In
Brussel
staat
het
op
twee
na
grootste
natuurhistorische
museum
van
Europa.
Het
staat
terecht
bekend
als
het
dinosaurusmuseum.
Niet
alleen
heeft
het
de
grootste
zaal
ter
wereld
die
exclusief
aan
dinosaurussen
is
toebedeeld,
maar
het
bezit
ook
30
nagenoeg
complete
Iguanodon
skeletten.
Het
museum
vindt
zijn
oorsprong
in
de
18e-eeuwse
collectie
van
de
Oostenrijkse
Habsburger
Karel
van
Lotharingen.
Zijn
privécollectie
bestond
uit
fossielen,
insecten,
opgezette
dieren
en
skeletten
waaronder
die
van
een
walvis
en
een
Neanderthaler.
Deze
collectie
werd
in
1802
voor
het
eerst
in
het
Musée
Bruxelles
getoond.
In
1846
nam
de
staat
dit
museum
over
en
werd
de
politicus
en
wetenschapper
Bernard
du
Bus
de
Gisignies
diens
eerste
directeur,
tevens
veranderde
men
de
naam
naar
Museum
voor
Natuurwetenschappen.
De
Gisignies
doneerde
dat
jaar
als
dank
2474
opgezette
vogels
uit
zijn
eigen
collectie.



In
1860
verkreeg
het
museum
meerdere
walvisskeletten,
die
bij
opgravingen
in
Antwerpen
werden
gevonden
alsmede
het
complete
skelet
van
een
enorme
Mammoet.
Dit
skelet
is
momenteel
het
grootste
mammoetskelet
in
België.
Destijds
was
zo’n
skelet
alleen
te
bezichtigen
in
het
museum
in
Sint
Petersburg.
In
1878
deed
men
een
vondst
die
de
paleontologie
en
de
museumwereld
op
zijn
kop
zette.
Diep
in
een
kolenmijn
bij
Bernissart
vond
met
38
skeletten
van
Iguanodons,
waarvan
er
30
naar
het
museum
gingen.
Tussen
1889
en
1891
werd
het
museum
van
zijn
oorspronkelijke
locatie
bij
het
paleis
van
Karel
van
Lotharingen
naar
zijn
huidige
locatie
bij
het
Leopoldpark
verplaatst,
waar
het
in
1891
door
koning
Leopold
II
werd
geopend.
Momenteel
heeft
het
museum
ruin
37
miljoen
stukken
onder
haar
beheer
en
beslaan
de
gebouwen
zo’n
3000
m².

De
indrukwekkende
display
van
Iguanodons
wordt
momenteel
herzien.
De
botten
worden
stuk
voor
stuk
van
hun
stalen
frame
gehaald
en
op
een
later
moment
na
onderzoek
weer
samengevoegd.
Deze
skeletten
werden
oorspronkelijk
allemaal
rechtopstaand
gepresenteerd.
Recent
onderzoek
leert
echter
dat
Iguanodons
hoogstwaarschijnlijk
niet
op
twee
maar
vier
poten
liepen.
Bij
één
skelet
heeft
men
deze
houding
nu
aangepast.
Het museum heeft veel te bieden. Als je alles goed wilt zien, moet je daar ruim een dag voor uittrekken. Net als de meeste natuurhistorische musea lijkt het echter te worstelen met zijn imago. Enerzijds heeft het absolute topstukken en enkele prachtige historische displays, anderzijds wil het graag modern en up-to-date overkomen. In de zoektocht naar meer bezoekers en patronages heeft het museum compromissen gesloten die er nu voor zorgen dat het geen uniforme identiteit meer uitstraalt. Het blijft een losse verzameling van zalen en presentaties die geen sterke indruk achterlaten.



Net
als
bij
de
meeste
musea
kun
je
hier
niet
meer
om
de
nadrukkelijke
aanwezigheid
van
interactieve
computerschermen
en
gekleurde
verlichting
heen.
Dankzij
een
recente
modernisering
worden
veel
stukken
in
dit
museum
nu
ineens
“creatief”
verlicht.
Net
als
een
cabaretier
die
zich
zorgen
maakt
over
de
inhoudelijke
kwaliteit
van
zijn
performance
en
daardoor
buitensporig
veel
aandacht
aan
zijn
presentatie
geeft,
hoopt
men
op
deze
manier
wat
extra
dramatiek
toe
te
voegen
en
het
museum
aantrekkelijker
te
maken
voor
de
bezoekers.
Of
zoals
ze
het
zelf
zo
treffend
zeggen:
“het
is
nu
een
levendig
museum,
waar
je
met
je
kinderen
op
een
regenachtige
middag
naar
toe
kunt”.
Lees ook: Missiemuseum Steyl, Natura Docet in Denekamp, Het Natuurhistorisch in Rotterdam, Rijksmuseum Boerhaave in Leiden en Natuurhistorische musea en oude collecties.
Klik hier voor meer foto's van het Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel.
Klik hier voor foto’s van diverse natuurhistorische musea uit 7 verschillende landen.
Geen reacties
Reageer: