstoel makkelijk over het hoofd wordt gezien.

 

Dit exemplaar is aan de zanderige oevers van het Leikeven bij De Moer gefotografeerd.

 

Lees ook: Plooivoetstuifzwammen en zware metalen (Calvatia excipuliformis).

 

Klik hier voor meer berichten over paddenstoelen en hier voor meer foto’s.

Sneeuw en abstractie

Tuesday, 31 March 2026

sneeuwstorm 1-2026 2586Een kleine drie maanden geleden vroor het, voor het eerst sinds jaren viel er veel sneeuw. Samen met de harde wind maakte dit het zicht soms moeilijk. Deze foto is begin januari gemaakt bij het Noorderbos, ik stond toen met mijn rug naar de wind en keek, terwijl de sneeuw langs mijn oren floot, naar de boomlijn aan de rand van een weiland. De wereld zag eruit als een verbleekte kopie, een uitvergrote korrelige foto, een volledig door sneeuw verdoezelde wereld.

 

Lees ook: Voorstelling en abstractie in landschapsfotografie, Spiegelen en spiegeling, Het oscillogram van een grauwe dag, Pareidolie in het riet en Een beuk in het water.

Zelfgemaakt mes no. 31 (Hagalaz) inclusief schede en kistje

Sunday, 29 March 2026

zgm 31 hagalaz 3-2026 3326Na het maken van Keris Hujan (ZGM no. 29) hield ik een lang en dun stuk O1-staal over, eerst dacht ik dat ooit misschien nog voor een guard te kunnen gebruiken, maar na mijn laatste dolk (Aninga ZGM no. 30) keek ik er toch anders naar.  Als ik het stuk optimaal zou benutten, zou er met wat moeite namelijk best een kleine slanke dolk uit gehaald kunnen worden.

 

In het ontwerp ben ik volledig uitgegaan van de maten en vorm van dit reststuk. De dolk bestaat uit hoeken en rechte lijnen en is een eerbetoon aan de prachtig ontworpen harnassen en wapens van de dwergen uit Peter Jackson zijn Lord of the Ring films. De enorme aandacht voor detail en het grote gevoel van authenticiteit dat daarin uit elk ontwerp spreekt, zorgt dat de dwergencultuur in de films naadloos op die uit Tolkiens boeken aansluit. Ik heb het gevoel van deze wereld gebruikt bij het ontwerpen van dit mes.

 

zgm 31 hagalaz 3-2026 3322zgm 31 hagalaz 3-2026 3327zgm 31 hagalaz 3-2026 3331zgm 31 hagalaz 3-2026 3336zgm 31 hagalaz 3-2026 3343zgm 31 hagalaz 3-2026 3355Omdat het 5 mm dikke stuk staal aan de breedste kant slechts 1,5 cm breed was en ik bij de guard de volle dikte wilde benutten, besloot ik om het lemmet extreem hol te slijpen. Ik heb geen ricasso aangebracht en het staal over de volle lengte, inclusief angel met een klein wiel concaaf geslepen. Dit zorgt ervoor dat, ondanks de extreem smalle snijvlakken, de uiteindelijk hoek van de snede klein genoeg is om toch goed te kunnen snijden en dat het lemmet vanwege de relatief dikke rug toch erg stevig blijft. Een bijkomend voordeel is dat deze extreem concave snijvlakken voor mooie reflecties zorgen, iets dat direct opvalt als je het glanzende lemmet uit de schede haalt. De punt, die onder een hoek ten opzichte van de snijvlakken staat, is wel vlak geslepen omdat deze anders te dun zou worden.

 

De guard en pommel zijn gemaakt uit messing, beide zijn ontworpen uit rechte lijnen en hoeken en met een grove schuurband afgewerkt, waardoor de lijnen van de slijprichting goed zichtbaar blijven. De uitstekende hoeken zijn daarna met wat schuurpapier iets afgerond, waardoor ze niet in de hand prikken en het messing gebruikt aandoet. Het messing is vervolgens door een procedé van regelmatig verhitten en blootstellen aan ammoniak- en zout met azijn-dampen zo geoxideerd dat het niet meer glanst en een mooi verweerd en oud uiterlijk krijgt. Door met dit procedé te spelen kun je een heel scala aan oxidatiekleuren en texturen verkrijgen, die kunnen variëren van rood en bruin tot groen en blauw. Het was wel een hele opgave om deze guard zonder ricasso passend op het lemmet te laten aansluiten aangezien ik daarvoor de concave diamantvormige doorsnede van het lemmet passend uit het messing moest vijlen. Iets dat bij de rechthoekige doorsnede van een ricasso normaal gesproken heel wat makkelijker gaat. Het handvat is van ovangkol (Guibourtia ehie), een tropisch hardhout met een verweerde grijs-zwart-bruine tekening. Het heeft een zeshoekige doorsnede en is passend gevijld tussen de naar elkaar wijzende driehoeken van de pommel en de guard. De angel loopt door tot in de pommel en alles is stevig met epoxy verlijmd en met renaissance-was afgewerkt.

 

zgm 31 hagalaz 3-2026 3345De slanke zeshoekige schede is ook uit ovangkol en heeft een binnenlaag van fluweel, waardoor het lemmet er mooi strak inpast en niet kan worden beschadigd. De boven- en onderkant zijn net als de pommel en guard van geoxideerd messing en hebben gaten waardoor een leren veter loopt. Deze veter loopt via een horizontaal gat aan de onderzijde gekruist over de voorkant langs beide zijden van de schede omhoog, gaat daar naast de mond in het messing aan de bovenkant door twee verticale gaten heen en loopt daarna aan de voorkant van de schede door een klein, voor de schede hangend messing schuifje weer naar beneden. Aan beide uiteinden hangt een gewichtje van verweerd messing. Je kunt deze veter gebruiken om er een riem doorheen te halen of om de schede aan een laars of tas te bevestigen, door te schuiven met het blokje, kun je de veter langer of korter maken. Het is een zelfbedacht systeem, dat ik nog nergens eerder heb gezien en wat hopelijk goed bij de rest van de vormgeving van deze dolk past.

 

zgm 31 hagalaz 3-2026 3344zgm 31 hagalaz 3-2026 3347zgm 31 hagalaz 3-2026 3348zgm 31 hagalaz 3-2026 3357Het blokje, waar de veter doorloopt, is net als de rest van het mes met een grove band in hoekige vlakken geslepen en krijgt daardoor een gestileerde H op de voorkant waarvan de dwarsstreep schuinstaat. Hij vormt op die manier de rune hagalaz, de Oud Futharkse rune voor de letter H. Hagalaz is Proto-Germaans voor hagel, hij staat daarmee symbool voor vernietiging en de onvoorspelbaarheid van natuurkrachten, maar ook voor de noodzaak van transformatie en innerlijke kracht. Deze Oud Futharkse runen stammen uit 200 tot 800 na christus en staan niet alleen voor bepaalde klanken maar hebben ook een symbolische waarde. Zo staat Agalaz als negende rune voor beproeving en dwingt hij tot het loslaten van het oude om ruimte te maken voor het nieuwe. In de runenmagie wordt hij gebruikt om negatieve invloeden te weren en om noodzakelijke transformaties te bewerkstelligen.

 

zgm 31 hagalaz 3-2026 3316Het bijpassende kistje is gemaakt uit eikenhouten stroken afvalhout en heeft een asymmetrisch deksel dat maar op één manier past. Het hout is met zelfgemaakt ijzerazijn (ijzeracetaat) zwart gekleurd, de lichtere streep op het deksel is van een stukje spinthout, dit bevat van nature minder tannine waardoor het minder sterk op het ijzerazijn geageert en dus ook minder donker kleurt. In het kistje ligt een plankje blank eikenhout waarop het mes tussen wat met leer beklede blokjes geklemd ligt. Het geheel is met een laag Deense olie afgewerkt. Aan de binnenkant van het deksel zit een etiket met daarop de specificaties van het mes en aan de kopse kant van het kistje zit buiten een etiket met de naam van het mes. Het hele kistje is ca 4x6x35 cm.

 

zgm 31 hagalaz 3-2026 3309zgm 31 hagalaz 3-2026 3313zgm 31 hagalaz 3-2026 3320zgm 31 hagalaz 3-2026 3321Het mes is 29,5 cm lang en heeft een lemmet van 17,3 cm. Het weegt slechts 93 gram. De schede is 20 cm lang en weegt inclusief veter en beslag 94 gram.

 

Klik hier voor meer foto’s van Hagalaz, zijn schede en zijn kistje, hier voor meer foto’s van andere zelfgemaakte messen en hier voor de berichten over deze messen.

 

Lees ook: Zelfgemaakt mes no. 30 (Aninga), Een schede en een kistje voor Aninga (ZGM no. 30) en Zelfgemaakt mes no. 29 (Keris hujan – de regenkris).

Een schede en een kistje voor Aninga (ZGM no. 30)

Sunday, 8 March 2026

zgm 30 aninga 2-2026 3077Al voordat ik aan Aninga begon, was het mijn bedoeling om een dolk met een daarbij passende schede te ontwerpen. Deze schede moest, net als het handvat, uit hout en zacht-staal worden gemaakt. Maar ik heb wel lange tijd getwijfeld aan de manier waarop deze schede aan een riem kon worden bevestigd. Uiteindelijk heb ik gekozen voor een traditioneel ontwerp met een leren bovenstuk.  

 

zgm 30 aninga 2-2026 3079zgm 30 aninga 2-2026 3080zgm 30 aninga 2-2026 3082zgm 30 aninga 2-2026 3083Als eerste heb ik uit hetzelfde blok wengé als waaruit het handvat was gehaald een mooi stuk in de lengte doorgezaagd en daarna beide helften dusdanig uitgehold dat er net voldoende ruimte voor het lemmet en een laag fluweel overbleef. Het lemmet moest daarbij precies zo strak in de schede passen dat deze niet klemde maar er ook niet meteen uit zou glijden als je hem op de kop hield. Hierdoor waren de marges bij het uithollen erg klein. Omdat fluweel aan de bovenzijde geen voelbare schering en inslag heeft, zal de punt van een mes er niet snel in blijven hangen. Het nadeel is echter wel dat de fluweeldraden aan de losgeknipte kanten door gebruik vaak wat makkelijker loskomen. Om dat te voorkomen heb ik het fluweel zo op maat geknipt dat de oorspronkelijke gestikte buitenrand precies in de mond van de schede kwam te liggen. Nadat dit fluweel in beide holtes was bevestigd, zijn beide helften zo tegen elkaar gelijmd dat de nerf weer doorliep en kon alles grof in vorm worden gevijld. De grootste uitdaging daarbij lag erin om de contouren van de schede zo dicht mogelijk bij die van het lemmet te houden. Dit betekende dat het hout op sommige plekken slechts een paar millimeter dik mocht worden.  

 

zgm 30 aninga 2-2026 3087zgm 30 aninga 2-2026 3090Omdat ik de contouren van de schede over de volle lengte in één ononderbroken lijn wilde laten doorlopen, kon ik het leren bovenstuk niet gewoon om de houten schede heen klemmen, want dan zou het bij de overgang te ver uitsteken. Ik zou het hout daarvoor dus eigenlijk op de volle dikte van het leer moeten uitvijlen, maar omdat ik sterk 3 mm dik tuigleer wilde gebruiken was het hout daar niet dik genoeg voor. Ik moest het leer dus, op de plaatsen waar het om het hout ging, eerst een flink stuk dunner maken en daarna het hout aan de bovenkant van de schede op exact dezelfde dikte uitvijlen, er goed op lettend dat ik niet een te dun stuk hout overhield en tot op het fluweel zou vijlen. Het leer heb ik, na het op maat te hebben gesneden, nat gemaakt en zo gevormd dat de leren draagriem door de spleten in het leer liep en het leer zelf strak tegen het hout aan paste. Nadat het leer was gedroogd heb ik het aan de achterkant met kruisstreken vastgezet. Omdat ik het hout van de schede onder het leer een klein beetje bol had gelaten en het leer er strak omheen had getrokken, zit het nu zonder lijm toch muurvast. Aan de bovenkant van het stuk leer steekt voor en achter een flap boven de mond van de schede uit, deze zogenaamde chappe voorkomt dat vuil en regen in de schede kan komen. Vaak zat zo'n chappe op het mes zelf, net onder de guard en over de ricasso, zodat hij, als het mes in de schede zit, precies over de mond van de schede past. Maar er zijn ook veel traditionele ontwerpen waarbij deze chappe, net als in dit geval, op de mond van de schede zelf is gemonteerd.  

 

zgm 30 aninga 2-2026 3070Om in de stijl van het mes te blijven, wilde ik graag een stalen punt, een zogenaamde chape, aan de onderkant van de schede. Meestal wordt deze uit een gebogen en gesoldeerd stuk staal over het hout heen bevestigd, maar dat zou wederom de doorlopende contouren van de schede doorbreken. Daarnaast wilde ik ook niet dat je kon zien dat de chape uit een dun plaatje staal was gemaakt. Uiteindelijk besloot ik om deze chape uit één massief stuk zacht staal te maken. Omdat de punt van het lemmet binnen de schede tot in de chape moest doorlopen, moest ik dit staal dus niet alleen precies op maat vijlen, maar ook zo zien uit te hollen dat de punt van het mes samen met de fluwelen binnenlaag en voldoende dikte van het hout nog daarin zou passen. Verder moest het hout zo in vorm worden gevijld dat de hoek van de stalen chape naadloos tegen het hout aan kwam te liggen en alle lijnen netjes door zouden lopen. Dit continue passen, meten en bijvijlen kostte veel meer tijd dan ik had gehoopt, maar kwam de uiteindelijke uitstraling van de schede wel enorm ten goede. Nadat de chape strak om het hout was gelijmd, kon ik eindelijk alles bijvijlen en gladschuren, waarbij ik er goed op moest letten dat ik niet te diep in het zachtere hout schuurde en daarmee de contouren zou verpestten. De schede heeft, net als het mes, over de volle lengte in het midden een geknikte rug en is met een laag renaissance-was afgewerkt. 

 

De woorden chappe en chape stammen beide af van het Latijnse cappa (kap of cape) wat is afgeleid van caput (hoofd). De schede is 26,5 cm lang en weegt 82 gram. Als het mes in de schede zit is het geheel 37,5 cm lang en weegt het 327 gram. 

 

zgm 30 aninga 2-2026 3072zgm 30 aninga 2-2026 3069zgm 30 aninga 2-2026 3074zgm 30 aninga 2-2026 3075Het kistje is gemaakt van zaagafval, resthout dat overbleef van het op breedte zagen van dikke eikenhouten planken. Deze losse stukken hout zijn op maat gezaagd, tegen elkaar gelijmd, op gelijke dikte geschaafd en daarna als kistje in elkaar gelijmd. Dit kistje heeft een binnenlaag van hardhout-triplex. Binnenin ligt een los triplex frame waarin het mes op strookjes tuigleer rust en dat je uit het kistje kunt halen. Het geheel is afgewerkt met Deense olie. Aan de binnenkant van het deksel zit een etiket met de specificaties van het mes en aan de kopse kant buiten een klein etiket met zijn naam. Het hele kistje meet 12,5 bij 6,25 bij 42,5 cm. 

 

Klik hier voor het bericht over Aninga, hier voor meer foto’s van dit mes, hier voor meer berichten over andere messen en hier voor meer foto's van andere zelfgemaakte messen.

Grote zilverreiger in de sneeuw (Ardea alba)

Saturday, 10 January 2026

grote zilverreiger (Ardea alba) 1-2026 2579Een grote zilverreiger is een imposante verschijning. Met zijn witte verenkleed en spanwijdte van 1,7 meter kijk je normaal gesproken niet zomaar over hem heen, behalve als hij in de sneeuw staat. Reigers zijn sowieso al meesters in onbeweeglijk stilstaan, maar een rustende zilverreiger wordt in een sneeuwlandschap vrijwel onzichtbaar, alleen zijn zwarte poten en oranje snavel vallen dan nog op.

 

Deze zilverreiger vloog bij het Tilburgse Noorderbos over een weiland, hij leek geen last te hebben van de harde wind en landde geruisloos midden in het veld in de sneeuw. Daar bleef hij even roerloos staan, tot hij mij in de gaten kreeg en opvloog naar een boom. Terwijl de sneeuw om hem heen joeg, balanceerde hij ongenaakbaar op een tak. Hoewel ik met muts en shawl op moeite moest doen om in de harde wind mijn camera recht te houden, keek hij ongestoord om zich heen. Heer en meester van zijn omgeving, stil en onzichtbaar als een geest en net zo onaantastbaar voor de elementen.

 

grote zilverreiger (Ardea alba) 1-2026 2547grote zilverreiger (Ardea alba) 1-2026 2574De waarnemingen van deze oorspronkelijk mediterrane vogels worden in ons kleine kikkerlandje steeds normaler. Sinds ze hier in 1978 voor het eerst broedden, overwinteren ze hier steeds vaker. De grootste populaties vind je nu nog in de Oostvaardersplassen, maar ik kom ze ook in de polders en weilanden van Noord Brabant regelmatig tegen.

 

Lees ook: Waarom vogels met lange poten vaak op één poot staan, Dode reiger en Vliegende reigers (Ardea cinerea).

Kauwen in de kou (Corvus monedula)

Friday, 9 January 2026

kauw (Coloeus monedula) 1-2025 2852Kauwtjes zijn buitengewone intelligente en sociale dieren die zich vrijwel altijd in groepen bewegen. In de winter zie je ze overal in de stad sjacheren en struinen ze onze tuintjes af op zoek naar voedsel. Het makkelijkst zijn dan vaak de vetbollen die we speciaal voor de vogeltjes ophangen. Als een groepje kauwen echter zo’n mezenbol hebben ontdekt, maken die mezen geen schijn van kans meer.

 

kauw (Coloeus monedula) 1-2025 2893kauw (Coloeus monedula) 1-2025 2876kauw (Coloeus monedula) 1-2025 2808kauw (Coloeus monedula) 1-2025 2841Bij mij in de tuin hangen deze bollen aan een haak, eerst hingen ze aan de onderste haak maar toen konden de kauwtjes de hele bol er vrij makkelijk vanaf trekken, waarna ze hem binnen een mum van tijd op de grond soldaat maakten. Tegenwoordig heb ik het ze iets moeilijker gemaakt. Nu hangen de bollen aan de bovenste haak, waardoor hij er niet meer zo makkelijk vanaf kan, maar ook daar vonden ze al snel iets op. Ze komen nu regelmatig in een groepje langs, waarbij er een paar bij toerbeurt de wacht houden vanaf de schutting, er één of twee aan de vetbol pikken en de rest op de grond de losgebroken brokjes oppikken. Als de kauw bij de vetbol echter niet genoeg brokjes laat vallen of er teveel zelf opeet, ontstaat er al snel onmin op de grond. Binnen de kortste keren vliegt er dan één op om hem te verjagen en zijn plaats in te nemen, iets dat zelden zonder slag of stoot gaat. Het is dan heel even een kabaal van jewelste, maar al snel daalt de rust weer in en nemen ze allemaal hun rol weer op zich.

 

Lees ook: De ogen van een kauw (Corvus monedula), Zwarte kraaien aan de pier (Corvus corone), Roek (Corvus frugilegus), Aasetende eksters (Pica pica) en Dood en de bonte kraai (Corvus cornix).

Zelfgemaakt mes no. 30 (Aninga)

Wednesday, 7 January 2026

zgm 30 aninga 1-2026 2658Voor mijn dertigste mes wilde ik graag een keer een dolk maken. Een dolk is namelijk een stuk complexer om te maken dan een mes. Bij een mes hoeven maar twee snijvlakken gelijk te zijn, bij een dolk vier, daarbij valt het meteen op als deze vlakken niet precies symmetrisch zijn. Dit is ook mijn eerste mes dat niet met epoxy is verlijmd en dat ten alle tijden uit elkaar gehaald kan worden en waarbij de hele pommel (en dus niet alleen een losse pommel-schroef die daar doorheen gaat) als bevestigingsschroef fungeert.

 

zgm 30 aninga 1-2026 2686zgm 30 aninga 1-2026 2694Bij het ontwerp ben ik volledig uitgegaan van het stuk A2-staal dat ik overhad van mijn 29e mes, Keris hujan. Het ontwerp van het lemmet en het formaat van deze dolk zijn volledig gebaseerd op de dimensies van dit reststuk. Vanaf het begin was het dus al duidelijk dat dit een relatief kleine en slanke dolk moest worden. Hoewel de guard en de pommel doen denken aan die van enkele historische dolken zijn ze wel qua vorm aangepast naar het ontwerp van deze dolk. Beide zijn gemaakt uit een plaat zachtstaal van 14 mm dik. Dit limiteerde niet alleen hun maten maar bepaalde ook hoe dik de hele dolk kon worden. Ik wilde dat het ontwerp historisch accuraat zou aanvoelen maar tegelijkertijd ook uniek zou zijn.

 

De holgeslepen snijvlakken van het lemmet beginnen, vanaf iets voor het einde van de ricasso, met een zachte curve waarna ze elkaar, naar de punt toe, in het midden raken. Dit zorgt ervoor dat de beide snijvlakken aan de zijkanten van het mes ook langzaam naar elkaar toe krommen en elkaar op ca 1/3 van de lengte van het lemmet raken en overgaan in de daadwerkelijke snede. De eerste helft van het lemmet loopt, vanaf de ricasso bezien, recht terwijl de laatste helft zich naar de punt toe kromt. Het lemmet heeft een distale taper, een dikte afname, waarbij het bij het gevest een stuk dikker is en naar de punt toe geleidelijk afneemt. Dit zorgt voor een betere balans en betere penetratie en snij-eigenschappen. De lange angel heeft een rechthoekige doorsnede waardoor de guard en spacers niet kunnen verdraaien. De laatste paar centimeters zijn rond en naar M5 schroefdraad getapt.

 

De guard heeft net als het mes een rug en knikt naar de zijkanten weg. De armen buigen iets omhoog en eindigen in een driehoekig schildje. De onderkant van de guard gaat van vrijwel rechthoekig over in een ovaal, waardoor de onderkant van de armen twee lange driehoeken vormen met de punten aan de uiteinden. De guard gaat over in een ovale roestvrijstalen spacer die over de omtrek een ondiepe geul heeft. Boven en onder deze brede spacer zitten twee dunne alpaca spacers die net wat kleiner zijn. Op deze manier lopen de contouren vanaf de guard, via de spacer mooi over in de lijnen van het handvat en bieden de iets inspringende alpaca spacers wat extra reliëf, kleur en grip.

 

zgm 30 aninga 1-2026 2663zgm 30 aninga 1-2026 2712Het houten handvat is van Wenge, deze tropische houtsoort heeft een mooie tekening, maar is moeilijk te bewerken. Het is extreem hard en heeft vaak diepe poriën. Omdat het gereedschap snel bot maakt en er altijd een risico bestaat dat je tijdens het bewerken wat splinters uit het hout trekt, kun je het na het grof in vorm gebracht te hebben het beste met ijzervijlen en schuurpapier afwerken. Dit stuk hout heeft, net als het lemmet en de guard, een rug over de lengte en gaat vanaf de spacer via een holle kromming over  in een lichte bolling naar de pommel. Het houten handvat heeft een museumpasvorm en is dus net iets breder dan de alpaca spacer en de pommel. De kleur en tekening van dit hout zijn erg gevoelig voor welke afwerking je kiest. Ik had wat testjes gemaakt met Tung-olie, Deense olie, Cyano-acrylaat en Renaissance-was. Het bleek dat de meeste afwerkingen de lichte lijnen in het hout aanzienlijk verdonkerden, waardoor het contrast van de tekening sterk afnam. Alleen bij een afwerking met enkele dunne lagen Renaissance-was bleven kleur en tekening goed behouden.

 

zgm 30 aninga 1-2026 2720zgm 30 aninga 1-2026 2723zgm 30 aninga 1-2026 2726zgm 30 aninga 1-2026 2735De vorm van deze pommel is gebaseerd op die van de oude vissenstaart-pommels, zoals die vroeger bij veel dolken en zwaarden werden toegepast. Hier is het middelste gedeelte van de staart echter niet net zo dun als de vleugels maar vormt dit een ronde knop, die als een kop boven de zijarmen staat. Hierdoor lijkt de pommel wat meer op een gewrichtsknook en ontstaan er twee geulen die over de armen heen lopen en naar de middenrug buigen die vanuit het lemmet via de guard en het hout de centrale symmetrielijn van de dolk vormen. De pommel heeft ook een twee keer zo dikke alpaca spacer als die er onder de guard zit, deze loopt echter gelijk aan de contouren van de pommel en springt dus niet in. In de pommel zit centraal in het miden een lang gat dat naar M5 schroefdraad is getapt. Aangezien de vleugels van de pommel evenwijdig moeten staan aan die van de guard en je de pommel aan de angel vastschroeft en daarmee het hele mes bij elkaar houdt, moet het houten handvat precies lang genoeg zijn om de pommel er stevig én onder de juiste hoek op te kunnen schroeven. Als dit houten handvat net iets te kort of te lang is, kun je de pommel geen hele halve slag verder draaien en staat hij dus uit het lood. Als na lange tijd het hout iets krimpt of uitzet kan het dus ooit nodig zijn om een schuurpapiertje een aantal keer over de kopse kant van het hout te halen om weer de juiste klemming te verkrijgen. De lengte van het schroefdraad heeft speciaal hiervoor een aanzienlijke veiligheidsmarge gekregen.

 

Deze dolk is vernoemd naar de Amerikaanse slangenhalsvogel Anhinga. Een aalscholverachtige vogel uit de warmere streken van Amerika. Deze vogel jaagt op vissen die hij aan zijn scherpe, dunne snavel spietst. De Braziliaanse Tupi-indianen noemen hem Aninga, wat zich laat vertalen als duivels-, of slangenvogel.

 

Het lemmet is 20,7 cm lang en bij de ricasso 6,3 mm dik. De hele dolk is 33,5 cm lang en weegt slechts 243 gram. De dolk bestaat uit 7 losse delen en is, als je de pommel losschroeft, uit elkaar te halen.

 

Klik hier voor meer foto’s van ZGM no. 30 Aninga en hier voor meer foto’s van andere zelfgemaakte messen.

 

Lees ook: Zelfgemaakt mes no. 29 (Keris hujan – de regenkris) en Zelfgemaakt mes no. 22 (Corax).

Brandplekinktzwam (Coprinus angulatus)

Thursday, 18 December 2025

brandplekinktzwam (coprinellus angulatus) 10-2025 2156Aangezien deze zwammen exclusief voorkomen op brandplekken en verkoold hout, is dit een van de zeldzamere inktzwammensoorten. Ze groeien alleenstaand of in kleine groepen. Hun mijtervormige hoed wordt tussen de 0,5 en 3 cm breed, is licht tot donkerbruin, vrij grof overlangs gestreept en vaak fijn wit berijpt. De steel is witachtig en doorschijnend.

 

Brandplekzwammen zijn pioniers die vaak als eerste na een brand verschijnen en helpen om de bodem weer voor te bereiden op nieuwe vegetatie. Zij voeden zich met het verkoolde organische materiaal en zorgen er met hun myceliumdraden voor dat de ontstane zouten in de bodemlaag niet worden uitgespoeld en geven daarmee ook houvast aan de bovenlaag. Na enige tijd zullen er zich ook plaatjeszwammen vestigen, die het resterende hout verteren. Daarna komen er mossen en binnen aan aantal jaren na een brand groeien er nieuwe planten en zullen de brandplekzwammen weer verdwijnen.

 

Brandplekzwammen zijn zeldzaam, in Nederland zijn er zo’n 50 soorten waarvan de meeste op de Rode lijst staan. De belangrijkste reden hiervoor is dat er in de natuur steeds minder kampvuren worden gestookt en branden tegenwoordig sneller worden opgemerkt en geblust.

 

Vanaf zijn eerste beschrijving in 1874 was hij de brandplekinktzwam ingedeeld onder Coprinus, in 2001 verschoof hij naar Coprinellus en sinds 2020 behoort hij tot Tulosesus. In de meeste padenstoelengidsen staat hij echter nog gewoon onder zijn eerste naam als Coprinus angulatus vermeld.

 

Lees ook: Het hazenpootje, een eendagsvlieg onder de paddenstoelen (Coprinopsis lagopus), De gewone glimmerinktzwam en alcohol (Coprinellus micaceus) en Geschubde inktzwam (Coprinus comatus).

 

Klik hier voor meer foto’s en hier voor meer berichten over zwammen.

Schubbige bundelzwam (Pholiota squarrosa)

Thursday, 18 December 2025

schubbige bundelzwam (Pholiota squarrosa) 10-2025 2397Deze veelvoorkomende zwam parasiteert op levend hout, en vind je meestal in grote groepen aan de voet van loofbomen. Zowel de hoed als steel zijn bedekt onder puntige schubben. Ze infecteren bomen die door een eerdere infectie met een andere zwam of door een bacterie zijn verzwakt, of waarvan de wortels zoals door maaien zijn beschadigd. Ze veroorzaken witrot en breken lignine af. Rode eekhoorns eten er graag van omdat ze meer eiwitten bevatten dan veel andere paddenstoelen die voor hen eetbaar zijn. Voor menselijke consumptie is deze zwam minder geschikt, aangezien ze in rauwe staat al voor meerdere vergiftigingen hebben gezorgd, zeker als ze in combinatie met alcohol worden gegeten.

 

schubbige bundelzwam (Pholiota squarrosa) 10-2025 2398De schubbige bundelzwam bevat enkele unieke chemische stoffen die de werking van het enzym xanthine oxidase kunnen remmen. Aangezien dit enzym als katalysator werkt bij de kristallisatie van urinezuur in gewrichten, een belangrijke veroorzaker van jicht, wordt het gebruik van deze remmers bij de bestrijding van deze ziekte onderzocht. De zwam gebruikt deze stoffen hoogstwaarschijnlijk zelf om de verdedigingsmechanismen van bomen tegen infecties te verzwakken, zij gebruiken daarvoor vaak xanthine oxidase om zuurstofradicalen te vormen. Deze zuurstofradicalen zorgen voor een versneld afsterven van cellen, waardoor de groei van een infectie wordt ingedamd.

 

Klik hier voor meer berichten over zwammen en hier voor meer foto’s.

Het tweezaadlobbige lot van een beuk

Tuesday, 2 December 2025

kiemplant beuk speulderbos 4-2023 7167Al vanaf het allereerste blad van een kiemplant kun je zien of het een eenzaadlobbige (monocotylen) of tweezaadlobbige (dicotylen) plant betreft. Een eenzaadlobbige heeft slechts een enkel kiemblad, een tweezaadlobbige heeft er twee. Deze eerste zaadlobben of kiembladen zijn de allereerste blaadjes van een plant, die feitelijk al in het zaad aanwezig waren. Ze bevatten allerlei reservestoffen, zoals eiwit, zetmeel en vet, dat een jong plantje helpt om te groeien. Deze zaadlobben wijken qua vorm vaak sterk af van die van de latere bladen van een plant en vallen meestal af zodra de plant wat groter wordt en via fotosynthese zelfstandig voor zijn voedsel kan zorgen.

 

Het verschil tussen een- of tweezaadlobbig planten beperkt zich niet alleen tot het aantal zaadlobben, het heeft ook gevolgen voor de verdere ontwikkeling van een plant. Een eenzaadlobbige plant heeft een vezelig wortelstelsel, parallelle nerven in het blad, geen groei in diameter vanwege de afwezigheid van een cambrium en bloemdelen die vaak uit veelvouden van drie bestaan.  Terwijl een tweezaadlobbige plant een hoofdwortel met zijwortels heeft, vertakte nerven in het blad, een cambrium waardoor groei in diameter en verhouting mogelijk is en bloemdelen in een veelvoud van vier of vijf.

 

Beuken zijn duidelijk dicotyl, Zodra het beukennootje ontkiemt, schiet er een dunne stengel omhoog waaraan twee tere kiembladen zich als zonnepaneeltjes ontvouwen. Deze kiembladen bevatten niet alleen het nodige reservevoedsel dat een jonge beuk nodig heeft om te groeien maar kunnen ook middels fotosynthese bijspringen. Onder invloed van licht kunnen ze van water en koolstofdioxide, zuurstof en glucose maken. Het wonder van een plant begint dus bij een beuk nog voordat hij zijn eerste echte bladeren heeft.

 

Lees ook: De porseleinzwam en antischimmelstoffen (Oudemansiella mucida), Kleine vliegende herten in De Brand (Dorcus parallelipipedus) en Een beuk in het water.