Weblog

Museum für Naturkunde in Berlijn

Tuesday, 3 June 2025

museum fur naturkunde berlin 5-2025 1295Duitsland kent meerdere grote en mooie natuurhistorische musea, maar het museum in Berlijn is verreweg het grootst. Het heeft meer dan 30 miljoen specimen in collectie en ondanks dat er slechts 1 op de 5000 van wordt getoond, is het effect overweldigend. Het museum beslaat ruim 20.000 m² en heeft meerdere zalen met prachtig opgezette en unieke presentaties. Het is tevens één van de weinige musea waar ze naar mijn mening een goede balans tussen verwondering en educatie hebben gevonden. De tentoonstellingen worden hier niet ondergesneeuwd door interactieve displays en informatieborden, maar zijn thematisch zo ingedeeld dat de uitleg een onderdeel van de presentatie is geworden. Dit kun je vooral goed zien bij de expositie over het prepareren en opzetten van dieren.

 

museum fur naturkunde berlin 5-2025 1242museum fur naturkunde berlin 5-2025 1214museum fur naturkunde berlin 5-2025 1424museum fur naturkunde berlin 5-2025 1432Het museum is vooral beroemd vanwege het enorme skelet van een Giraffatitan, het grootste geprepareerde dinosaurusskelet ter wereld, het perfect bewaarde fossiel van een Archeopteryx en Tristan, het derde compleetste Tyrannousaurus-skelet ter wereld. De enorme collectie van het museum loopt helemaal terug tot 1700 en heeft uitzonderlijk veel unieke stukken en holotypen.   

 

museum fur naturkunde berlin 5-2025 1343museum fur naturkunde berlin 5-2025 1497museum fur naturkunde berlin 5-2025 1240museum fur naturkunde berlin 5-2025 1357Bij binnenkomst van het museum kom je uit op de dinosaurushal, waar het ruim 13 meter hoge en 22 meter lange Giraffatitan-skelet de ruimte domineert. Links daarvan ligt de mineralenhal, waar 4.500 van de 250.000 aanwezige mineralen in oude vitrinekasten worden gepresenteerd. Door het museum verspreid, liggen de vele zalen met  de rest van de collectie, waaronder ook de imponerende “natte” collectie. Net als in het Natural History Museum in Londen heeft men hier een glazen tempel waarin de collectie van hun specimen die op sterk water staan, wordt bewaard. Over een lengte van 12 km plankruimte staan hier 276.000 glazen potten met ethanol, het effect is overweldigend.

 

museum fur naturkunde berlin 5-2025 1447museum fur naturkunde berlin 5-2025 1455Tijdens mijn bezoek was er een speciale tentoonstelling over (opgezette) vogels, waaronder een fraaie verzameling opgezette papagaaien. Wat opviel was de hoge kwaliteit van alle tentoongestelde preparaten. Waar je in veel musea vaak mottige en verfomfaaide opgezette dieren ziet, zagen deze er uit alsof ze er voor hadden gekozen om niet te bewegen. Ze waren zo levensecht dat het effect verontrustend werd, alsof alles binnen de vitrines was bevroren en al dat leven slechts tijdelijk was stilgezet. Het viel me op dat bijna iedereen in deze zaal ging fluisteren. Het museum heeft verder ook nog een intieme tentoonstelling over het werk van Alfred Keller, een buiten Berlijn helaas veel te onbekende maker van vergrote schaalmodellen van insecten, die wat mij betreft tot de absolute top behoren van dit specialistische vakgebied.

 

Dit museum slaagt erin om voor ieder wat wils te bieden, geen kleine prestatie als je je realiseert hoe groot de concurrentie binnen de natuurhistorische museumwereld is. Sommige musea kiezen ervoor om alles hetzelfde te laten, zodat ze zich als tijdscapsule kunnen presenteren. Anderen willen zichzelf juist steeds weer vernieuwen, waardoor ze zich vaak bedelven onder gekleurde verlichting en interactieve computerspelletjes. Dit museum lukt het echter om hierbinnen een compromis te vinden.

 

Lees ook: Natuurhistorisch of natuurwetenschappelijk, het belang van goede geschiedschrijving binnen de natuurwetenschap en Natuurhistorische musea en oude collecties.

Klik hier voor meer foto’s van het Museum für Naturkunde in Berlijn en hier voor meer foto's van andere natuurhistorische musea en musea met oude collecties.

Zelfgemaakt mes no. 28 (Tulipan)

Tuesday, 3 June 2025

zgm 28 tulipan 5-2025 1942Dit mes heb ik gemaakt terwijl ik tegelijkertijd bezig was met het ontwerpen van een kris-mes. Omdat zo’n kris een behoorlijk complexe uitdaging is, wilde ik daar ruim de tijd voor nemen, in de tussentijd werkte ik aan dit, relatief eenvoudiger ontwerp.

 

Net als Aculeus en Tuti is Tulipan gebaseerd op een oosters mes. Ik wilde al langer een volledig zwart mes met een zeer slank lemmet maken, maar twijfelde erg over het materiaal van het handvat. Uiteindelijk heb ik voor waterbuffelhoorn gekozen, dit heeft niet alleen een mooie diepe kleur en glans, maar voelt ook prettig aan en is goed te vormen. 

 

zgm 28 tulipan 5-2025 1940zgm 28 tulipan 5-2025 1954zgm 28 tulipan 5-2025 1945zgm 28 tulipan 5-2025 1947Het hele mes is 28cm lang en heeft een 15cm lang lemmet. Dit dubbelsnedige lemmet is uit O2-staal van slechts 4mm dikte geslepen, het loopt uit in een slanke en scherpe snede en punt. Het is via mijn eigen procedé gezwart en heeft geen choil, de snede loopt door tot aan het handvat. Het handvat is gemaakt uit gezwart L6-staal, alpaca en buffelhoorn. Dit hoorn heeft een zogenaamde museum-pasvorm en is dus net iets dikker dan de ijzeren guard. Dit zorgt ervoor dat het door de tijd heen, als het krimpt of uitzet, geen scherpe randen bij de overgang geeft. Hoorn is een natuurproduct en heeft een eigen structuur. In de kern ervan zit vaak een lichte verkleuring. Door deze haaks op het handvat te houden, loopt deze tekening mooi over de kop en de buik van het handvat.

 

zgm 28 tulipan 5-2025 1951zgm 28 tulipan 5-2025 1955Dit handvat is gebaseerd op de vorm van een tulp en ligt erg prettig in de hand. De kromming, iets dikkere buik en slanke kop zorgen voor een goede pasvorm en complementeren de lijnen van het gebogen lemmet. Omdat hoorn weinig weegt en het lemmet slank is geslepen, is dit een heel licht mes geworden, het weegt slechts 168 gram.

 

De schede is gemaakt van eikenhout, het is met ijzerazijn gezwart en afgewerkt met cyano-acrylaat en henneptouw. Hij is met zwart fluweel gevoerd en weegt slechts 42 gram.

 

Klik hier voor meer foto’s van ZGM no. 28 (Tulipan) en hier voor meer foto’s van andere zelfgemaakte messen.

Foto’s op een begrafenisdienst

Tuesday, 3 June 2025

Afgelopen week was ik bij een begrafenis, niet van iemand uit mijn eigen kring, maar van iemand uit die van een collega. Zoals zo vaak werden er tijdens de dienst en tussen de sprekers door foto's uit het leven van de overledene op en scherm getoond. Foto's die van iedereen zouden kunnen zijn, foto's van een trouwerij, een verjaardag, een vakantie, foto's waarop mensen staan die van elkaar houden en hun leven delen. Voor iedereen in de zaal riepen die foto's emoties op, ook voor mij, want het is bijna onmogelijk om naar zulke foto's te kijken en je niet te realiseren dat we eigenlijk helemaal niet zoveel van elkaar verschillen als dat we vaak denken en dat ooit de tijd komt dat wij in zo'n setting waarschijnlijk ook een keer op zulke foto's zullen staan.

 

Wat me echter het meeste bijbleef was dat de begrafenisondernemer, die alles aan elkaar praatte en sprekers naar voren nodigde, expliciet niet naar die foto's keek. Hij zoog op zijn tandvlees en staarde onafgebroken naar buiten, zijn blik dwaalde niet een keer af naar het scherm. Iedereen heeft een aangeboren nieuwsgierigheid naar de levenswandel van anderen, ik had dan ook gedacht dat het vrijwel onmogelijk zou zijn om niet naar dergelijke foto's te kijken. Of deze desinteresse bij hem voortkwam uit een verzadiging van dat soort beelden of dat het juist een beschermingsmechanisme tegen ongewilde betrokkenheid was, weet ik niet, maar zijn uitdrukkingsloze blik naar buiten raakte me dieper dan de dienst zelf.

 

Lees ook: Cimitero monumentale di Staglieno in Genua, Dood en de afwas, Pit van verderf, Slopende ziekte en Mortsafe.

Kleurpatronen in blikken mengverf (4)

Saturday, 5 April 2025

serie verfblik 7verfblik 3-2025 160429verfblik 12-2024 130648verfblik 6-2024 173640verfblik 12-2024 111859

Lees ook: Kleurpatronen in blikken mengverf (1), (2) em (3).

Klik hier voor meer foto's van verfblikken.

Berkenzwam (Fomitopsis betulina)

Saturday, 25 January 2025

berkenzwam (fomitopsis betulina) 11-2019 0558In het Engels noemt men deze zwam birch bracket of razor strop. Hoewel de berkenzwam niet eetbaar is, werd hij vroeger wel veel voor andere doeleinden gebruikt, zoals voor het aanzetten of stroppen van scheermessen, waar hij dus zijn Engelse naam aan dankt. Het vruchtvlees werd gevuld met schuurpoeder waarna men er metaal mee kon polijsten. Het vruchtvlees werd ook onder de naam polyporus door entomologen gebruikt om insecten in op te spelden. Het gedroogde vlees van deze zwam kun je namelijk erg lang bewaren. Als dit vruchtvlees eenmaal goed is ingedroogd, is het niet alleen flink gekrompen maar ook te hard om nog met een mes te kunnen snijden. Het blijft echter in staat om water op te nemen en kan herhaaldelijk nat en droog worden zonder aan kracht te verliezen. De buisjeslaag kan bij een verse zwam makkelijk van het nog vochtige vruchtvlees worden gescheiden en daarna als spons worden gebruikt, het is zeer flexibel en neemt veel vocht op.

 

berkenzwam (fomitopsis betulina) 11-2019 0559berkenzwam (fomitopsis betulina)11-2024 1760De berkenzwam is, ondanks dat hij vrij groot kan worden en de vruchtlichamen kunnen overwinteren, toch maar eenjarig. Hij wordt tussen de 10 en 30 cm breed en zijn hele groei neemt slechts 3 tot 6 weken in beslag.  Ze produceren superlichte sporen die zich via de stratosfeer wereldwijd kunnen verspreiden.  De schimmel veroorzaakt bruinrot in het gezonde hout van een berk en zal de boom uiteindelijk doden. Op een gestorven boom kunnen daarna nog jarenlang berkenzwammen groeien. De jonge zwam breekt eerst als een kleine grauwwitte knol door de bast van de berk heen, waarna hij zich snel kussenvormig in de breedte ontwikkelt.

 

Lees ook: De echte tonderzwam en de onvermijdelijkheid van de zwaartekracht (Fomes fomentarius), Winterhoutzwam (lentinus brumalis), Het (on)gewone elvenbankje (Trametes versicolor), Spekzwoerdzwam (Phlebia tremellosa) en Zwam met blauwe vlekken: De blauwe kaaszwam (Cyanosporus caesius).

Fossiele schelpen aan de vloedlijn

Saturday, 25 January 2025

fossiele schelpen 1-2025 1919Het is niet zo dat je aan de schelpen langs de vloedlijn kunt aflezen welke slakken er momenteel in de Noordzee leven. Vaak liggen er schelpen van slakken die al honderden, zo niet miljoenen jaren geleden zijn overleden. Losgewoeld door een storm of sterke stroming worden deze oude schelpen uit de bodem omhoog gezogen en uiteindelijk tussen de veel jongere exemplaren op het strand gedeponeerd. Deze oeroude schelpen zijn lang niet allemaal fossielen. Relatief jonge schelpen bestaan nog steeds uit dezelfde materialen als waaruit de slak ze had opgebouwd, namelijk calciet en aragoniet. Als deze schelpen enkele honderden jaren onder het zand hebben gelegen, kunnen ze verkleuren. Bij een zuurstofrijke zandbodem kleuren ze onder invloed van ijzeroxiden vaak bruin, bij een zuurstofarme bodem verkleuren ze door zwavelverbindingen vaak donkerblauw tot zwart. Het zijn dan echter nog steeds geen fossielen, hun originele samenstelling is ongewijzigd. Je kunt dit controleren door ze tegen het licht te houden, dergelijke oudere maar nog niet fossiele schelpen laten nog steeds een heel klein beetje licht door. Bij de echte fossiele schelpen is de samenstelling  veranderd, deze schelpen hebben tienduizenden tot miljoenen jaren onder het zand gelegen en al hun aragoniet is vervangen door calciet. Dit maakt ze niet alleen een stuk zwaarder maar zorgt er ook voor dat er helemaal geen licht meer door de schelp kan schijnen. Veel van deze fossiele schelpen zijn wit, ze zijn vaak herkenbaar aan hun dikkere schalen en komen van slakken zoals kokkels die tijdens het Pleistoceen leefden en onze kusten er heel anders uitzagen.

 

Lees ook: Een mozaïek-woning van zandkorrels (lagis koreni), Storm Ciara, Schelpje op een sokkeltje van zand, Zeeschuim (Ossa sepia), Raups Shell Coiling Model, Kleine slangster (Ophiura albida), Bruin schuim aan het strand en Terugtrekkend water.

Een kistje voor Ulna (ZGM no. 7)

Saturday, 25 January 2025

kistje zgm 7 ulna 1-2025 1883Vanwege de lange en licht gekromde vorm van dit mes heb ik het Ulna gedoopt. Ulna is de Latijnse naam voor de ellepijp, het lange bot in onze onderarm dat van onze pink tot elleboog loopt en waar onze lengtemaat de el van is afgeleid.

 

kistje zgm 7 ulna 1-2025 1881kistje zgm 7 ulna 1-2025 1882kistje zgm 7 ulna 1-2025 1888kistje zgm 7 ulna 1-2025 1887Dit eenvoudige kistje is gemaakt uit berkentriplex en hardboard. In het kistje zit een frame waar het mes en de schede zijn ingeklemd en op de contactpunten van het mes en dit frame zitten stroken tuigleer. Het geheel is met Deense olie afgewerkt. Aan de binnenkant van het deksel zit een etiket met de specificaties van het mes en mijn naam en aan de buitenkant van het deksel een klein etiket met de naam van het mes.

 

Klik hier voor meer foto’s van dit mes, de schede en het kistje en hier voor meer foto’s van andere zelfgemaakte messen.

 

Lees ook: Zelfgemaakt mes no. 7 en Messchede voor mes 7.

Hoe een slang en een pelikaan hun bek zo ver kunnen openen en waarom ze niet stikken als ze een grote prooi doorslikken.

Thursday, 16 January 2025

roze pelikaan (pelecanus onocrotalus) 3-2023 DSC7068Zowel slangen als pelikanen zijn instaat om hun kaken fors te spreiden. De prooien die zij hierdoor kunnen vangen hebben vaak vele malen de diameter van hun hals en toch stikken ze niet als ze deze doorslikken.

 

Pelikanen hebben de langste snavels van alle vogels, hun bovenste snavel is lang en dun met een verharde nagel aan de punt, hun onderste snavel is flexibel en bestaat uit twee lange dunne onderkaakbotten en een grote rekbare zak. Die onderkaakbotten kunnen naar buiten buigen, waardoor het oppervlak van de onderkaak drastisch wordt vergroot. Normaal gesproken bewegen deze botten zich onder de druk van het water passief naar buiten als een pelikaan zijn bek opent, maar hij kan ze met behulp van zijn kaakspieren ook bewust openen. Als beide botten uit elkaar buigen, vormen ze samen met de flexibele keelzak de opening van een groot schepnet. Hierbij worden geen botten gedislokeerd en blijven beide onderkaakbotten via gewrichtsbanden aan elkaar verbonden.

 

Als een slang zijn bek opent, raken er ook geen botten gedislokeerd. Hun onderkaakbotten zijn echter niet, zoals bij de pelikaan, flexibel maar kunnen zich  in twee onafhankelijke delen splitsen. Hierdoor kan een slang, als hij een grote prooi wil doorslikken, zijn onderkaak erg ver uit elkaar strekken. Slangen worden hierbij geholpen door het os quadratum, het vierkantsbeen, dat een onderdeel vormt van het kaakgewricht. Dit bot verbindt de onderkaak via flexibele banden met de schedel, waardoor zij hun onderkaken bijna 180 graden open kunnen draaien. 

 

roze pelikaan (pelecanus onocrotalus) 3-2023 6397roze pelikaan (pelecanus onocrotalus) 3-2023roze pelikaan (pelecanus onocrotalus) 3-2023 7086roze pelikaan (pelecanus onocrotalus) 3-2023 7057De buidel van een pelikaan heeft geen veren, is erg goed doorbloed en is dankzij een complexe matrix van collageen zeer flexibel. Hij kan zijn bek dan ook als een prullenbak openklappen om in één hap een enorme hoeveelheid water of een grote prooi op te nemen. Als hij in het donker of in troebel water vist, geven zenuwuiteinden in zijn buidel aan hem door dat hij “beet” heeft, zodat hij zijn val kan sluiten. De pelikaan laat dan het water uit zijn buidel lopen en slikt zijn prooi door. Deze prooi heeft vaak een diameter die vele malen groter is dan die van zijn lange dunne nek, tocht stikt hij zelden. Dit komt omdat vogels op een andere manier ademen dan zoogdieren. Op de foto waarbij de roze pelikaan zijn bek heeft geopend is een opening in zijn bovensnavel zichtbaar. Dit is de choana, een gat dat zijn neusholte verbind met de achterkant van zijn verhemelte. Deze choana valt samen met de glottis, een opening aan de achterkant van de tong  die voor de luchtpijp ligt. Bij gesloten bek komt de lucht via de neus door de choana en door de glottis in de luchtpijp. Bij een geopende bek plaatst de glottis zich zo voor de luchtpijp dat deze niet wordt afgesloten en de pelikaan toch zijn prooi kan doorslikken, hierdoor kan hij zelfs blijven ademen als hij een grote prooi in zijn keel heeft.

 

Een slang heeft een dergelijke choana niet, toch kan ook hij gewoon blijven ademen als hij een grote prooi probeert door te slikken. Dit komt omdat een slang een trachea heeft waardoor hij ademt. Dit is een flexibele buis die overeenkomt met de glottis van de pelikaan. Als een slang een grote prooi in zijn bek neemt, beweegt hij deze buisopening eenvoudigweg naar voren zodat de prooi hem niet blokkeert en hij toch kan blijven ademen.

 

Net als bij de pelikaan moet de huid van de slang bij het doorslikken van een grote prooi natuurlijk flink kunnen uitrekken. Een slang heeft echter geen naakte huid, hij is overal bedekt met harde inflexibele schubben. Deze schubben zitten echter niet met hun hele oppervlak als nagels vast aan de huid, maar liggen als beweegbare dakpannen, die alleen aan de onderkant zijn bevestigd, over elkaar heen. Hierdoor kan de huid zonder dat de schubben dit belemmeren toch uitrekken. Een slang wordt hierbij geholpen door het feit dat hij naarmate hij groeit, vervelt en daarmee steeds weer een nieuwe bij zijn maat passende huid krijgt. 

 

Deze roze pelikanen zijn bij De Beekse Bergen gefotografeerd.

 

Lees ook: Koude vogelpoten, Waarom vogels met lange poten vaak op één poot staan en De hartslag van een goudhaantje (Regulus regulus).

Eekhoorns in het park en in de tuin (Sciurus vulgaris)

Wednesday, 15 January 2025

rode eekhoorn (sciurus vulgaris) 4-2016 8035Toen ik mijn foto’s van zoogdieren doorspitte op zoek naar een goede opname van een vos, viel me ineens op hoe weinig foto’s ik van eekhoorns heb, terwijl ik ze wel vaak genoeg zie. Ik kom ze echter zelden tot nooit tegen als ik mijn camera bij me heb. Als ik erop uit trek om te gaan fotograferen ga ik naar een natuurgebied, naar veld, bos of heide en daar zie ik dus maar zelden een eekhoorn. Wel zie ik ze regelmatig in de tuinen van de mensen die in de straat tegenover mijn werk wonen, in het park aan de rand van de stad waar veel mensen wandelen en bij de vele vakantiehuisjes die we hebben bezocht, dus bijna altijd in de buurt van mensen. En dat is raar, want ze worden niet gevoerd. Het is niet zo dat we massaal naar het park gaan om pinda’s en eikeltjes naar de eekhoorntjes te gooien, waarom lijken er daar dan juist toch zoveel te zitten? Of zou het zijn omdat de bomen daar verder uit elkaar staan en de ondergrond er kaal is, waardoor ze verplicht zijn om zich meer in de openheid te bewegen. Het zou best kunnen dat er in de bossen waar ik wandel ook veel eekhoorns zitten maar dat ze daar zelden uit hun beschutting of op de grond hoeven te komen en ik ze dus niet te zien krijg.

 

Deze rode eekhoorn is gefotografeerd in de bossen bij Oisterwijk, fluisterstil gleed hij over de takken, af en toe even stoppend om met gespitste oren om zich heen te kijken om daarna gelijk weer tussen de takken weg te schieten.