In de meeste musea is verwondering al lang vervangen door feiten, liefde door nut en inspiratie door vermaak. Deze musea worden regelmatig gerestyled, heropend en aan de moderne tijd aangepast. En in veel gevallen is dat jammer. Nu museologie een studie is geworden en men deze lardeert met educatie, vergeet men wel eens dat een primaire taak van een museum ook die van inspiratie en verwondering was. Het is niet altijd zinvol om alles te willen verklaren. Als iemand is geïnspireerd, zal deze vaak zelf op zoek gaan naar zijn eigen antwoorden.

De
meeste
moderne
natuurmusea
zijn
overspoeld
door
levensgrote
knuffels,
interactieve
computerspelletjes,
speurtochten,
ballenbakken
en
giftshops.
Nog
voor
je
ergens
goed
naar
kunt
kijken
wordt
er
al
“kennis”
aan
je
opgedrongen.
Zo’n
museum
doet
er
alles
aan
om
er
voor
te
zorgen
dat
je
na
het
bezoek
zo
veel
mogelijk
reproduceerbare
feiten
kunt
opdissen.
Als
feiten
echter
niet
in
vruchtbare
aarde
vallen
zullen
ze
nooit
ontkiemen.
Kennis
zonder
verwondering
is
dor
en
steriel,
ze
zal
niemand
inspireren
en
is
hoogstens
geschikt
om
je
vrienden
mee
te
imponeren.

Er
was
een
tijd
dat
men
naar
een
natuurhistorische
musea
ging
om
zich
te
verbazen
over
de
enorme
verscheidenheid
van
de
natuur
en
over
onze
plaats
daarin.
Dat
men
kwam
kijken
naar
de
spullen
die
ontdekkingsreizigers
van
hun
verre
reizen
hadden
meegenomen
of
om
voor
het
eerst
het
skelet
van
een
walvis
of
een
dinosaurus
te
zien.
Hoewel
deze
tijd
misschien
ver
achter
ons
ligt,
is
er
nog
steeds
één
museum
dat
hieraan
doet
denken.
Het
fantastische
Galerie
de
paléontologie
et
d'anatomie
comparée
in
Parijs.
Dit museum ligt in de Jardin des Plantes en is een onderdeel van het Musée national d’histoire naturelle. Als een onderdeel van de wereldtentoonstelling van 1900, werd het in 1898 al voor het publiek opengesteld. Architect Frederic Dutert kreeg de opdracht om een gebouw te ontwerpen waarin de belangrijkste natuurhistorische collecties bewaard en aan het volk tentoongesteld konden worden. Deze collecties omvatten meer dan 1000 skeletten en kwamen uit 18e en 19e eeuwse expedities, de dierentuin van de Jardin des Plantes en de Cuvier gallerie. Het imposante gebouw is voor Franse begrippen bescheiden en bestaat uit slechts twee verdiepingen. Het geheel is uit steen en staal opgetrokken en vertegenwoordigt de geest van die tijd. De fraaie stalen spanten en grote trappen zijn exemplarisch voor de vroege Art Nouveau, terwijl de open ruimte en overzichtelijkheid van de indeling tegelijkertijd heel industrieel aan doen. Op de begane grond staan in een lange processie enorm veel grote skeletten achter elkaar. Volledig in lijn met de evolutieleer van die tijd, staat de mens voorop en lijkt hij de hele kudde met een opgeheven hand tot staan te brengen. De zaal wordt omringd met een lange rij vitrinekasten waarin schedels, afgietsels en anatomische modellen uit de vergelijkende anatomie worden tentoongesteld. Op de tweede verdieping bevindt zich de paleontologische afdeling en staan fantastische grote fossiele skeletten. De grote zaal is ongeveer 80 meter lang en heeft rondom grote ramen die een zee van natuurlijk licht in het museum laten. De bovenverdieping bevindt zich onder een grote glazen overkoepeling en heeft een speciaal balkon om de hele ruimte met vitrines vol fossielen van ongewervelde dieren. Als je de ruimtes voor het eerst betreedt lijkt het een chaos, een menagerie van skeletten, toch zit er een logica in de opbouw. Een orde die pas duidelijk wordt als je beter kijkt.

Ondanks
dat
de
tentoonstelling
in
de
grote
zaal
suggereert
dat
de
mens
de
absolute
heerser
over
de
natuur
is,
vertelt
het
fantastische
beeld
van
Frémiet
in
het
atrium
een
ander
verhaal.
Hier
valt
de
mens
ten
prooi
aan
zijn
evolutionaire
broer
en
wordt
hij
door
een
moordlustige
Orang-oetan
gewurgd.
Ook
buiten
aan
de
gevel
hangen
beelden,
waaronder
een
gigantisch
bronzen
beeld
van
een
paar
mensen
die
vechten
om
zich
een
krokodil
van
het
lijf
te
houden
(het
originele
beeld
waarvan
dit
is
afgegoten
staat
in
Musée
d’Orsay).
En
aan
het
begin
van
het
park
staat,
op
een
heuveltje
boven
een
fontein,
een
groot
beeld
van
een
leeuw
waarbij
je,
als
je
goed
kijkt,
kunt
zien
dat
er
onder
zijn
grote
voorpoten
nog
een
voet
van
een
mens
uitsteekt.
Men
zag
zichzelf
graag
als
heerser
van
het
dierenrijk,
maar
maakte
zich
geen
illusies
over
het
feit
dat
men
ook
aan
haar
ten
prooi
zou
kunnen
vallen.

Het
prachtige
Galerie
de
paléontologie
et
d'anatomie
comparée
is
een
tijdscapsule
en
herinnert
aan
het
era
van
de
grote
ontdekkingen.
Als
je
er
binnen
stapt
waan
je
je
in
1898
en
kun
je
je
goed
voorstellen
dat
een
nieuwe
ontdekking
het
hele
wereldbeeld
kon
veranderen.
Dat
die
hele
processie
van
leven
op
elk
willekeurig
moment
nog
van
plaats
zou
kon
wisselen.
Er
is
sinds
haar
oprichting
vrijwel
niets
aan
veranderd
en
ik
hoop
ook
dat
dat
nooit
zal
gebeuren.
Dit
prachtige
museum
heeft
absolute
topstukken
in
haar
collectie
en
dankt
zijn
waarde
aan
zijn
sterke
link
met
het
verleden.
Klik hier voor meer foto's van de Galerie de paléontologie et d'anatomie comparée.
Lees ook: Frémiet: Orang-oetan wurgt een wilde uit Borneo, Een dodo in parijs en Rue Buffon.


Geen reacties
Reageer: