Niets aan het Justitiepaleis in Brussel is gewoon, zijn afmetingen, ontstaansgeschiedenis en ontwerp zijn allemaal uitzonderlijk. Het is tevens één van de weinige gebouwen waar ik met open mond heb rondgelopen, waar ik van de één in de andere verbazing viel en waar ik sterk het gevoel kreeg dat het eigenlijk niet voor mensen was gemaakt.
Om maar met de afmetingen te beginnen, het is groter dan de Sint Pieter in Rome en één van de allergrootste bouwwerken ter wereld. Het beslaat meer dan 26.000 m², heeft een 104 meter hoge koepel en funderingen tot op 28 m diepte. Het hele gebouw heeft meer dan 1.500 deuren en naar verluid weet bijna niemand precies hoe het er van binnen uitziet.



Toen men halverwege de 19e eeuw besloot dat er een nieuw, beter en groter justitiepaleis moest komen dan wat er destijds in een oud Jezuïetenklooster huisde, schreef men een internationale ontwerpwedstrijd uit. Niemand won, dus gaf men de opdracht aan Joseph Poelaerts, één van de juryleden die toevallig ook vrijmetselaar was. Men besloot zijn ontwerp op de Galgenberg te bouwen, de plaats waar men eeuwenlang misdadigers ophing. Een deel van de volksbuurt de Marollen moest voor het nieuwe gebouw wijken.
Poelaerts ontwierp het nieuwe justitiepaleis in een eclectische neoclassicistische stijl, waarbij hij probeerde de absolutie overmacht van het gerechtelijke apparaat over het gewone volk te visualiseren. En daarin is hij ook geslaagd, het gebouw torent boven Brussel uit en staat symbool voor de afstandelijkheid en onverzettelijkheid van de ambtelijke macht. Momenteel kom je er via de kleine restauratie-ingang binnen, na een tassencontrole loop je aan op de het 39 meter hoge centrale portiek en wordt je ineens geconfronteerd met de echte afmetingen van het gebouw. Na het oplopen van de lange trap kom je uit op de beroemde “Salle des pas perdus”, de zaal van de verloren stappen. Hier wordt pas echt de grandeur van het gebouw en wellicht het genie, of de waanzin van zijn architect duidelijk. Deze gigantische zaal is 3.600 m² en geeft je onherroepelijk het gevoel onbetekenend te zijn. Tegen de zijmuren staan kleine bureaus, waar ambtenaren op fluistertoon hun werk verrichten en waar burgers op bankjes in stilte op hun beurt wachten. Omhoog kijkend lijkt er geen einde te komen aan het aantal zuilen, trappen en galerijen. Het is alsof Poelaerts in een droom van creatieve waanzin een oneindig aantal architectonische elementen op elkaar heeft gestapeld. De ruimte voelt tegelijkertijd als een tempel, een kathedraal en een gevangenis, gemaakt voor reuzen. Geniaal en onmenselijk tegelijkertijd.



Je kunt makkelijk in het gebouw verdwalen, gang na gang kom je niemand tegen. Af en toe staan er op een kruising van gangen borden met gekopieerde plattegronden, zodat bezoekers en werklui nog enig grip kunnen houden op waar ze zich bevinden. Maar naar verluid weet niemand er echt de weg. Een architectenbureau wat destijds de koepel had gerestaureerd had tevens de opdracht gekregen om het gebouw op te meten en in kaart te brengen. Na ruim twee jaar werk bleek men uiteindelijk het wachtwoord van de computer, waarin alle gegevens waren opgeslagen, kwijt te zijn. Momenteel probeert de Belgische Regie der Gebouwen de ruim 800 originele bouwplannen naar één tekening terug te brengen, dus wie weet, misschien komen we er ooit nog wel eens achter waarom er achter sommige deuren in het paleis een blinde muur staat.
Klik hier voor meer foto's van het Justitiepaleis in Brussel.
Lees ook: Ambtenarij in de steigers en Power corrupts.