Weblog

Zelfgemaakt mes no. 11

Saturday, 11 May 2019

zgm-11 5-2019 9421Toen ik enige tijd geleden met het maken van messen begon, was mijn doelstelling dat ik na het maken van tien messen voldoende vaardigheden moest hebben opgebouwd om een meer dan acceptabel mes af te kunnen leveren. Om die reden waren mijn voorgaande messen ook zo divers. Ik wilde met verschillende technieken en stijlen spelen om alle benodigde skills zo snel mogelijk onder de knie te krijgen. Ik heb echter niet de illusie dat ik na tien messen al in staat zou zijn om een mes van meester-kwaliteit te maken, daar moet ik nog heel wat meer messen voor maken.

 

zgm-11 5-2019 9394zgm-11 5-2019 9408Dit is dus mijn eerste mes, na mijn zelfbenoemde leerperiode, waarin ik enkele van de opgedane skills heb samengevoegd en waarin ik mijn eigen persoonlijke stijl tot uiting probeer te brengen. Het is een eenvoudig mes, met ‘full-tang’ constructie, niet al te groot en breed toepasbaar. Gemaakt om te snijden en sterk genoeg om kracht mee te kunnen zetten of mee te wrikken. Ik hou zelf erg van transparante constructies en onderkoelde vormgeving, voor mij moet een mes er uitzien als waar het voor is bedoeld, zonder al te veel opsmuk of tierelantijntjes. De luxe zit hem in de lijnen, het materiaal, de verhoudingen en de finesse van afwerking. Een goed mes ziet er simpel uit, maar blijft ook nadat je er meerdere malen naar hebt gekeken of mee hebt gewerkt interessant.

 

zgm-11 5-2019 9417zgm-11 5-2019 9399zgm-11 5-2019 9425zgm-11 5-2019 9424Dit mes is uit 7mm dik Bohler N690 staal gemaakt, het snijvlak is 10,5 cm lang, het hele mes 22,5cm. Het snijvlak is op het breedste punt 3,8 cm hoog en het hele mes weegt 252 gram. Het staal tussen de handvatschalen is taps afgeslepen, zodat het op de rug bij het snijvlak 7 mm breed is en aan de achterkant van het handvat slechts 2,5 mm. Dit resulteert in een aanzienlijk betere gewichtsverhouding en zorgt ervoor dat het evenwicht precies op de bolsters ligt. Op 2,5 cm van het handvat begint de holgeslepen valse snede die doorloopt tot in de schuine punt. Dit resulteert in een punt die tot vlak bij het snijvlak zijn maximale dikte behoudt maar toch goed kan penetreren. Van voren af bezien heeft het snijvlak van de punt de vorm van een platte ruit. De rug van het lemmet is van boven nagenoeg recht, de punt zelf heeft een omgekeerde tanto-vorm en de buik loopt met een zachte zwelling in één lijn door tot aan het handvat. Het lemmet is vlak geslepen en loopt uit tot in een dun snijvlak. De rug van het handvat heeft een knik die in het midden van de handpalm valt en de vingergroef zorgt ervoor dat je voldoende grip op het mes hebt zodat je hand bij het kracht zetten niet naar voren kan schieten.  De lijn van het lemmet loopt achter de vingergroef door in die van het handvat en de achterkant van het handvat is net als de punt schuin afgevlakt.

 

zgm-11 5-2019 9409zgm-11 5-2019 9406zgm-11 5-2019 9426-zgm-11 5-2019 9430Het hele handvat heeft rode liners van gevulkaniseerd papier en het achterste gedeelte is gemaakt van papiermicarta. De liners tussen het micarta en de bolsters staan onder een schuine hoek, zodat de rode scheidslijn tussen beiden, omdat het handvat enigszins is afgerond, van de zijkant af bezien een curve vormt. De bolsters zelf zijn van gestabiliseerd plataan (Platanus acerifolia), dat radiaal is gezaagd, zodat de fraaie lijnen van de nerven goed uitkomen. Het handvat is met zes dunne roestvrijstalen pennen vastgezet, die in paren van twee naar achteren toe onder een steeds grotere hoek ten opzichte van elkaar staan.

 

Het hele mes voelt robuust en prettig in de hand. Het heeft voldoende gewicht om vertrouwen te wekken en de rug is dik genoeg om je duim op te leggen, zodat je het comfortabel op meerdere manieren kunt vasthouden. Het is een fijn mes om te gebruiken en de vormgeving komt het dichtst in de buurt van wat ik zou omschrijven als mijn stijl.

 

Normaal gesproken neem ik een paar jaar de tijd om mezelf een bepaalde vaardigheid aan te leren en zoek ik daarna iets nieuws om mijn tanden in te zetten. Op die manier blijf ik mezelf uitdagen en voorkom ik dat ik vastroest. Ik heb echter het gevoel dat ik het messen maken voorlopig nog niet kan loslaten, het is veel te uitdagend en misschien wel het mooiste huwelijk tussen gereedschap en vormgeving.

 

Laatst heb ik op een beurs een prachtig stuk damaststaal gekocht en nu twijfel ik of ik daar eerst een volledig ander mes van ga maken dan ik tot nu toe heb gedaan, of dat ik van dit laatste mes eerst nog een tweede variant ga maken. Aan de ene kant kan ik veel leren als ik weer eens iets totaal nieuws probeer, maar het kan ook een hele goede oefening zijn om te proberen een tweede mes in dezelfde stijl en materialen te maken.

 

Klik hier voor meer afgbeeldingen van mijn zelfgemaakte messen.

Dode jan van gent (Morus bassanus)

Wednesday, 8 May 2019

jan van gent (Morus bassanus) 5-2019 9208De wetenschap is er lange tijd niet zeker van geweest waar men de jan van genten in de vogelorde moest plaatsen. Ze zijn meerdere malen van genus veranderd en men twijfelde vooral of ze tot de ganzen of de pelikanen behoorden. Over één ding was iedereen het echter wel eens,  jan van genten waren niet helemaal goed bij hun hoofd.

 

Oorspronkelijk noemde men deze grote zeevogel Bass Goose, naar Bass Rock de vulkanische rots voor de kust bij Edinburgh, waar ze massaal broedden. Dit Bass Goose werd in het Nederlands naar Bassaangans vertaald. In het Engels noemt men deze vogel Gannet, wat teruggaat op het oud Engelse ganot. Dit ganot is verwant aan gos en dat betekent gans (vandaar ook gosling, het Engelse woord voor ganzenjong). Dit gannet is in het Nederlands verbasterd naar Gent, en heeft dus niets te maken met die fraaie stad in België. Onze 17e -eeuwse zeevaarders noemde deze vogel al jan van gent. Vroeger gebruikte men wel vaker mensennamen voor vogels en waarschijnlijk is het bassaan voor de lol vervangen door jan van. De naam Jan wordt wel vaker misbruikt om een niet al te slim individu mee aan te duiden. Of je het nu over jan Lul, Jan potage of Jan Publiek hebt, of hem een pet op zet, hij wordt er hoe dan ook niet slimmer van.

 

Toen deze vogel voor het eerst met mensen in aanraking kwam, was hij daar totaal niet op voorbereid en kon men ze gewoon met de hand vangen. De zeelui vonden dat gedrag behoorlijk zot en dit zie je terug in de Vlaamse volksnaam voor deze vogel, namelijk zeezot. De Fransen noemen hem fou de bassan, gek van bassaan.

 

De eerste wetenschappelijke beschrijving van jan van genten stamt uit 1555, als Conrad Gesner hem Anser bassanus noemt, anser betekent gans. In 1758 beschrijft Linnaeus hem echter als Pelecanus bassanus en schreef hem dus toe aan de pelikanenfamilie. In 1760 plaatste Brisson hem in het genus Sula. Sula gaat terug op het Oudnoorse súla, wat eenzelfde betekenis zou hebben als zijn huidige naam morus, het genus waar Louis Vieillot hem in 1816 in plaatste. In deze huidige Latijnse naam “Morus bassanus,” weerklinkt ook weer zijn zotheid, want morus is afgeleid van het Griekse moros voor gek. (denk maar aan het Engelse moron: leeghoofd).

 

Zo is de jan van gent dus van het genus gans (anser) via pelikaan (pelecanus) naar het genus morus verschoven en behoort hij nu tot de familie Sulidae, de genten. Om de verwarring nog groter te maken, noemt men deze genten over het algemeen ook wel rotspelikanen.

 

jan van gent (Morus bassanus) 5-2019 9206jan van gent (Morus bassanus) 5-2019 9212Deze dode jan van gent lag op het Westerstrand van Schiermonnikoog, hij was al half bedolven onder het zand.

 

Lees voor meer berichten over de herkomst van vogelnamen ook: Mossel vangende scholekster (Haematopus ostralegus), Tureluur in Noorwegen (Tringa totanus), Tureluurs in de Groene Jonker (Tringa totanus), Roerdomp (Botaurus stellaris), De Wielewaal, Waarom een Roodborstje geen Oranjeborstje heet en Rotganzen en Aswoensdag.

Het Westerstrand van Schiermonnikoog (2)

Sunday, 5 May 2019

schiermonnikoog 5-2019 8697Ik kom graag op Schiermonnikoog, het heeft een prachtige landschap en ontelbaar veel vogels. Telkens als ik met de veerboot van Lauwersoog overga, verbaast het me waar al die bezoekers blijven. Het maakt niet uit hoe vol de boot is, een uurtje nadat hij is aangemeerd, zie je vrijwel niemand meer. In het dorpje zelf zitten er natuurlijk altijd wel wat mensen op de terrasjes en buiten het dorp kom je regelmatig een paar fietsers tegen, maar op de één of andere manier voelt het nooit druk. Zelfs als je tijdens de voorjaarsvakantie over het gigantische Westerstrand loopt, kom je amper iemand tegen.

 

Het Westerstrand is bij eb een enorme lege vlakte en de hele wereld bestaat uit zand en lucht. Als bij vloed het water weer terugkeert, komt dit eerste water niet met de golven vanuit het westen maar stilletjes en onverwachts vanuit het noorden. Nog voordat de golven het zand bedekken, scheurt een brede stroom water het Westerstrand in tweeën. Soms worden mensen die met vloed te ver het strand zijn opgelopen hierdoor verrast en worden ze ingesloten door het water. Meestal komen ze er met een nat pak vanaf, maar af en toe moeten er toch mensen uit zee worden gered.

 

Lees ook: Het Westerstrand van Schiermonnikoog en Terugtrekkend water.

Tureluur met braakbal (Tringa totanus)

Sunday, 5 May 2019

tureluur (tringa totanus) 5-2019 9125Tureluurs die zich in het slib van de Waddenzee voeden, krijgen noodgedwongen ook veel zand binnen. Samen met de schildjes van geleedpotigen en andere onverteerbare materialen, zoals graten en stukjes schelp, wordt dit in hun maag samengeperst en als een compacte bal uitgebraakt. Dit duurt maar een fractie van een seconde, de tureluur strekt kort zijn hals en opent zijn bek, waarna hij met een felle knik van zijn kop de braakbal ophoest en hem uitspuugt.

tureluur (tringa totanus) 5-2019 9185tureluur (tringa totanus) 5-2019 9129tureluur (tringa totanus) 5-2019 9111tureluur (tringa totanus) 5-2019 9068

 

Lees ook: Tureluurs in de Groene Jonker (Tringas totanus) en Tureluur in Noorwegen (tringa totanus).

Kameleonspin met prooi (Misumena vatia)

Thursday, 25 April 2019

gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8384Toen ik vanmiddag thuis kwam, zat de kameleonspin er gelukkig weer. Ze had zich naar een andere bloemkop verplaatst en had een vliegje gevangen. 

gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8419gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8406

 

Lees ook: Kameleonspin (Misumena vatia).

Gewone kameleonspin (Misumena vatia)

Monday, 22 April 2019

gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8363Het was al weer even geleden dat ik mijn camera uit mijn tas had gehaald en ik baalde ervan dat ik er steeds maar niet aan toe kwam om naar buiten te gaan om te fotograferen. Te druk op het werk, nog drukker in mijn hoofd en dat terwijl fotografie mij juist helpt om mijn hoofd te legen.

 

gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8253gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8265Toen ik gisteren op mijn vrije ochtend echter mijn tuin inliep, zag ik puur toevallig op een kleine witte bloem een kameleonspin zitten. Dit is in Nederland niet een algemene spin, ze houden van warmte en komen daardoor vaker in Midden-Europa voor.  Deze zat echter pontificaal in het zonnetje op één van de hogere bloemkopjes op een prooi te wachten. Dus nog voor ik mijn ontbijt op had, lag ik op mijn buik met mijn camera in het gras. Ik heb daar een heerlijk uurtje doorgebracht.

 

gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8325gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8331De vrouwtjes van de gewone kameleonspin kunnen van kleur veranderen, afhankelijk van de kleur van de bloem waar ze op zitten, variëren ze tussen geel en wit. Op een gele bloem slaan ze een gele kleurstof uit hun lichaam op in hun buitenste cellaag. Als ze echter op een witte bloem zitten, verplaatsen ze deze gele kleurstof naar het binnenste van hun lichaam en worden ze transparant wit omdat de dieper gelegen cellen met de witte stofwisselingsstof guanine zichtbaar worden. De verandering van geel naar wit vindt gemiddeld binnen zes dagen plaats, van wit naar geel duurt vaak langer omdat een spin die op een witte bloem heeft gezeten, de gele kleurstof na verloop van tijd uitscheidt en deze dus eerst weer moet aanmaken voor ze terug kan kleuren. In de meeste gevallen duurt dit zo’n twee tot drie weken.

 

gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8338gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8305Deze kleurwisseling wordt door het zicht van de spin aangestuurd, bij testen waarbij de ogen werden afgedekt, verkleurden de kameleonspinnen niet. De acht ogen van deze spin liggen, zoals bij veel krabspinnen, in een groepje op een richel voor op de kop. Om deze ogen kleurt de kameleonspin vaak wat geler.

 

De vrouwelijke kameleonspin wacht geduldig tot er een prooi op de bloem landt, waarna zij razendsnel toeslaat en haar prooi achter de kop bijt. Haar gif is heel effectief want ze slaat prooien die vele malen groter zijn dan zijzelf en zelfs wespen en bijen krijgen niet de tijd om zich met hun angel te verdedigen. De vrouwtjes worden tot 1 cm groot, de mannetjes, die niet kunnen verkleuren, zijn veel kleiner, tot 0,5 cm groot en donkerbruin gekleurd. De mannetjes kunnen ongehinderd met de vrouwtjes paren en blijven na het inbrengen van het sperma vaak nog enige tijd op haar achterlijf uitrusten. Omdat de vrouwtjes geen enkele energie verspillen aan het zoeken van een prooi, benutten ze die volledig voor hun eigen groei en voor de reproductie. Grotere vrouwtjes leggen dan ook meer en gezondere eitjes. Deze komen aan het einde van de zomer uit en de jonge spinnetjes brengen de winter onder de grond door.

 

Toen ik ’s middags terugkwam, was ze van haar stekkie verdwenen en kon ik haar niet meer terugvinden. Hopelijk is ze niet opgegeten en wordt ze later in het seizoen door een mannetje bevrucht, ik zou haar graag nog een keer met een prooi of tijdens de paring fotograferen.

 

Lees ook: Krabspinnen, Graskrabspin (Xysticus erraticus), Groene krabspin (Diaea dorsata), Zwartrugrenspin (Philodromus dispar) en Dansende tuinrenspin (Philodromus aureolus).

Zelfgemaakt mes no. 10

Sunday, 21 April 2019

ZGM-10 4-2019 8237Eigenlijk was ik van plan om voor mijn tiende mes een groot en complex mes te maken, maar daar was ik toch nog niet aan toe. Ik had meer zin in een klein onopvallend gebruiksmesje. Het is dus een mesje van amper 16cm lang geworden. Het lemmet beslaat precies de helft van het hele mes en is gemaakt uit 5mm dik 440C staal. Het eenvoudige handvat is van ebbenhout dat met een roestvrijstalen pin is geborgd. Het hele mesje weegt slechts 51 gram.

 

ZGM-10 4-2019 8238ZGM-10 4-2019 8251Om het mesje toch nog iets van luxe mee te geven is het houten handvat aan de zijkanten ingesneden, zodat de volle dikte van het lemmet een stuk in het handvat zakt. Van de boven- en onderkant bekeken zie je dat het lemmet dus een gedeelte in het handvat doorloopt. Het lemmet is van de rug af vlak geslepen maar wordt vlak voor de snede enigszins convex.

 

ZGM-10 4-2019 8240ZGM-10 4-2019 8243ZGM-10 4-2019 8244Het mesje is opgebouwd uit drie kromme lijnen. De lange gelijkmatige kromme lijn van het handvat die via de rug doorloopt in het lemmet, de kromme lijn van de snede die naar het handvat toe steeds rechter wordt en de kromme lijn van de vingergroef, die naar het handvat toe iets afvlakt. De rand van het handvat tegen de ricasso van het lemmet is licht gebogen en loopt naar de zijkanten ook iets schuin af. Het handvat is aan de rugzijde breder dan aan de buikzijde, waardoor de schuin afgesneden achterkant een afgeronde driehoek vormt.

Terugtrekkend water

Saturday, 2 March 2019

strand 2-2015 4887Elke golf die het strand oprolt, borrelt van energie. Zo’n golf knabbelt aan het strand en beweegt met horten en stoten. Telkens wordt een nieuw stukje land veroverd. Elke golf kruipt daarbij over zichzelf om vooruit te komen. Alsof hij een nieuw stuk zand pas kan veroveren als hij zichzelf eerst voldoende heeft opgebouwd, zie je hem steeds tegen een onzichtbare barrière aanlopen en daarna een kort sprintje trekken. Hapje voor hapje, trekt een golf zichzelf aan zijn tanden het strand op.

 

Tot hij te ver is gegaan en zijn energie is opgebrand. Elke golf vloeit terug in zee, maar ditmaal is hij één en al passiviteit. Met een vloeiende zucht trekt de golf zich terug en zakt het overtollige water in het zand.

 

Lees ook Eén ademteug per etmaal, De wind in de metro, Vroege herinnering en Ochtendadem.

Steenlopers op de pier van IJmuiden (Arenaria interpres)

Saturday, 2 March 2019

steenloper (Arenaria interpres) 2-2019 8073Steenlopers vind je vaak aan de vloedlijn en bij pieren, daar draaien ze steentjes en schelpjes om, op zoek naar iets eetbaars. In het Engels noemt men deze vogeltjes turnstones.  Ze zijn niet schuw, als je geen plotselinge bewegingen maakt, kun je ze makkelijk tot op een paar meter naderen, dat is waarschijnlijk ook de reden dat steenlopers zo’n beetje de meest gefotografeerde  strandlopers zijn. Er worden dan ook regelmatig foto excursies naar strandpieren zoals bij IJmuiden georganiseerd waar steenlopertjes ook voor een beginnend fotograaf, zonder ellenlange telelenzen, een dankbaar onderwerp zijn.

 

steenloper (Arenaria interpres) 2-2019 8102steenloper (Arenaria interpres) 2-2019 8092Steenlopers zijn bij ons een wintergast, in het voorjaar trekken ze naar Canada, Groenland en de Scandinavische kusten, om te broeden. Tijdens het broedseizoen krijgt de steenloper oranjebruin met zwarte bovendelen, witte vleugelstrepen en een zwart met witte borst en kop.

 

steenloper (Arenaria interpres) 2-2019 8058steenloper (Arenaria interpres) 2-2019 8072Lees ook: Steenloper (Arenaria interpres).

Zeeschuim (Ossa sepia)

Monday, 25 February 2019

zeeschuim (Ossa sepia) 2-2019 8220De witte stukken zeeschuim die je soms aan het strand kunt vinden, zijn eigenlijk schelpen. Zeeschuim is de inwendige schelp van een zeekat (Sepia officinalis), een algemene inktvis die ook bij onze kusten veel voorkomt. Net als de schelp van een Nautilus wordt deze door de zeekat als een drijftank gebruikt, het stelt hem in staat om zijn interne dichtheid te variëren waardoor hij zonder moeite op verschillende dieptes kan blijven drijven.

 

De schelp van de zeekat is opgebouwd uit aragoniet en heeft een open structuur, waarbij meerdere boven elkaar liggende horizontale lagen door microscopisch kleine verticale wanden worden ondersteund. Deze schelp is met water en gas gevuld, als de zeekat het zoutgehalte van het bloed in de schelp verhoogt, verplaatst het water in de schelp zich via osmose naar het bloed. Tegelijkertijd verplaatsen gassen, zoals stikstof, zuurstof en kooldioxide zich vanuit het bloed naar de interne ruimtes van de schelp. Doordat er water uit de schelp wordt gehaald, neemt de dichtheid van de schelp af. Omdat deze ca 9% van het lichaamsvolume van de zeekat inneemt en zijn dichtheid ca 4% hoger ligt dan het zeewater, kan de zeekat zijn interne dichtheid en daarmee zijn drijfvermogen aanpassen. Dit zorgt ervoor dat hij nagenoeg geen energie hoeft te verspillen om op dezelfde diepte te blijven. Omdat dit proces niet snel werkt, moet de zeekat wel eerst op eigen kracht naar boven of beneden zwemmen. De poreuze structuur van de schelp maakt hem echter wel wat kwetsbaarder en zorgt ervoor dat deze inktvissen niet veel dieper dan 200 tot 600 meter kunnen duiken. Als ze te diep gaan, kan de schelp imploderen. Om deze reden leven zeekatten veelal in de ondiepe wateren van het continentale plat.

 

De schelp, of zoals men ze vaak ook noemt het schild, van de zeekat heeft aan de bovenkant een harde laag en is aan de onderkant zacht en poreus. Deze zachte kant is makkelijk te bewerken en kan zeer hoge temperaturen weerstaan, om die reden wordt zeeschuim nog steeds als gietmal voor het maken van kleine sieraden gebruikt. Vroeger werden ze echter ook tot polijstpoeder vermalen dat zowel door juweliers als in tandpasta werd gebruikt. De meeste mensen zullen zeeschuim echter kennen van volières,  waar vogels er hun snavels aan slijpen en het gebruiken om hun kalkvoorraad mee aan te vullen.

 

Lees ook: Nautilus, Belemniet in pyriet, Papiernautilus (Argonauta hians), Papiernautilus (Argonauta argo) en De vampierinktvis.