Weblog

Tycho Brahe

Monday, 27 May 2013

tycho brahe 1546-1946De wetenschapsgeschiedenis kent veel kleurrijke figuren, soms zijn ze zelfs bekender door hun excentriciteit dan door hun ontdekkingen. Zo weten meer mensen dat Tycho Brahe een gouden neus had dan dat hij het gangbare wereldbeeld van Aristoteles om zeep hielp. Het verhaal is vaak interessanter dan de feiten, iets wat Brahe zich volgens mij goed realiseerde aangezien hij nooit enige moeite nam om normaal over te komen, integendeel.

 

Tycho Brahe (1546-1601) was de Deense astronoom die Johannes Kepler van de astronomische gegevens voorzag waarmee hij zijn drie beroemde wetten van de planetaire beweging kon formuleren. Brahe was een buitengewoon begaafd astronoom die vele belangwekkende ontdekkingen heeft gedaan en die zelf zijn, toen ongekend nauwkeurige instrumenten samenstelde. De ontdekking waar hij “wereldberoemd” mee werd was die van een nieuwe heldere ster in het sterrenbeeld Cassiopeia. De ontdekking van deze supernova zette het oude beeld van Aristoteles van een onveranderlijke wereld en hemel op losse schroeven. Ondanks veel aanbiedingen van Europese hoven en instituten bleef Brahe in Denemarken, hij kreeg er een eiland en verwierf 1% van het nationale inkomen. Op zijn eiland bouwde hij een eigen observatorium en werkte hij verder aan zijn instrumenten.

 

Brahe was een opvallende verschijning, hij had een forse Viking snor en zoals gezegd een gouden neus. Zijn eigen neus was hij op twintigjarige leeftijd verloren tijdens een duel over een wiskundige formule en omdat hij niet zonder neus door het leven wilde maakte hij een prothese op maat. Op latere leeftijd onderhield hij nog een geheime relatie met de koningin van Denemarken welke Shakespeare zou hebben aangezet tot het schrijven van Hamlet en vervolgens had hij een helderziende dwerg, die meestal bij hem onder de tafel zat, en ook nog een eland als huisdier. Deze eland overleed echter toen hij van de trap was gevallen, nadat hij teveel bier had gedronken. De dood van Brahe zelf is niet minder interessant. Het verhaal gaat dat hij tijdens een banket te veel had gedronken maar het onbeleefd vond om tussentijds op te staan. Hij bleef zo lang zitten dat uiteindelijk zijn blaas scheurde en hij aan de gevolgen daarvan overleed.

 

Tycho Brahe ’s lichaam is sindsdien aan meerdere autopsies onderhavig geweest. Uit een van de eerdere kwam naar voren dat hij een hoog kwikgehalte in de haren van zijn snor had. Men speculeerde over de kans dat hij zichzelf onwillekeurig had vergiftigd, hij gebruikte kwik om zijn instrumenten te vergulden, of dat hij wellicht was vermoord, misschien zelfs wel door Kepler die zijn gegevens en instrumenten wilde hebben. Uit een later autopsie kwam echter naar voren dat het kwikgehalte niet hoog genoeg was om zijn dood te kunnen veroorzaken. Hoogst waarschijnlijk was de gescheurde blaas dus toch de echte oorzaak van zijn overlijden. Tussen neus en lippen door wisten de wetenschappers in 2010 zelfs nog te bewijzen dat zijn neus niet van goud maar van messing was. Zo heeft het vraagstuk Tycho Brahe de wereld en wetenschap langer beziggehouden dan zijn ontdekkingen, iets wat Tycho volgens mij helemaal niet erg had gevonden.

 

Django unchained (2012)

Saturday, 25 May 2013

DjangoUnchainedIn Django unchained doet Tarantino met duidelijk plezier weer zijn eigen ding en levert daarmee een geheel eigen en vermakelijke film af. Alhoewel deze film af en toe een zijpad neemt en dan weer waggelend op de rails komt, is hij de 165 minuten aandacht zeker waard. De film wordt gedragen door enkele goede acteerprestaties.  Christoph Waltz zet, net als in Tatantino’s eerdere Inglorious Basterds (2009), weer een fantastische rol neer. Als de Duitse tandarts/bounty hunter geeft hij een menselijk tegenwicht aan het vele grafische geweld. En dat is nodig, want sinds Kill Bill (2003-2004) of From Dusk till Dawn (1996) is er niet zoveel geweld door Tarantino in één film gepropt. Leonardo DiCaprio speelt een prachtig complexe plantage-eigenaar en Jamie Foxx zet, hoewel hij wat langzaam op gang komt een sterke hoofdrol neer. Django unchained is echter niet Tarantino’s beste film, in Inglorious Basterds waren de dialogen zelfs spannender dan de shoot-outs in Django. De regie van Jackie Brown was strakker en het geweld in Kill Bill was effectiever, toch staat Tarantino als regisseur apart genoeg om ook van deze Django unchained weer een sterke film te maken. Dat het niet zijn beste film is, wordt voor veel publiek fors gecompenseerd door het feit dat in deze ode aan de spaghettiwesterns de beste elementen van veel van zijn eerdere films worden gecombineerd. Dat het geheel dan wat rommelig aanvoelt, moeten we maar voor lief nemen.

 

Liefdessloten aan de pont l’archevêche

Thursday, 23 May 2013

sloten aan pont de larcheveche parijs 5-2013 1585sloten aan pont de larcheveche parijs 5-2013 1597

 

 

 

 

 

 

 

 

De hekken van de pont l’archevêche, de smalste brug over de Seine vlak bij de Notre Dame, zijn behangen met sloten. De gewoonte om een slot met daarop de namen van twee geliefden aan een brug te bevestigen en dan de sleutel in het water te gooien stamt al uit 2000. Het niet meer te openen slot symboliseert eeuwigdurende liefde.

 

In Parijs begon de gewoonte sinds 2010 een ware hype te worden en aan sommige bruggen is zelfs geen plaats meer om nog een slot te bevestigen. Buiten de vele bezoekers zijn er ook veel handelaren die bij de verschillende bruggen sloten te koop aanbieden. Hoewel veel steden zich afvragen in hoeverre dit gebruik hun monumenten kan beschadigen en de sloten soms verwijderen, zijn deze sloten op zich zelf ook weer een toeristische trekpleister en veel gemeenten zetten nu speciaal daarvoor ontworpen constructies neer.

 

Frémiet en King Kong

Tuesday, 21 May 2013

ingagi 1930Als je het ontstaan van King Kong tot aan zijn oorsprong terug volgt, zou kun je stellen dat de interesse voor de grote mensapen bij Darwin is begonnen. Sinds hij de verwantschap tussen ons en de primaten heeft aangetoond, zijn mensen over de grenzen van deze verwantschap gaan fantaseren. Deze interesse werd later verder gevoed door o.a. Arthur Conan Doyles “The Lost World” uit 1912 en Edgar Rice Burroughs “The Land that Time forgot” uit 1918. De black-exploitatie film “Ingagi” uit 1930 wakkerde het idee van seksuele relaties tussen zwarte vrouwen en grote apen verder aan en deze film was zelfs dusdanig succesvol dat Fox het in 1933 aandurfde om “King Kong” uit te brengen.

 

gorilla fremiet 1859De iconografie van een grote aap die een vrouw meevoert gaat echter terug op een tweetal beelden van Emmanuel Frémiet. Toen hij bij het grote publiek nog niet bekend was, werd zijn beeld van een grote (volgens de inscriptie bij het beeld, vrouwelijke) gorilla die een negerin ontvoert, achter een gordijn tentoongesteld. Het zorgde in 1859 voor erg veel ophef en het werd later helaas door kwaadwillenden vernield. Beaudelaire schreef er over:  (…) onthoudt, de aap wil haar niet opeten, maar haar verkrachten. Want de eenzame aap, tegelijkertijd meer en minder dan een man, heeft soms een menselijke honger naar vrouwen getoond.

In de 18e eeuw was men er van overtuigd dat Orang-oetans en Gorilla’s regelmatig vrouwen ontvoerden om deze te verkrachten. Enkele van deze beschrijvingen vond men zelfs bij Buffon (1707-1788) in zijn beroemde “Histoire Naturelle”.

 

gorilla fremiet 1887Toen Frémiet in 1887 als beeldhouwer was doorgebroken, presenteerde hij nogmaals een beeld van een gorilla die een vrouw ontvoerde. Ditmaal werd het ontvangen als een waar meesterwerk en in de Salon met een medaille d’honnour beloond. Het beeld stelt een grote behaarde gorilla voor die onder één arm een vrouw geklemd houdt. In zijn vrije hand heeft hij een ruw bewerkte steen en uit zijn zij steekt een pijl. De vrouw poogt zich tevergeefs met haar handen van de gorilla af te duwen. Haar onderlijf hangt slap en doet qua houding enigszins aan dat van Christus bij een kruisafname denken. In haar haar draagt zij een halve gorillakaak, ze is dus geen weerloos slachtoffer maar zelf ook een roofdier uit het stenen tijdperk. De bewerkte steen in de vrije hand van de gorilla verwijst naar de evolutionaire verwantschap tussen de mens en de mensapen en de pijl in zijn zijde duidt aan dat er een woest gevecht tussen beide soorten gaande was. De gorilla is hier meer dan een dier, hij personifieert de brute dierlijke kracht en de menselijke vrouw is dan ook geen tegenstander voor deze kolos met vier handen. De slang in het voetstuk zou kunnen verwijzen naar de seksuele implicaties van de ontvoering en het verlies van onschuld.

 

murders in the rue morgueIn 1846 had Edgar Allan Poe “Murders in the Rue Morgue” uitgebracht. Dit boek werd al snel in het Frans vertaald en kan Frémiets interesse in Gorilla’s en Orang-oetans hebben gewekt. In deze beroemde detective worden enkele moorden door een grote Orang-oetan gepleegd en het idee van een weerloze vrouw die door een aap met drie keer de kracht van een volwassen man wordt overmeesterd zou goed een diepe indruk op Frémiet gemaakt kunnen hebben.

 

jessica lange in king kong 1976Beide gorillabeelden van Frémiet laten zien dat hij erg goed op de hoogte was van de anatomie van gorilla’s. In 1855 werd de eerste levende gorilla in Engeland tentoongesteld en de kans is groot dat Frémiet haar daar is gaan bekijken. Deze vrouwtjesgorilla “Jenny” was bij Wombwell’s Traveling Menagerie voor het publiek te bekijken. In 1883 kwam de eerste levende gorilla naar Frankrijk en werd in Jardin des Plantes getoond. De manier waarop Frémiets gorilla zich beweegt, de grote handen met opponeerbare duimen en de manier waarop de spieren onder de vacht liggen, bewijzen dat hij gorilla’s uit eerste hand heeft kunnen bestuderen. Zijn beeld uit 1887 is de oorsprong van alle andere iconische beelden van een grote aap die een vrouw ontvoert, zoals dat van King Kong.

 

Lees ook: Frémiet: Orang-oetan wurgt een wilde uit Borneo.

 

Konijnenschedel

Sunday, 19 May 2013

konijnenschedel (oryctolagus cuniculus) 2-2013 3648

 

 

 

 

 

 

 

Lees ook: Reigerschedel.

Een dodo in Parijs

Saturday, 18 May 2013

dodo jardin des plantes 5-2013 1308Vorige week was ik voor een paar dagen in Parijs, het allereerst wat ik bezocht was mijn favoriete museum, Jardin des Plantes en dan specifiek les Galeries d’Anatomie comparée et de Paléontologie. Dit prachtige museum is nog niet verpest door educatieve opstellingen en presentaties, nog niet gerestyled of heropend. Het is een tijdscapsule, als je er binnen komt waan je je in een andere eeuw. Op de eerste verdieping van dit museum op de afdeling Paleontologie staat een kleine vitrine met stof en vuil en vingers op het glas waarin dodo-botjes liggen, echte. Er ligt ook een oud gipsafgietsel van het enige dodo-overblijfsel waar nog weefsel aan zit, die van de beroemde Oxford-dodo. Je kunt de vitrine haast niet zien vanwege het dakraam dat in het glas van de display spiegelt, maar voor mij is het toch één van de interessantere stukken.

 

dodo jardin des plantes 5-2013 1360In de Grande Gallerie de l’evolution in het Jardin des Plantes staat zelfs een compleet dodoskelet én een mooie namaak opgezette dodo. Er zijn maar een paar musea in de wereld die een volledig dodoskelet bezitten en vele daarvan zijn net zoals deze in Parijs samengesteld uit losse botten. Dit skelet werd in 1866 in Londen aangekocht en is sindsdien in het bezit van Jardin des Plantes. Het staat in een glazen vitrine in een ruimte die speciaal voor de dodo is ingericht. In twee vitrines daarnaast staan nog een gipsen en de namaak dodo. Deze taxidermisch nagemaakte dodo ziet er prachtig uit. Het is een zogenaamde “gezellige” dodo, dik in de veren, laag op zijn poten en met een eigenzinnige houding en blik. Het is een echte dodaars, (dod-aars) zoals ze de vogels vroeger ook wel noemden vanwege het karakteristieke dotje veren op hun kont. Hij is niet echt, je kunt zelfs twijfelen over de natuurgetrouwheid van het beeld maar toch, toch voelt het alsof je heel even oog in oog staat met dit mythische dier, met die vogel waarvan men zei dat hij in stilte tranen huilde als hij werd gevangen. Een kortstondige ontmoeting met de vogel die men vrijwel nooit levend van zijn eiland heeft kunnen halen, die bij bijna elke poging in hongerstaking ging en tijdens de reis stierf .

 

dodo jardin des plantes 5-2013 1361Er bestond van deze prachtige vogel, die al binnen een eeuw na zijn eerste ontmoeting met de mens was uitgeroeid, ooit één compleet opgezet exemplaar. Dit stond in het Ashmolean Museum in Oxford. De enige complete dode dodo ter wereld. Dit Ashmolean, waar Lewis Carroll en Alice Liddell samen regelmatig kwamen, had de vogel aangekocht van John Tradescant, een vroege verzamelaar die naar verluid de levende vogel zelfs nog in London had tentoongesteld. Maar na verloop van tijd kwam de mot in de opgezette dodo en rook hij niet meer zo fris en op 8 januari 1755 besloten de bestuurders van dit museum dat het samen met veertig andere opgezette dieren, die ook in slechte staat verkeerden, maar moest worden verbrand. Gelukkig wist de toenmalige procustus (hoofdsuppoost) van het museum nog net de kop en een poot van dit exemplaar af te trekken voor het werd vernietigd. Ik heb de naam van deze held niet kunnen achterhalen maar als je bedenkt dat deze verschrompelde kop en poot nu de enige overblijfselen van de dodo zijn waar nog weefsel aan zit en dat deze nu tot een van de meest waardevolle natuurhistorische schatten ter wereld worden gerekend, mogen we hem wel dankbaar zijn.

 

De wind in de metro

Wednesday, 15 May 2013

Of je het nu metro, tube, subway of underground noemt, het klimaat in al deze ondergrondsen is hetzelfde. Onafhankelijk van het weer in de wereld erboven waait het er altijd. Een droge muffe lucht slaat je bij de ingang van de metro in het gezicht, alsof ze je eigenlijk het liefste weer naar buiten zou duwen. Met toegeknepen ogen worstelen mensen zich tegen deze föhn in naar beneden en zoeken hun weg door het labyrinth van gangen en trappen. Terwijl de wind zich in hun longen nestelt, haasten zij zich voort. Oppervlakkig ademend zoeken ze hun perron. Voortbewogen door treinwagons die als zuigers in injectiespuiten zich met grote haast door de smalle tunnels heen persen krijgt de wind een steeds hogere snelheid. Een zuurstofarme lucht vol van betonstof en vuil fluit tussen de tunnels en slaat de passagiers op de perrons in hun gezicht. Als ze aan het einde van hun reis via een smalle trap eindelijk weer naar boven kunnen, geeft deze wind ze nog een duwtje mee, alsof ook de wereld onder de stad niet echt gelukkig is met al die bezoekers, met de verstoring van al dat stof en al dat vuil.

 

Lees ook: Het hoekje om.

 

Rue Buffon

Tuesday, 14 May 2013

rue buffon 5-2013 1398Langs de zijkant van de Jardin des Plantes in Parijs loopt de Rue Buffon, vernoemd naar diens voormalige directeur Georges de Buffon (1707-1788). Heel wat eer voor iemand waarvan de wetenschappelijke wereld, waaronder Georges Cuvier, zeer verheugd was toen hij in 1788 stierf.

 

Nadat Georges de Buffon tot directeur van het voormalige Jardin de Roi werd benoemd wist hij dit uit te bouwen tot Jardin des Plantes, het Franse centrum voor natuurwetenschappelijk onderzoek.  Naast zijn uitgebreide financiële en sociale contacten stortte hij zich op zijn meesterwerk, de Histoire Naturelle, générale et particulière (Natuurlijke Historie, in het algemeen en in het bijzonder). Hoewel hij eigenlijk niet echt was gekwalificeerd voor een dergelijk omvattend wetenschappelijk werk was hij toch van plan om de algehele natuurwetenschappelijke kennis in vijftig losse delen uit te geven.

 

poulpe colossal buffonHet was hierbij zijn bedoeling om de gewoonlijk beschrijvende wetenschappelijke werken te overstijgen door een volledige filosofie van de natuurwetenschap op te stellen. Uiteindelijk zijn er “slechts” vierentwintig delen gepubliceerd, maar deze waren wel een enorm succes. De eerste druk uit 1749 was al binnen zes weken uitverkocht en zijn natuurhistorische filosofie werd het best gelezen werk van de 18e eeuw. Het was geschreven voor de rijke aristocratie met geld en veel vrije tijd. De boeken waren fraai geïllustreerd en bloemrijk beschreven maar lang niet altijd even wetenschappelijk verantwoord. Voor Buffon waren het verhaal en de emotie vaak belangrijker dan de feiten en het boek leest dan ook als een theaterstuk. Alhoewel Buffon wel degelijk enkele vernieuwende ideeën en inzichten had was hij er niet wars van om teksten naar de censuur van de kerk of regering aan te passen. Hij vond het belangrijker om in de gratie te blijven en zijn boeken te kunnen publiceren dan in de voorhoede van de wetenschap te vechten, iets wat hem veel kritiek van jonge wetenschappers opleverde. Mede door dit conservatisme hield hij lange tijd veel nieuwe wetenschappelijke ideeën tegen, zo wees hij Linnaeus classificatiesysteem af en vond hij ontdekkingen die via de microscoop werden  gemaakt niet relevant.

 

Toch is Georges de Buffon buitengewoon belangrijk voor de ontwikkeling van de natuurhistorische wetenschap geweest. Dankzij hem kwam deze wetenschap bij het grote publiek in de belangstelling. Men begon privéverzamelingen samen te stellen en bediscuteerde zijn boeken en nieuwe ontdekkingen. Hierdoor ontstond er een interesse in, en geld voor, wetenschappelijk onderzoek. Georges de Buffon heeft de natuurhistorie populair gemaakt en alleen al daarom verdient hij het dat de straat waaraan Jardin des Plantes ligt, het centrum dat hij groot heeft gemaakt, naar hem werd vernoemd.

 

Lees ook: Frémiet: Orang-oetan wurgt en wilde uit Borneo.

Oblivion (2013)

Monday, 13 May 2013

oblivion-posterHoewel ik er niet al te veel van verwachtte vond ik dit best een leuke film, ik ga hem ook zeker nog een keer kijken. Het enige minpunt in de film is Tom Cruise, hij is als acteur te beperkt en het lukt hem niet de film te dragen. Tijdens de actiescènes valt dat niet zo op maar juist op de vele mooie rustige momenten in de film laat hij het afweten. Toch wil ik niet te negatief over deze film zijn, de ruime en desolate setting en de minimalistische vormgeving  zorgen toch voor een geheel eigen sfeer. Dit is een echte popcornfilm en zo moet je hem ook gaan zien, verwacht geen emotionele diepgang of een hoogstaand script, de film is puur als vermaak bedoeld.

 

Frémiet: Orang-oetan wurgt een wilde uit Borneo

Sunday, 12 May 2013

Fremiet 1895 orang-outang etranglant un sauvage de BorneoIn de ontvangsthal van het Parijse Musée d’Histoire Naturelle staat een imposant beeld van Emmanuel Frémiet (1824-1910). Deze in Nederland minder bekende Franse beeldhouwer stond bekend om zijn dierenbeelden en in Parijs vind je zijn werk van Place des Pyramides tot in Musee d’Orsay. Dit beeld van een Orang-oetan die een wilde uit Borneo wurgt werd in 1895 speciaal voor het Parijse Natuur Historische Museum  gemaakt. Het is een groot en verontrustend beeld. Op de grond ligt een man die zijn laatste adem uitblaast. Boven hem torent een grote Orang-oetan die zijn keel dicht knijpt.  Links naast de man ligt nog het mes waarmee hij de grote mensaap in zijn zij had gestoken en rechts van de aap zit een jonge Orang-oetan. Het tafereel speelt zich af op een verhoogt stuk grond en de stervende man ligt met zijn hoofd en armen naar beneden. De enorme armen van de aap worden gespiegeld in de slappe, krachteloze armen van de man. Het beeld toont de brute kracht van de mensaap en zijn overwinning op de mens. De grote Orang-oetan perst met een bijna menselijk en sadistische genoegen het laatste leven uit zijn evolutionaire broeder en wordt daarbij aangemoedigd door zijn jong.

 

Dit beeld van Frémiet is bijna on-Europees in zijn bezieling. De meeste westerse dierenbeelden zijn leeg en koud, op een kil antropomorfisme na zijn het vaak hobbelpaarden en teddyberen, voorzien van spieren en huid maar meestal zonder ziel of bewustzijn.  Het christelijke idee dat alleen de mens een bewustzijn heeft resulteerde in het onteigenen van al het andere leven. De natuur werd ondergeschikt aan de mens en verloor daarmee zijn angel. Bij Frémiet is de bezieling van zijn Orang-oetan bijna heidens. De intensiteit en emotie die er uit de mensaap spreekt, maakt het beeld verontrustend maar verheft het ook boven vele andere dierenbeelden.