Voor mijn dertigste mes wilde ik graag een keer een dolk maken. Een dolk is namelijk een stuk complexer om te maken dan een mes. Bij een mes hoeven maar twee snijvlakken gelijk te zijn, bij een dolk vier, daarbij valt het meteen op als deze vlakken niet precies symmetrisch zijn. Dit is ook mijn eerste mes dat niet met epoxy is verlijmd en dat ten alle tijden uit elkaar gehaald kan worden en waarbij de hele pommel (en dus niet alleen een losse pommel-schroef die daar doorheen gaat) als bevestigingsschroef fungeert.

Bij het ontwerp ben ik volledig uitgegaan van het stuk A2-staal dat ik overhad van mijn 29e mes, Keris hujan. Het ontwerp van het lemmet en het formaat van deze dolk zijn volledig gebaseerd op de dimensies van dit reststuk. Vanaf het begin was het dus al duidelijk dat dit een relatief kleine en slanke dolk moest worden. Hoewel de guard en de pommel doen denken aan die van enkele historische dolken zijn ze wel qua vorm aangepast naar het ontwerp van deze dolk. Beide zijn gemaakt uit een plaat zachtstaal van 14 mm dik. Dit limiteerde niet alleen hun maten maar bepaalde ook hoe dik de hele dolk kon worden. Ik wilde dat het ontwerp historisch accuraat zou aanvoelen maar tegelijkertijd ook uniek zou zijn.
De holgeslepen snijvlakken van het lemmet beginnen, vanaf iets voor het einde van de ricasso, met een zachte curve waarna ze elkaar, naar de punt toe, in het midden raken. Dit zorgt ervoor dat de beide snijvlakken aan de zijkanten van het mes ook langzaam naar elkaar toe krommen en elkaar op ca 1/3 van de lengte van het lemmet raken en overgaan in de daadwerkelijke snede. De eerste helft van het lemmet loopt, vanaf de ricasso bezien, recht terwijl de laatste helft zich naar de punt toe kromt. Het lemmet heeft een distale taper, een dikte afname, waarbij het bij het gevest een stuk dikker is en naar de punt toe geleidelijk afneemt. Dit zorgt voor een betere balans en betere penetratie en snij-eigenschappen. De lange angel heeft een rechthoekige doorsnede waardoor de guard en spacers niet kunnen verdraaien. De laatste paar centimeters zijn rond en naar M5 schroefdraad getapt.
De guard heeft net als het mes een rug en knikt naar de zijkanten weg. De armen buigen iets omhoog en eindigen in een driehoekig schildje. De onderkant van de guard gaat van vrijwel rechthoekig over in een ovaal, waardoor de onderkant van de armen twee lange driehoeken vormen met de punten aan de uiteinden. De guard gaat over in een ovale roestvrijstalen spacer die over de omtrek een ondiepe geul heeft. Boven en onder deze brede spacer zitten twee dunne alpaca spacers die net wat kleiner zijn. Op deze manier lopen de contouren vanaf de guard, via de spacer mooi over in de lijnen van het handvat en bieden de iets inspringende alpaca spacers wat extra reliëf, kleur en grip.

Het houten handvat is van Wenge, deze tropische houtsoort heeft een mooie tekening, maar is moeilijk te bewerken. Het is extreem hard en heeft vaak diepe poriën. Omdat het gereedschap snel bot maakt en er altijd een risico bestaat dat je tijdens het bewerken wat splinters uit het hout trekt, kun je het na het grof in vorm gebracht te hebben het beste met ijzervijlen en schuurpapier afwerken. Dit stuk hout heeft, net als het lemmet en de guard, een rug over de lengte en gaat vanaf de spacer via een holle kromming over in een lichte bolling naar de pommel. Het houten handvat heeft een museumpasvorm en is dus net iets breder dan de alpaca spacer en de pommel. De kleur en tekening van dit hout zijn erg gevoelig voor welke afwerking je kiest. Ik had wat testjes gemaakt met Tung-olie, Deense olie, Cyano-acrylaat en Renaissance-was. Het bleek dat de meeste afwerkingen de lichte lijnen in het hout aanzienlijk verdonkerden, waardoor het contrast van de tekening sterk afnam. Alleen bij een afwerking met enkele dunne lagen Renaissance-was bleven kleur en tekening goed behouden.



De vorm van deze pommel is gebaseerd op die van de oude vissenstaart-pommels, zoals die vroeger bij veel dolken en zwaarden werden toegepast. Hier is het middelste gedeelte van de staart echter niet net zo dun als de vleugels maar vormt dit een ronde knop, die als een kop boven de zijarmen staat. Hierdoor lijkt de pommel wat meer op een gewrichtsknook en ontstaan er twee geulen die over de armen heen lopen en naar de middenrug buigen die vanuit het lemmet via de guard en het hout de centrale symmetrielijn van de dolk vormen. De pommel heeft ook een twee keer zo dikke alpaca spacer als die er onder de guard zit, deze loopt echter gelijk aan de contouren van de pommel en springt dus niet in. In de pommel zit centraal in het miden een lang gat dat naar M5 schroefdraad is getapt. Aangezien de vleugels van de pommel evenwijdig moeten staan aan die van de guard en je de pommel aan de angel vastschroeft en daarmee het hele mes bij elkaar houdt, moet het houten handvat precies lang genoeg zijn om de pommel er stevig én onder de juiste hoek op te kunnen schroeven. Als dit houten handvat net iets te kort of te lang is, kun je de pommel geen hele halve slag verder draaien en staat hij dus uit het lood. Als na lange tijd het hout iets krimpt of uitzet kan het dus ooit nodig zijn om een schuurpapiertje een aantal keer over de kopse kant van het hout te halen om weer de juiste klemming te verkrijgen. De lengte van het schroefdraad heeft speciaal hiervoor een aanzienlijke veiligheidsmarge gekregen.
Deze dolk is vernoemd naar de Amerikaanse slangenhalsvogel Anhinga. Een aalscholverachtige vogel uit de warmere streken van Amerika. Deze vogel jaagt op vissen die hij aan zijn scherpe, dunne snavel spietst. De Braziliaanse Tupi-indianen noemen hem Aninga, wat zich laat vertalen als duivels-, of slangenvogel.
Het lemmet is 20,7 cm lang en bij de ricasso 6,3 mm dik. De hele dolk is 33,5 cm lang en weegt slechts 243 gram. De dolk bestaat uit 7 losse delen en is, als je de pommel losschroeft, uit elkaar te halen.
Klik hier voor meer foto’s van ZGM no. 30 Aninga en hier voor meer foto’s van andere zelfgemaakte messen.
Lees ook: Zelfgemaakt mes no. 29 (Keris hujan – de regenkris) en Zelfgemaakt mes no. 22 (Corax).