Weblog

Kameleonspin met prooi (Misumena vatia)

Thursday, 25 April 2019

gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8384Toen ik vanmiddag thuis kwam, zat de kameleonspin er gelukkig weer. Ze had zich naar een andere bloemkop verplaatst en had een vliegje gevangen. 

gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8419gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8406

 

Lees ook: Kameleonspin (Misumena vatia).

Gewone kameleonspin (Misumena vatia)

Monday, 22 April 2019

gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8363Het was al weer even geleden dat ik mijn camera uit mijn tas had gehaald en ik baalde ervan dat ik er steeds maar niet aan toe kwam om naar buiten te gaan om te fotograferen. Te druk op het werk, nog drukker in mijn hoofd en dat terwijl fotografie mij juist helpt om mijn hoofd te legen.

 

gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8253gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8265Toen ik gisteren op mijn vrije ochtend echter mijn tuin inliep, zag ik puur toevallig op een kleine witte bloem een kameleonspin zitten. Dit is in Nederland niet een algemene spin, ze houden van warmte en komen daardoor vaker in Midden-Europa voor.  Deze zat echter pontificaal in het zonnetje op één van de hogere bloemkopjes op een prooi te wachten. Dus nog voor ik mijn ontbijt op had, lag ik op mijn buik met mijn camera in het gras. Ik heb daar een heerlijk uurtje doorgebracht.

 

gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8325gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8331De vrouwtjes van de gewone kameleonspin kunnen van kleur veranderen, afhankelijk van de kleur van de bloem waar ze op zitten, variëren ze tussen geel en wit. Op een gele bloem slaan ze een gele kleurstof uit hun lichaam op in hun buitenste cellaag. Als ze echter op een witte bloem zitten, verplaatsen ze deze gele kleurstof naar het binnenste van hun lichaam en worden ze transparant wit omdat de dieper gelegen cellen met de witte stofwisselingsstof guanine zichtbaar worden. De verandering van geel naar wit vindt gemiddeld binnen zes dagen plaats, van wit naar geel duurt vaak langer omdat een spin die op een witte bloem heeft gezeten, de gele kleurstof na verloop van tijd uitscheidt en deze dus eerst weer moet aanmaken voor ze terug kan kleuren. In de meeste gevallen duurt dit zo’n twee tot drie weken.

 

gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8338gewone kameleonspin (Misumena vatia) 4-2019 8305Deze kleurwisseling wordt door het zicht van de spin aangestuurd, bij testen waarbij de ogen werden afgedekt, verkleurden de kameleonspinnen niet. De acht ogen van deze spin liggen, zoals bij veel krabspinnen, in een groepje op een richel voor op de kop. Om deze ogen kleurt de kameleonspin vaak wat geler.

 

De vrouwelijke kameleonspin wacht geduldig tot er een prooi op de bloem landt, waarna zij razendsnel toeslaat en haar prooi achter de kop bijt. Haar gif is heel effectief want ze slaat prooien die vele malen groter zijn dan zijzelf en zelfs wespen en bijen krijgen niet de tijd om zich met hun angel te verdedigen. De vrouwtjes worden tot 1 cm groot, de mannetjes, die niet kunnen verkleuren, zijn veel kleiner, tot 0,5 cm groot en donkerbruin gekleurd. De mannetjes kunnen ongehinderd met de vrouwtjes paren en blijven na het inbrengen van het sperma vaak nog enige tijd op haar achterlijf uitrusten. Omdat de vrouwtjes geen enkele energie verspillen aan het zoeken van een prooi, benutten ze die volledig voor hun eigen groei en voor de reproductie. Grotere vrouwtjes leggen dan ook meer en gezondere eitjes. Deze komen aan het einde van de zomer uit en de jonge spinnetjes brengen de winter onder de grond door.

 

Toen ik ’s middags terugkwam, was ze van haar stekkie verdwenen en kon ik haar niet meer terugvinden. Hopelijk is ze niet opgegeten en wordt ze later in het seizoen door een mannetje bevrucht, ik zou haar graag nog een keer met een prooi of tijdens de paring fotograferen.

 

Lees ook: Krabspinnen, Graskrabspin (Xysticus erraticus), Groene krabspin (Diaea dorsata), Zwartrugrenspin (Philodromus dispar) en Dansende tuinrenspin (Philodromus aureolus).

Zelfgemaakt mes no. 10

Sunday, 21 April 2019

ZGM-10 4-2019 8237Eigenlijk was ik van plan om voor mijn tiende mes een groot en complex mes te maken, maar daar was ik toch nog niet aan toe. Ik had meer zin in een klein onopvallend gebruiksmesje. Het is dus een mesje van amper 16cm lang geworden. Het lemmet beslaat precies de helft van het hele mes en is gemaakt uit 5mm dik 440C staal. Het eenvoudige handvat is van ebbenhout dat met een roestvrijstalen pin is geborgd. Het hele mesje weegt slechts 51 gram.

 

ZGM-10 4-2019 8238ZGM-10 4-2019 8251Om het mesje toch nog iets van luxe mee te geven is het houten handvat aan de zijkanten ingesneden, zodat de volle dikte van het lemmet een stuk in het handvat zakt. Van de boven- en onderkant bekeken zie je dat het lemmet dus een gedeelte in het handvat doorloopt. Het lemmet is van de rug af vlak geslepen maar wordt vlak voor de snede enigszins convex.

 

ZGM-10 4-2019 8240ZGM-10 4-2019 8243ZGM-10 4-2019 8244Het mesje is opgebouwd uit drie kromme lijnen. De lange gelijkmatige kromme lijn van het handvat die via de rug doorloopt in het lemmet, de kromme lijn van de snede die naar het handvat toe steeds rechter wordt en de kromme lijn van de vingergroef, die naar het handvat toe iets afvlakt. De rand van het handvat tegen de ricasso van het lemmet is licht gebogen en loopt naar de zijkanten ook iets schuin af. Het handvat is aan de rugzijde breder dan aan de buikzijde, waardoor de schuin afgesneden achterkant een afgeronde driehoek vormt.

Terugtrekkend water

Saturday, 2 March 2019

strand 2-2015 4887Elke golf die het strand oprolt, borrelt van energie. Zo’n golf knabbelt aan het strand en beweegt met horten en stoten. Telkens wordt een nieuw stukje land veroverd. Elke golf kruipt daarbij over zichzelf om vooruit te komen. Alsof hij een nieuw stuk zand pas kan veroveren als hij zichzelf eerst voldoende heeft opgebouwd, zie je hem steeds tegen een onzichtbare barrière aanlopen en daarna een kort sprintje trekken. Hapje voor hapje, trekt een golf zichzelf aan zijn tanden het strand op.

 

Tot hij te ver is gegaan en zijn energie is opgebrand. Elke golf vloeit terug in zee, maar ditmaal is hij één en al passiviteit. Met een vloeiende zucht trekt de golf zich terug en zakt het overtollige water in het zand.

 

Lees ook Eén ademteug per etmaal, De wind in de metro, Vroege herinnering en Ochtendadem.

Steenlopers op de pier van IJmuiden (Arenaria interpres)

Saturday, 2 March 2019

steenloper (Arenaria interpres) 2-2019 8073Steenlopers vind je vaak aan de vloedlijn en bij pieren, daar draaien ze steentjes en schelpjes om, op zoek naar iets eetbaars. In het Engels noemt men deze vogeltjes turnstones.  Ze zijn niet schuw, als je geen plotselinge bewegingen maakt, kun je ze makkelijk tot op een paar meter naderen, dat is waarschijnlijk ook de reden dat steenlopers zo’n beetje de meest gefotografeerde  strandlopers zijn. Er worden dan ook regelmatig foto excursies naar strandpieren zoals bij IJmuiden georganiseerd waar steenlopertjes ook voor een beginnend fotograaf, zonder ellenlange telelenzen, een dankbaar onderwerp zijn.

 

steenloper (Arenaria interpres) 2-2019 8102steenloper (Arenaria interpres) 2-2019 8092Steenlopers zijn bij ons een wintergast, in het voorjaar trekken ze naar Canada, Groenland en de Scandinavische kusten, om te broeden. Tijdens het broedseizoen krijgt de steenloper oranjebruin met zwarte bovendelen, witte vleugelstrepen en een zwart met witte borst en kop.

 

steenloper (Arenaria interpres) 2-2019 8058steenloper (Arenaria interpres) 2-2019 8072Lees ook: Steenloper (Arenaria interpres).

Zeeschuim (Ossa sepia)

Monday, 25 February 2019

zeeschuim (Ossa sepia) 2-2019 8220De witte stukken zeeschuim die je soms aan het strand kunt vinden, zijn eigenlijk schelpen. Zeeschuim is de inwendige schelp van een zeekat (Sepia officinalis), een algemene inktvis die ook bij onze kusten veel voorkomt. Net als de schelp van een Nautilus wordt deze door de zeekat als een drijftank gebruikt, het stelt hem in staat om zijn interne dichtheid te variëren waardoor hij zonder moeite op verschillende dieptes kan blijven drijven.

 

De schelp van de zeekat is opgebouwd uit aragoniet en heeft een open structuur, waarbij meerdere boven elkaar liggende horizontale lagen door microscopisch kleine verticale wanden worden ondersteund. Deze schelp is met water en gas gevuld, als de zeekat het zoutgehalte van het bloed in de schelp verhoogt, verplaatst het water in de schelp zich via osmose naar het bloed. Tegelijkertijd verplaatsen gassen, zoals stikstof, zuurstof en kooldioxide zich vanuit het bloed naar de interne ruimtes van de schelp. Doordat er water uit de schelp wordt gehaald, neemt de dichtheid van de schelp af. Omdat deze ca 9% van het lichaamsvolume van de zeekat inneemt en zijn dichtheid ca 4% hoger ligt dan het zeewater, kan de zeekat zijn interne dichtheid en daarmee zijn drijfvermogen aanpassen. Dit zorgt ervoor dat hij nagenoeg geen energie hoeft te verspillen om op dezelfde diepte te blijven. Omdat dit proces niet snel werkt, moet de zeekat wel eerst op eigen kracht naar boven of beneden zwemmen. De poreuze structuur van de schelp maakt hem echter wel wat kwetsbaarder en zorgt ervoor dat deze inktvissen niet veel dieper dan 200 tot 600 meter kunnen duiken. Als ze te diep gaan, kan de schelp imploderen. Om deze reden leven zeekatten veelal in de ondiepe wateren van het continentale plat.

 

De schelp, of zoals men ze vaak ook noemt het schild, van de zeekat heeft aan de bovenkant een harde laag en is aan de onderkant zacht en poreus. Deze zachte kant is makkelijk te bewerken en kan zeer hoge temperaturen weerstaan, om die reden wordt zeeschuim nog steeds als gietmal voor het maken van kleine sieraden gebruikt. Vroeger werden ze echter ook tot polijstpoeder vermalen dat zowel door juweliers als in tandpasta werd gebruikt. De meeste mensen zullen zeeschuim echter kennen van volières,  waar vogels er hun snavels aan slijpen en het gebruiken om hun kalkvoorraad mee aan te vullen.

 

Lees ook: Nautilus, Belemniet in pyriet, Papiernautilus (Argonauta hians), Papiernautilus (Argonauta argo) en De vampierinktvis.

Drieteenstrandlopers in de ochtendzon(Calidris alba)

Wednesday, 20 February 2019

drieteenstrandloper (Calidris alba) 2-2019 7805Deze drieteenstrandlopertjes zijn in de vroege ochtend aan het strand van IJmuiden gefotografeerd. Drieteenstrandlopers hebben een wit met grijs winterkleed, maar in de opgaande zon lichten ze zachtgeel op.

 

drieteenstrandloper (Calidris alba) 2-2019 7768drieteenstrandloper (Calidris alba) 2-2019 7763Drieteenstrandlopertjes voeden zich met kleine wormen, slakjes en geleedpotigen die ze langs de vloedlijn vinden. Veel van deze ongewervelde beestjes graven zich bij eb in het zand in. Zodra de vloed terugkomt, verplaatsen ze zich naar de bovenste paar centimeter van het zand zodat ze zich met het plankton en detritus uit het water kunnen voeden. Als een golf zich terugtrekt, graven ze zich pijlsnel weer in. Drieteenstrandlopertjes steken hun snavel veelal op goed geluk bij afrollende golven in het zand, terwijl het terugtrekkende water het zand losmaakt kunnen zij goed voelen of er iets eetbaars zit. De vloedlijn huist soms enkele duizenden ongewervelden per vierkante meter. Hoewel het dus lijkt dat drieteenstrandlopertjes willekeurig achter elke golf aan jagen, maken ze juist zo goed mogelijk gebruik van het losgewoelde zand en het feit dat veel prooien dan kwetsbaar zijn omdat ze zich proberen te voeden.

 

drieteenstrandloper (Calidris alba) 2-2019 7847drieteenstrandloper (Calidris alba) 2-2019 7794Lees ook: Drieteenstrandloper (Calidris alba).

Jonge zilvermeeuw met vishaak (Larus argentatus)

Tuesday, 19 February 2019

jonge zilvermeeuw (larus argentatus) 2-2019 8162Zilvermeeuwen zijn enorme opportunisten en totaal niet schuw. Langs de hele Noordzee kom je ze tegen en plunderen ze prullenbakken en vuilniszakken  op zoek naar iets eetbaars. Als je niet goed oplet pikken ze zelfs de friet uit je puntzak. Veel vissers weten dat zilvermeeuwen er ook niet voor terugschrikken om het aas uit hun emmer of de vis van hun haakje te stelen. Alles voor een makkelijke hap.  Deze jonge zilvermeeuw aan de pier van IJmuiden heeft dit echter met een vishaakje door zijn snavel moeten bekopen. Als je goed kijkt zie je het nylondraadje zelfs nog aan het oogje zitten.

 

Lees ook: Zilvermeeuw (Larus argentatus).

Mossel vangende scholekster (Haematopus ostralegus)

Tuesday, 19 February 2019

scholekster (Haematopus ostralegus) 2-2019 7965De Latijnse naam voor scholekster is Haematopus ostralegus, wat zich ruwweg laat vertalen als “oester verzamelende bloedvoet” (haima: bloed, pous: voet, ostrea: oester en legere: verzamelen). Blijkbaar vond men de rozerode poten van de scholekster kenmerkender dan zijn lange bloedrode snavel. In het Engels noemt men ze oystercatchers en in de Nederlandse volksmond staan ze ook wel bekend als oestervangers. De herkomst van scholekster laat zich minder makkelijk verklaren, hoewel iedereen zich wel de vergelijking met het zwart- witte verenkleed van een ekster kan voorstellen, eten scholeksters geen schollen. Er wordt wel gesuggereerd dat dit schol staat voor zode of aardkloot of is afgeleid van schallen (weerklinken, geluid maken).

 

scholekster (Haematopus ostralegus) 2-2019 7982scholekster (Haematopus ostralegus) 2-2019 7993Een scholekster eet overigens geen schol of oesters, ze zijn veel meer geïnteresseerd in wormen en mosselen. De snavelvorm van scholeksters is variabel, afhankelijk van hun dieet, het seizoen en hun specialisme kan deze lang en spits of korter en stomp zijn. Omdat de snavels van scholeksters altijd doorgroeien, zo’n 0,4 mm per dag, bepaalt de mate van gebruik hun vorm. Het open wrikken en kapot pikken van schaaldieren, het voorkeursvoedsel in de winter, doet de punt van de snavel harder slijten dan het in de grond wroeten naar wormen in de zomer. De voedselvoorkeur van een scholekster wordt hierin mede bepaald door wat hij van zijn ouders heeft geleerd. De snavels van scholeksters die in gevangenschap opgroeien en hun snavel nagenoeg niet gebruiken, groeien krom. 

 

scholekster (Haematopus ostralegus) 2-2019 8006scholekster (Haematopus ostralegus) 2-2019 8018Deze scholekster stond aan de pier van IJmuiden met zijn voeten op een mosselbank. Regelmatig overspoelden de stenen en stond de scholekster in het water. Omdat mosselen zich onder water openen, kon hij snel met zijn snavel de sluitspier doorknippen en de mossel eruit vissen. Maar hij peuterde ook regelmatig een grote mossel open, hierbij wrikte en beitelde er net zo lang op los tot de mossel brak. Hij was hierin heel succesvol, in de paar minuten dat ik hem heb geobserveerd, heb ik hem meerdere mosselen zien eten.

 

Lees ook: Scholekster (Haematopus ostralegus) en Tureluurs in Noorwegen (Tringa totanus).

Jonge knobbelzwaan (Cygnus olor)

Monday, 11 February 2019

knobbelzwaan (Cygnus olor) 1-2017 4561Deze jonge zwanen zijn aan het einde van een mistige en windloze dag bij het Leikeven gefotografeerd. Jonge knobbelzwanen hebben in hun eerste jaar nog een grijze snavel. Pas als ze hun bruine jeugdveren kwijtraken, kleurt hun snavel oranje. Ze groeien razendsnel en zijn na drie maanden al bijna net zo groot als hun ouders.

knobbelzwaan (Cygnus olor) 1-2017 4477knobbelzwaan (Cygnus olor) 1-2017 4516