Lees ook: Meeldraad en Semper Augustus.
“Goedemiddag meneer, wat is uw mening over het feit dat de publieke omroepen zendtijd verliezen?”
Terwijl ik nietsvermoedend met een boterham met kaas in mijn mond naar een paar overvliegende duiven keek, werd ik ineens vanuit links getrakteerd op een vraag. Het duurde even voor ik hem begreep, maar daarna moest ik toegeven dat ik er geen mening over had. Ik had er zelfs nooit eerder over na gedacht. Behulpzaam als de enquêtrice was, probeerde ze me van achtergrondinformatie te voorzien in de hoop alsnog een mening uit me te krijgen. Terwijl ik de boterham wegslikte, legde ik haar beduusd uit dat ik eigenlijk niet zo vaak televisie kijk. Maar ze liet zich niet uit het veld slaan, ze moest en zou een mening (en handtekening) hebben. Terwijl ik verontschuldigend wegliep had ze me echter wel aan het denken gezet, ik had ergens geen mening over en ik vond het heerlijk!
Het maakt niet uit over welk onderwerp het gaat maar het lijkt tegenwoordig wel of iedereen altijd overal een mening over heeft. Het niet hebben van een mening staat in Nederland gelijk aan het hebben van een ernstige overdraagbare ziekte.
Als Nederlanders aan één hoofdzonde schuldig zijn is het wel aan hoogmoed. Zelfoverschatting maakt dat elke Nederlander het altijd beter weet dan een ander. Deze arrogantie zorgt dat we zelden iets van een ander aannemen, iedereen tegenspreken en altijd vinden dat wij gelijk hebben. Wat dat betreft mogen nog we wel wat nederigheid leren.
Deze film heb ik al meerdere malen gekeken, hij behoort dan ook tot mijn klassieken. Hoewel je er veel op kunt aanmerken blijft hij fascineren. Toen ik hem als jongetje voor de eerste keer zag maakte hij diepe indruk. Ik kon me goed voorstellen dat je als enig levend wezen door een verlaten stad zou dwalen, dat je in elk huis kon kijken en alles kon doen en laten wat je wilde. Dat je, zolang het licht was, heer en meester was van alles wat je zag. Maar ik kon me ook goed voorstellen dat je jezelf tegen de nacht zou insluiten, tegen de angst die het donker meebrengt. Dat je alles hebt maar niemand om mee te delen, tegelijkertijd vrij en gevangen.
En alle kritiek ten spijt, deze gevoelens weet de film nog steeds goed over te brengen. Charlton Heston speelt een wetenschapper die als enige een chemische oorlog heeft overleefd. Hij is letterlijk de laatste man op Aarde. Alle andere mensen zijn dood of veranderd in bleke zombies die alleen nog ’s nachts naar buiten komen. Als laatste vertegenwoordiger van de oude wereld wordt hij tijdens het donker met middeleeuwse middelen belegerd. Hij heeft weinig hoop dat zijn wereld ooit nog zal veranderen, tot hij tijdens één van zijn tochten door de verlaten stad ineens een paspop ziet bewegen.
Zuid-Korea bouwt langzaam aan een sterk oeuvre van films waarbij ze op het gebied van horrorfilms Japan zelfs naar de kroon steken. Deze film uit 2003 is door Kim Jee-woon geschreven en geregisseerd.
Een vader neemt zijn dochters vanuit een ziekenhuis mee terug naar hun ouderlijk huis, daar worden ze geconfronteerd met een pijnlijk verleden. Hun verblijf in het huis wordt gedeeld met een alom aanwezige stiefmoeder die hen continu op de huid zit.
Tijdens de eerste helft van de film is niet direct duidelijk welke kant het verhaal opgaat, langzaam nemen de onrust en frustraties toe en voel je dat er zich een climax opbouwt. Het is duidelijk dat de oudere zus het steeds voor de jongere opneemt en dat de stiefmoeder zich op een panische manier binnen het gezin probeert in te dringen. Halverwege de film vallen veel van de puzzelstukjes samen en kun je eerdere scenes beter met elkaar in verband brengen.
De hele constructie van de film zit goed in elkaar. Het plot en de schrikeffecten zijn dan weliswaar niet vernieuwend, de fantastische acteerprestaties en de effectieve cinematografie zorgen voor voldoende kippenvel- momenten. A Tale of Two Sisters is een stijlvolle en complexe horrorfilm waarbij de atmosfeer en spanningsopbouw het zelfs winnen van de schrikeffecten.
Terwijl ik van mijn werk naar huis loop zie ik een klein meisje dat haar vader bij de hand heeft. Zij loopt aan één stuk tegen hem te kletsen. De vader heeft blijkbaar haast want hij loopt sneller dan het meisje, om de paar passen moet ze een klein sprongetje maken om hem bij te houden. Ze lijkt het niet erg te vinden. De vader heeft in zijn andere hand een mobieltje. De duim van zijn rechterhand vliegt over het schermpje. Af en toe kijkt hij even op om te zien waar hij loopt.
Iedereen kent de afweging tussen dringend en belangrijk. Belangrijke zaken kun je vaak nog wel plannen, dringende zaken komen echter altijd ongelegen, ze dringen voor. Helaas betekent dat wel dat we bijna fulltime met dringende zaken bezig zijn en dat de belangrijke steeds vaker blijven liggen. Als je vandaag de dag wilt dat iemand ergens aandacht aan besteed moet je het dringend maken. Zet er een deadline op, zorg dat het voorrang krijgt.
Hoewel het altijd al moeilijk is geweest om goed prioriteiten te stellen, maakt veel nieuwe techniek het er niet makkelijker op. Alles schreeuwt om directe respons. Een mail wordt binnen het uur beantwoord, een brief pas na een maand. Met zo veel dingen die om aandacht schreeuwen lijken we soms te vergeten wat belangrijk is. We stellen geen prioriteiten meer maar reageren, direct en onbewust, op een prikkel die in plaats van via onze hersenen via ons ruggenmerg loopt. Een onwillekeurige beweging die dringend boven belangrijk plaatst.
De Argentijnse film La Antena van Esteban Sapir werd in 2007 tijdens de opening van het Internationale Filmfestival van Rotterdam voor het eerst getoond, sindsdien heeft hij een kleine maar trouwe schare van bewonderaars opgebouwd.
La Antena is een ode aan de stomme film. In surrealistische zwart-wit beelden schetst ze een verhaal van onderdrukking en religie. De film is een feest voor het oog maar door zijn specifieke beeldentaal bedoeld voor een beperkt publiek, La Antena richt zich op cinefielen.
In de stad zonder stem maakt niemand zich druk over de stilte. Mr. TV controleert de enige persoon met een stem en bepaalt wat iedereen ziet en hoort. Als een totalitaire tiran hypnotiseert hij de stad en dwingt hij iedereen zijn voedsel te eten. Als hij echter ook nog eens iedereens woorden probeert te stelen komen een tv-reparateur, zijn jonge gestigmatiseerde dochter en een blinde jongen in opstand.
Liefhebbers van de stille cinema zullen makkelijk de vele verwijzingen naar Frits Lang en George Meliés herkennen. De film doet ook denken aan het vroege werk van Dali en Buñuel en sommige beelden zijn buitengewoon hypnotiserend. Esteban Sapir heeft zich bewust beperkt tot de beeldentaal van de stomme film maar weet daar goed mee te spelen, zo gebruikt hij de teksten van de dialogen als grafisch element. In La Antena hangen de woorden letterlijk aan iemands lippen. Door ze met het beeld te laten veranderen, worden ze een onderdeel van de scene en verandert de film in een bewegende poster. Het nadeel hiervan is wel dat de aandacht meer bij dit beeld dan bij het verhaal ligt, ondanks enkele spookachtige close-ups komen de personages zelf niet echt tot leven. Net als de stad zelf blijven ze pop-up karakters in een vouwboek. En laat dat nou net de bedoeling van Sapir zijn.
Vroeger fotografeerde men veel minder. Men maakte foto’s van belangrijke gebeurtenissen en momenten, drukte deze af en plakte ze in albums of stopte ze in lijstjes. Fotograferen kostte moeite én geld, men bewaarde de gemaakte foto’s dan ook trouw. Nu fotografeert men meer dan ooit. Dankzij de mobiele telefoon wordt alles gedocumenteerd. Toch worden veel foto’s nu om andere redenen gemaakt dan vroeger. Men maakt haast geen foto’s meer van een mooie berg, een interessant gebouw of een bijzondere gebeurtenis als dit niet ook direct iets verteld over de persoon die de foto maakt. Via de sociale media laat men zien waar men is en wat men doet. Bijna alsof men aan een autobiografie werkt of een zelfportret maakt. Kijk eens wat ik zie, kijk eens waar ik ben, kijk eens wat ik doe... Het lijkt er sterk op dat één van de redenen waarom de sociale media zo’n enorme opmars maken, ligt in het feit dat men ongebreideld zijn ego kan voeden. Men heeft nu de kans om zijn eigen persona te verzinnen en daar een passend verhaal bij te vertellen, een verhaal dat vrijwel uitsluitend gaat over hoe iemand wil dat een ander hem ziet.
 2012_200.jpg)
Kiezelkrabben zijn kleine kogelronde krabben. Voor onze kust komen oa de Ruwe-, Gladde- en Kleine kiezelkrab voor. Randallia eburnea heeft, net als de meeste soorten uit deze familie, enkele tanden op het achterlijf en lange dunne scharen. Ze komen op 100 tot 150 meter diepte voor op de zandbodems bij de Filipijnen.
Lees ook: De heremietkreeft.
In Logan’s Run bestaat de toekomst uit gekleurde panties en synthesizer-fluitjes. Genot ligt om de hoek en iedereen amuseert zich kostelijk, het is een utopisch beeld uit de seventiger jaren, hip en sexy. Deze bordkartonnen samenleving bevindt zich onder een paar grote koepels en kent één belangrijke regel: niemand wordt ouder dan dertig jaar. Diegenen die zich niet vrijwillig willen laten “vernieuwen” proberen te vluchten en worden opgejaagd en gedood door de zandmannen, een speciale politiemacht die ervoor moet zorgen dat iedereen zich netjes aan de regel houdt. Er blijken echter toch mensen te zijn die zich aan deze samenleving weten te ontworstelen en hun toevlucht zoeken in het geheime Sanctuary. Zandman Logan krijgt de opdracht om de stad te verlaten en dit toevluchtsoord te vernietigen. Hiervoor doet hij zich voor als een “runner” en neemt hij de mooie Jessica 6 op sleeptouw. Buiten de stad wacht hem een nieuwe wereld, die hem voor het eerst in zijn leven aan het denken zet.
In de toekomstige wereld van Logan’s Run verliest alles na zijn jeugd ook zijn glans, de samenleving zit er niet te wachten op moeilijke vragen of vooruitgang, ze is slechts geïnteresseerd in een zo lang mogelijk continueren van de status quo. Als dat makkelijker gaat met hedonistisch ingestelde jongeren, schakel je de ouderen in de maatschappij toch gewoon uit. In de dystopie uit het boek (W. F. Nolan en G. C. Johnson 1967), waar deze verfilming op is gebaseerd, ging men zelfs nog een stapje verder, daar werd je al op je 21e vernieuwd.
Logan wordt gespeeld door de toenmalig bekende acteur Michael York en Jessica 6 door Jenny Agutter. Beiden weten de aandacht goed bij het verhaal te houden. Hoewel de film er in 1976 waarschijnlijk heel futuristisch uitzag doet hij nu gedateerd aan, de maquettes zijn heel overtuigend maquettes en de special effects heel overtuigend effects. Toch doet dat niets af aan de kracht van de film, het is terecht een klassieker. Ondanks dat velen deze film nu waarderen vanwege zijn bordkartonnen uiterlijk blijft hij toch ook overeind vanwege het verhaal en de vertolking.
Nu Hollywood haar inspiratie al decennia lang is opgedroogd kun je er donder op zeggen dat het niet lang meer zal duren voor men ook hier een blockbuster remake van maakt. Maar je kunt je afvragen of state of the art effects hier wel een betere film van kunnen maken. Sommige dingen werken, juist omdat ze er precies zo uit zien als de tijd waarin ze zijn gemaakt.
Deze thriller heb ik noodgedwongen in twee delen moeten kijken, maar hij kroop zo onder mijn huid dat ik er in de tussenliggende dag steeds aan moest denken. De film volgt twee gezinnen en een politieagent. Als er twee jonge meisjes verdwijnen, leiden de sporen al snel naar een geestelijk gehandicapte jongen. De politie kan echter geen bewijzen tegen hem vinden en besluit hem te laten gaan. De vader van één van de meisjes kan dit niet accepteren en overtuigt als hij is van de schuld van deze introverte man neemt hij het recht in eigen handen.
Het sterkste punt van deze film zijn de acteerprestaties. Hugh Jackman speelt Keller Dover, de vader van één van de meisjes en laat gelijk zien dat hij ook zwaardere kost dan Wolverine aan kan. Hij speelt zijn rol met overtuiging en diepgang. Gaanderweg ga je jezelf echter afvragen hoe ver jij in zijn positie zou gaan. De politieagent wordt neergezet door Jake Gyllenhaal (Source Code 2011) die hier één van de beste rollen uit zijn carriere speelt, maar de show wordt gestolen door Paul Dano, hij speelt Alex Jones de verdachte zwakzinnige zo geloofwaardig dat je hem soms niet aan kunt kijken.
Het is een vrij lange film die echter elke minuut spannend blijft. Er wordt flink met het tempo gespeeld, sommige scenes kunnen je niet vlug genoeg voorbij zijn en andere voelen tergent langzaam aan. Het effect is dat je continu met je hoofd bij het verhaal blijft en de 153 minuten voorbij vliegen.