Weblog

Bospiraat (Piratula hygrophila)

Saturday, 26 April 2014

bospiraat (Pirata hygrophilus) 4-2014 8785bospiraat (Pirata hygrophilus) 4-2014 8786In Nederland komen meerdere piraat-spinnen voor. Zo kennen we oa de Grote piraat, Kleine piraat, Poelpiraat, Veenpiraat, Heidepiraat en de Bospiraat. Het zijn wolfspinnen die zich hebben aangepast aan natte omgevingen. Ze jagen in moerasgebieden op de moslaag en op het wateroppervlak. Ze hebben speciale haren op hun poten waardoor ze heel bedreven over water kunnen rennen en vangen daar insecten die net onder het oppervlak hangen. Ze maken gesponnen woonbuizen die tot op of net onder het wateroppervlak hangen. De vrouwtjes duwen hun eicocon in deze woonbuis regelmatig naar boven om ze in het zonlicht te verwarmen terwijl zij zelf beneden in de koelte blijven.

 

De Bospiraat (piratula hygrophila) wordt tussen de 4,5 en 6,5 mm groot en is heel algemeen,  je komt ze van mei tot augustus op allerlei natte plekken tegen. In tegenstelling tot de andere piraat-spinnen, die meer een voorkeur voor zonbeschenen plekken hebben, kom je de bospiraat ook op beschaduwde plaatsen tegen. In 2012 werd het geslacht Pirata opgesplitst in Pirata en Piratula, waardoor de Piraatwolfspinnen over twee genera werden verdeeld. De Piratula-soorten hebben een pro-laterale stekel op tibia 1, die bij Pirata ontbreekt. Zo werd Pirata hygrophila Piratula hygrophila.

Gewone staartspin (Textrix denticulata)

Thursday, 24 April 2014

gewone staartspin (Textrix denticulata) 4-2014 8757gewone staartspin (Textrix denticulata) 4-2014 8762De gewone staartspin (Textrix denticulata) lijkt qua uiterlijk en gedrag sterk op een wolfspin. Net als de jagers van die familie rent hij snel over de bodem, hij is echter als trechterspin te herkennen aan de twee verlengde spintepels op zijn achterlijf. Er komen in Europa drie Textrix-soorten voor, waarvan deze de algemeenste is. De vrouwtjes maken een buisvormig schuilhok tussen stenen en muren of op lage vegetatie waarvan de opening een bredere kraag van spinsel heeft. De lensvormige grote cocon wordt in deze woonbuis gemaakt. De volwassen mannetjes maken geen web, deze zie je vaak op boomstammen of de grond jagen. Bij de paring streelt het mannetje het vrouwtje net zolang totdat zij in een voor trechterspinnen kenmerkende  verstarring komt. Het vrouwtje kan tot een uur na de paring in deze toestand blijven. Als deze spinnen worden belaagd en ze niet kunnen ontsnappen zullen ze zich schijndood houden in de hoop hun belager af te schrikken. De gewone staartspin wordt zo’n 6 a 7 mm groot en komt soms ook binnenshuis voor. 

Vuurlibel (Crocothemis erythraea)

Wednesday, 23 April 2014

vuurlibel (Crocothemis erythraea) 5852Deze vuurrode libel wordt vaak met de bruinrode heidelibel en zwervende heidelibel verward. De vuurlibel (Crocothemis erytraea) heeft echter een breder afgeplat achterlijf, rode poten en is veel zeldzamer. De mannetjes hebben een kenmerkende lakrode kleur, de vrouwtjes zijn met hun geelbruine lichaam een stuk minder opvallend. Het is een Zuidelijke soort die zich langzaam naar het Noorden uitbreidt. Je vindt ze bij kleine ondiepe voedselrijke wateren van Noord-Afrika en het Middellandse zeegebied. In Nederland is het echter nog steeds een zeldzame soort, alhoewel ze sinds 2009 steeds vaker worden aangetroffen. Het afgebeelde exemplaar is bij Leersum op de Utrechtse heuvelrug gefotografeerd. Ze hebben vaak een uitkijkpost op een kale tak of rietstengel en keren daar regelmatig naar terug. 

Koekoeksspog

Monday, 21 April 2014

schuimbeestje (Philaenus spumarius) 5089Koekoeksspog, koekoeksspuug of koekoeksschuim zijn benamingen voor de witte plukken schuim die je vaak tussen kruidachtige planten, zoals lavendel en koekoeksbloem, ziet hangen. Het zijn de schuilplaatsen van de larven van schuimcicaden. Deze larven steken hun snuit in de stengel van een plant en leven van het plantensap. De druk op de sapstroom van een plant is zo groot dat de larve daar niet voor hoeft te zuigen, het wordt door de plant rechtstreeks zijn lichaam in geperst. Een gedeelte van het vocht dat zij direct weer via hun anus uitscheiden, wordt samen met lucht die ze uitademen tot een los schuim geklopt. Binnen deze laag zijn ze de kwetsbare larven beschermd tegen roofdieren en uitdroging. Na zo’n dertig tot honderd dagen is de larve volwassen en verlaat het schuim om te vervellen. De schuimcicade zelf is slechts 5 tot 7 mm groot maar kan enorme sprongen, tot wel 75 cm ver maken. Deze sprongkracht is in verhouding tot zijn lichaamslengte zelfs groter dan die van een vlo. De twee krachtige sprongpoten houdt hij normaal gesproken onder zijn lichaam gedrukt en hij gebruikt zijn vier voorste poten om mee te lopen.

 

Er komen meerdere soorten schuimcicades in Nederland voor. Ze zijn bruin tot lichtgrijs en hebben variabele vlekkenpatronen. Het Schuim- of Spuug-beestje (Philaneus spumarius) is de bekendste en meest algemene van alle cicades in Nederland, je vindt ze op verschillende kruidachtige en houtige struiken. De larve leeft solitair in de schuimmassa en hoewel veel mensen hem als schadelijk zien komen ze zelden in zulke aantallen voor dat ze ook daadwerkelijk schade aan gewassen kunnen veroorzaken. 

The Big Lebowski (1998)

Saturday, 19 April 2014

the big lebowskiDeze film heb ik al zo vaak gezien, dat ik sommige scenes en dialogen kan dromen. Hij stelt nooit teleur. Het script, de vertolking en de cinematografie zijn lekker los en speels. De werkeloze Lebowski, “The Dude”, wordt onterecht aangezien voor een milionaire met dezelfde achternaam. Als twee schimmige schuldeisers van de rijke Lebowski bij The Dude op zijn kamertapijtje komen pissen is voor de onverstoorbare Dude de maat vol en gaat hij gaat op bezoek bij zijn naamgenoot. Het is het begin van een heerlijke film die je moeiteloos langs allerlei fantastische personages en situaties voert. Als je hem eenmaal hebt gezien garandeer ik je dat je dat vaker zult doen.

De bodemloze put

Sunday, 13 April 2014

Mensen geven veel geld uit om de tijd te doden. Televisie kijken, computerspelletjes spelen, kaarten of kletsen, men heeft er alles voor over om de verveling buiten de deur te houden. Alles liever dan het ijzige tikken van de tijd. Misschien dat men daarom ook zo bang is geworden van de stilte. Als je niets doet, niets hoort, voel je de tijd gaan. En dat is blijkbaar zo verontrustend dat we ons omringen met afleidingen. Als er tijdens een visite langer dan 10 seconden niet wordt gesproken is het niet gezellig. Naarmate de stilte duurt, neemt de spanning toe. Waarom zegt niemand iets? Mag ik wel naar iemand kijken die niet praat? Is het hier echt zo warm? Als er dan eindelijk iemand de stilte doorbreekt, haalt iedereen opgelucht adem. Het gevaar is afgeweerd, het tikken van de tijd overstemd. Angst voor verveling is een bodemloze put waar we al onze tijd in gooien.

 

Als er één medium is dat deze angst goed heeft begrepen is het wel televisie. Het is niet voldoende om beeld te tonen, alleen beeld vraagt net als alleen geluid net niet genoeg aandacht. Een radio kun je negeren, een televisie zonder geluid ook. Maar een televisie waarvan het geluid aanstaat is een heel ander verhaal. Daarom zijn ze op televisie ook nooit stil. Let er maar eens op, er wordt aan een stuk door onafgebroken gepraat. Zelfs de presentator van een kookprogramma kan zijn mond niet houden. “Ik schil nu de aardappels, dat doe ik altijd voor het koken, gewoon met een aardappelmesje, liefst niet te dik, de schilletjes gaan bij het groenafval, de aardappeltjes in het water, beetje zout erbij, gezellig, hou je aandacht erbij, ik hou je wel afgeleid..”. Hij is als de dood dat er iemand afhaakt als hij geen geluid maakt. Stel dat iemand wegkijkt, voor je het weet voelen ze het tikken van de tijd en ligt de verveling op de loer. Daar is hij niet voor aangenomen.

 

Lees ook: Mist, Tijd is kou en Tijdbesteding.

Decretalen van Gregory IX

Saturday, 12 April 2014

smithfield decretals-In de 13e eeuw bestelde Paus Gregory IX een boek met daarin een verzameling van canonieke wetten. Dit boek, ook wel bekend als de Smithfield Decretalen, is zoals gewoon was in die tijd een rijkelijk geïllustreerd manuscript. Nu zijn er meerdere oude manuscripten waarvan de afbeeldingen op zijn minst gezegd interessant zijn. Zo kennen we boeken met daarin illustraties van nonnen die aan apen borstvoeding geven of hofdames die de vruchten van een penisboom plukken, ook afbeeldingen van allerlei fantasiedieren zijn niets ongewoons.

 

smithfield decretalsToch zijn de levendige en fantasierijke afbeeldingen in de Decratalen van Gregory IX iets aparts. Hier vind je illustraties van grote konijnen die mensen onthoofden, ganzen die een wolf lynchen en enkele van de meest uitzinnige handelingen en kruisingen tussen mensen en dieren. Hoewel veel van deze afbeeldingen (een leeuw die een mensenkind zoogt) tot allegorische verhalen kunnen worden teruggebracht, blijft dit manuscript een fantastische bron van verbazing. Ik kan me goed voorstellen dat men dit boek vaker opensloeg voor de verluchtingen dan de voor de pauselijke vonnissen.

 

Lees ook: Het Zeepaard.

Radithor

Wednesday, 9 April 2014

radithorAl menig arts heeft medicijnen voorgeschreven om er zelf beter van te worden. De farmaceutische industrie doet er alles aan om er voor te zorgen dat een arts hun product aan de man brengt. Aangezien daar erg veel geld in omgaat, wordt het schaduwgebied niet geschuwd. Sommige artsen zijn dan ineens geneigd om dat voor te schrijven waar zij zelf in plaats van de patiënt beter van worden.

 

Een mooi voorbeeld van een dergelijk misbruik is Eben McBurney Byers. Een rijke Amerikaanse atleet die met een zeurende pijn aan zijn arm naar zijn huisarts ging. Deze schreef hem direct Radithor voor, een fantastisch mooi product waar de arts een 17% kickback premie van de fabrikant op kreeg. Dit middel werd gefabriceerd door Dr. William J. A. Bailey, die eigenlijk helemaal geen dokter was en maar wat aanrommelde met radium-isotopen. Het product werd geadverteerd als  “A Cure for the Living Dead”, en bestond uit een uiterst radioactieve oplossing van minimaal 1 microcurie Radium 226 en 228 isotoop. Omdat dit wondermiddel zou helpen tegen reuma, artritis, maagkanker en impotentie dacht Byers’ arts dat het dan vast ook wel goed zou zijn tegen pijn in de arm.

 

Het middel hielp blijkbaar zo goed dat Byers er enorme hoeveelheden van nuttigde en aan iedereen verkondigde dat hij zijn hervonden gezondheid aan Radithor dankte. Maar nadat hij er zo’n 1400 flesjes van had opgedronken en zijn arts en Bailey rijk had gemaakt, begon hij toch enig ongemak te bespeuren. Hij had zo veel Radium in zijn lichaam opgenomen dat er gaten in zijn schedel en abcessen in zijn hersenen zaten, tevens was het bot in zijn kaak grotendeels verdwenen. Na zijn onvermijdelijke dood in 1932, werd hij in een loden kist begraven. The Wall Street Journal schreef over zijn dood: “The Radium Water Worked Fine Until His Jaw Came Off”. Deze media-aandacht had wel tot gevolg dat men nog eens goed naar de voedselwarenwetten keek.

 

Hoewel Bailey nooit aansprakelijk werd gehouden moest hij na Byers overlijden wel zijn zaak sluiten. Maar hij liet zich daar niet door uit het veld slaan. Hij begon een nieuw bedrijf, Radium Institute, in New York en bracht onder die naam nog een radioactieve riem, een radioactieve presse-papier en voor de doe-het-zelver een machine om water radioactief te maken, op de markt.

 

Lees ook: Lysol vaginale douches.

Grote Spinnende Watertor (Hydrophilus piceus)

Saturday, 5 April 2014

grote spinnende watertor (Hydrophilus piceus) 4-2014 8688grote spinnende watertor (Hydrophilus piceus) 4-2014 8691Samen met het vliegend hert (7,5cm) en de neushoornkever (4cm) is de grote spinnende watertor (5cm) één van de grootste kevers van Nederland. Het is een gladde zwarte waterkever met een gestroomlijnd lichaam. Aan zijn poten zitten harige kwasten die hem helpen bij het zwemmen. Omdat hij beide achterpoten afwisselend beweegt, zwemt hij met een trappelende beweging. Ze kunnen goed vliegen maar bewegen zich op land enigszins onbeholpen. Ze komen in heel Nederland in stilstaande plantenrijke wateren voor, maar zijn de laatste jaren wel in aantal achteruit gegaan. De grote spinnende watertor (Hydrophilus piceus, letterlijk pikzwarte waterliefhebber)  lijkt sterk op de iets kleinere en zeldzamere Hydrophilus aterrimus, welke hem in steeds meer biotopen lijkt te vervangen. Bij aterrimus zijn de platen aan de onderkant van zijn achterlijf als een dak gebogen maar niet onder een scherpe hoek gekield, zoals bij piceus. De kiel onderaan het borststuk heeft een lange en scherpe stekel.  De grote spinnende watertor is bij wet beschermd en en wordt ook wel pekzwarte watertor genoemd.

 

De aquatische larven zijn zeer vraatzuchtig en kunnen gemeen bijten. Ze voeden zich met slakken, kleine vissen en zelf kleine salamanders en kikkers. De larven missen de holle steeksnuit van veel andere in het water jagende larven om hun verteringssappen mee in het lichaam van hun prooi te injecteren en ze moeten dus langs een waterplant omhoog klimmen om hun voedsel op te eten. Hiermee voorkomen ze dat hun spijsverteringssappen te veel worden verdund. De volwassen kevers eten overwegend planten en aas en zijn veel minder vraatzuchtig, alhoewel ze in nood nog steeds stevig kunnen bijten.

 

De kever dankt haar Nederlandse naam aan het feit dat de eitjes in een waterdichte cocon van spinsel worden afgezet. Aangezien kevers zelden gebruik van spinsels maken, is dit vrij uitzonderlijk. Deze eicocon heeft een opstaande steel waardoor de eitjes van verse zuurstof worden voorzien. In tegenstelling tot de eitjes van andere waterkevers  overleven deze eitjes het niet als zij onder water komen en de cocon wordt dus goed vastgezet aan drijvende bladeren of tussen de waterplanten. Een los spinsel aan de bovenzijde verlaagt het zwaartepunt en zorgt ervoor dat het gehele bouwsel niet om kan kiepen. Hoewel de larves in het water leven, verpopt de volwassen larve zich op het land. Hij verlaat dan het water en graaft een klein holletje met een popkamer.

 

De spinnende waterkever neemt onder water, in tegenstelling tot veel andere waterkevers die dan met hun achterlijf lucht opnemen, zuurstof op via zijn tasters. Deze zijn aanzienlijk langer dan zijn knotsvormige antennes. Hij steekt ze als een snorkel door het wateroppervlak omhoog terwijl hij zelf onder water blijft. De gevangen lucht slaat hij op in een luchtbel onder zijn dekschilden en aan de onderkant van zijn lichaam, waar ze door de vele goudkleurige haartjes op haar plaats wordt gehouden. Net als bij veel andere waterkevers kun je de mannetjes makkelijk van de vrouwtjes onderscheiden aan hun verbrede voortarsen. Deze zorgen tijdens de paring voor meer grip op de aquadynamische vrouwtjes.

 

Lees ook: Het vliegend hert.

Audubon en Rafinesque

Tuesday, 1 April 2014

rafinesqueConstantine Samuel Rafinesque (1783-1840) was een buitengewoon gedreven natuurwetenschapper die menig jaar van zijn leven aan het ontdekken en beschrijven van nieuwe soorten heeft gewijd. Helaas stond hij bekend als excentriek en verward en kwam het wel eens voor dat hij bekende soorten van een nieuwe naam voorzag. Zijn obsessie om nieuwe soorten te benoemen heeft er zelfs eens toe geleid dat hij enkele onbestaande soorten heeft beschreven. Dit was echter niet volledig zijn schuld, hij werd hiertoe verleid door de beroemde Amerikaanse natuurschilder John James Audubon.

 

rafinesque schetsTussen 1818 en 1826 was Rafinesque een professor in de natuurhistorie aan de Transylvania University in Lexington. Hij had enkel zware tegenslagen in zijn leven te verduren gehad en deze hadden hem verward en eenzaam achtergelaten. Hij was excentriek, ging vreemd gekleed en was eenkennig. Als gevolg daarvan was hij vaak het middelpunt van spot. In 1820 bracht hij tijdens een expeditie een bezoek aan John James Audubon. Over de tijd die Rafinesque in zijn huis verbleef, schreef Audubon een weinig flatteus verslag. Hoewel we weten dat Audubon er niet wars van was om halve waarheden te verkondigen, kunnen we toch constateren dat Rafinesque een enigszins verwarde en goedgelovige indruk had achtergelaten. In een passage uit Audubons dagboek beschrijft hij hoe hij s ’avonds laat Rafinesque in zijn blootje op zijn logeerkamer met Audubons Cremola-viool naar vleermuizen zag slaan. Audubons dure viool overleefde deze jacht niet. Misschien uit wraak over het verlies van zijn viool of gewoon uit kwaadwillendheid, beschreef Audubon hem later enkele vissoorten uit de buurt. Hij maakte er schetsen bij en beschreef hun uiterlijk. Verrukt als Rafinesque was over het ontdekken van nieuwe soorten kwam het niet bij hem op dat Audubon deze dieren ter plekke verzon. Rafinesque gebruikte deze aantekeningen daarna als het uitgangspunt voor de beschrijving van, wat hij dacht, volledig nieuwe diersoorten, iets wat hem later veel spot opleverde.

 

Rafinesque stierf in Philadelphia, alleen, verarmt en verward, maar leeft voort in de toevoeging Raf. achter de vele diersoorten die hij als eerste heeft beschreven. Zoals in Corynorhinus rafinesquii (Rafinesque’s big-eared bat), de vleermuis die hij in Audubons huis met zijn Cremola-viool had overmeesterd.

 

De door Audubon verzonnen vissen waren:

Black dotted perch; Perca nigropunctata Rafinesque 1820

Red eye; Aplocentrus caliiops Rafinesque 1820

White eyes barbpt; Pogostoma leucops Rafinesque 1820

Big mouth sucker; Catostomus megastomus Rafinesque 1820

Devil jack diamond fish; Litholepis adamantinus Rafinesque 1820

Flatnose doublefin; Dinectus truncates Rafinesque 1820