Weblog

Vanitas

dinsdag, 13 juli 2010

vanitas+pieter+claeszWe vergeten wel eens dat we ooit dood zullen gaan. Vaak leven we in de illusie dat alles wat we doen of proberen te bereiken letterlijk van levensbelang is. Een soort blikveld vernauwing waarbij wijzelf het vlammend middenpunt van een egocentrisch en beperk universum worden. Wat we dan missen is een methode om onszelf en ons doen en laten in een breder perspectief te plaatsen, een klein hulpmiddel wat helpt ons eigenbelang te relativeren. Memento Mori, gedenkt te sterven, realiseer je dat je tijd beperkt is. Zelf heb ik een fossiel van een trilobiet, een klein pissebedachtig wezentje dat meer dan 250 miljoen jaar oud is. Dit kleine opgerolde beestje kan mij, na al de tijd die er is vergaan sinds het leefde, nu nog versteld laten staan.

 

Deze trilobieten waren enorm succesvol ze hebben het als soort bijna 300 miljoen jaar volgehouden, maar toch stierven ze uit. Ze leefden in relatief laag water en moesten net als de huidige geleedpotige vervellen om te kunnen groeien, zowel deze vervelde huidjes als de trilobieten zelf zijn gefossiliseerd. Het is dan ook een heel gewoon en veel voorkomend fossiel. Maar dit kleine fossieltje herinnert mij eraan dat alles wat ik doe of ben over relatief korte tijd vergeten zal zijn.

 

for+the+love+of+GodEen vaker gebruikt symbool van de menselijke vergankelijkheid is natuurlijk de schedel. Schilders als Pieter Claesz (een Antwerpse schilder uit de 16e eeuw) gebruikten symbolen als schedels, uitgedoofd kaarsen, lege inktpotten, verwelkte bloemen of omgevallen glazen om de ijdelheid van ons bestaan te illustreren. Dit zogenaamde Vanitas motief werd veel gebruikt om de tijdelijkheid en zinloosheid van het aardse bestaan weer te geven. “Vanitas Vanitatum Omnia Et Vanitas” (ijdelheid der ijdelheden alles is ijdelheid). In het leven is de dood en de schedel is het ultieme symbool van onze vergankelijkheid. Maar ook deze schedel is stoffelijk en zal uiteindelijk vergaan,… of niet. Een veelbesproken en verguisd kunstwerk is de diamanten schedel van Damien Hirst. Het is een platinum afgietsel van een menselijke schedel, volledig bedekt met ingelegde diamanten. Platinum en diamant, de meest bestendige materialen ter wereld, het is alsof Damien hier een Vanitas symbool heeft gemaakt dat wel de tijd kan doorstaan. Als over 300 miljoen jaar dit het enige object is dat aan ons herinnert, het enige menselijke fossiel, is het dan niet passend dat het juist onze ijdelheid en hoop op eeuwig leven symboliseert?

 

Petroleum Zuid

dinsdag, 13 juli 2010

petrol-zuid-05-2010-3948Petroleum Zuid in Antwerpen is een oud bedrijventerrein van zo’n 125 hectaren. Het ligt aan de Schelde tussen de Kennedy-tunnel en de Hobokenpolder. Zo’n 60 procent ligt braak en veel straten werden opgebroken om het ontstaan van illegale verblijfplaatsen te ontmoedigen. De petroleuminstallaties liggen er grotendeels verlaten bij. Het gehele terrein is vervuild met zware metalen en minerale oliën. Toch claimt de natuur hier terrein terug en overal ontstaat weelderige plantengroei. Deze combinatie van vervallen industriële architectuur en terugkerende plantengroei maakt het gebied erg interessant voor fotografen. De gemeente heeft echter veel gebouwen afgesloten en de politie patrouilleert er regelmatig. Straatnamen zoals de Mazoutwek, Olieweg, Lakweg, en Naftaweg herinneren nog aan haar verleden, in 1864 was Antwerpen de belangrijkste petroleumhaven in Europa en één derde van de totale productie van de V.S. ( een kleine 230.000 vaten ) kwam hier binnen. Momenteel staat er voor deze locatie een voetbalstadion en nieuwe bebouwing gepland.

 

petrol-zuid-05-2010-4073Eén van de bekendste locaties in Petroleum Zuid is de Lakweg op de hoek van de Naftaweg. Een locatie die je bij veel Urban Exploring sites tegenkomt. Ik ben er ook gaan kijken, niet alleen want met dat soort locaties is met z’n tweeën toch veiliger. Het eerste gebouw op de hoek van de Lakweg was dichtgemetseld, ernaast stond een ijzeren hek. Terwijl we een ingang zochten wees een zwerver op het terrein naar de achterkant en mompelde iets in het Frans. Hij probeerde duidelijk te maken dat we het terrein op konden als we om zouden lopen. Gek genoeg draaide hij zich hierna meteen om en liep zelf weg. Alsof hij gewend was dat mensen kwamen fotograferen maar er zelf niet bij wilde zijn. We zijn rechtsom langs de muren gelopen en konden inderdaad via een wal en een grasveld tussen de struiken door het terrein op. De zwerver zagen we verder weg slenteren. De locatie was interessant, bouwtechnisch nog intact met mooie doorkijken en lege ruimtes. Het glas was overal uit en de begroeiing stond zo hoog dat je uit een raam alleen maar groen zag. In één van de kamers vonden we de leefruimte van de zwerver. Tussen hoogopgestapelde meubels had hij een kleine ruimte, met wat blokken hout om te branden. Een pak macaroni en een schoteltje met een aansteker en wat muntjes was verder alles wat er stond. We hebben snel wat foto’s gemaakt en zijn weer naar buiten gegaan. Het was een flink terrein. Van een gebouw was de kelder een egale vlek oude olie, je kon niet zien hoe diep het was. Bordjes met “roken verboden” waarschuwde voor het brandgevaar. Verder stonden er nog een oud benzinestation en een hoge fabrieksschoorsteen. Een vijftal oudere jongens, die ons van buitenaf over het terrein hadden zien lopen, klommen over het ijzeren hek, ze waren echter meer geïnteresseerd in vernieling dan in ons. Ze lieten ons met rust, we hoorden ze later spullen kapot gooien en lachen. Kort daarop zijn wij vertrokken, petrol-zuid-05-2010-4079toen we weer buiten om het terrein heen terugliepen zagen we nog een jongen vanaf een dak stoelen kapot gooien.

 

klik hier voor meer foto's van petroleum zuid

Het vliegend hert (Lucanus cervus)

zondag, 11 juli 2010

vliegend+hert+(lucanus+cervus)Het vliegend hert (Lucanus cervus) is Nederlands grootste en bekendste kever. Vroeger waren ze heel gewoon maar tegenwoordig zijn ze akelig schaars en nog maar bekend van een handvol vindplaatsen. De kevers danken hun naam aan de grote hertachtige kaken en zijn bij wet beschermd. De volwassen mannetjes kunnen tussen de 3,5 en de 9cm groot worden en verschijnen tussen mei en augustus. De meeste kans om ze te zien maak je op warme broeierige zomeravonden. Dan vliegen ze om de kruinen van hun broedbomen, meestal eiken. Hierbij komen ze soms op licht af. Ze vliegen moeizaam en maken een duidelijk laagzoemend geluid. Om hun grote kaken in balans te houden vliegen de mannetjes vrijwel rechtop. Deze grote kaken kunnen nauwelijks bijten maar zijn meer bedoeld als hef- en wrikwerktuig bij de worstelingen met andere mannetjes.

 

vliegend+hert+(lucanus+cervus)-Deze kevers zijn diep in onze geschiedenis en mythologie geworteld. Het Italiaanse woord voor vlieger ‘cervo volante’ is van deze kever afgeleid. Kinderen lieten deze kevers vroeger aan een eindje touw gebonden vliegen. De Griekse poëet Sophokles heeft van dit gebruik in de oudheid al melding gemaakt. De eerste vermeldingen van magische krachten van deze kevers vinden we bij Plinius de oudere, deze Romeinse geschiedschrijver vertelt over de gewoonte om bij jonge kinderen de kop met kaken van het vliegend hert om de hals te hangen, dit zou gevaar en ziekte kunnen afwenden. Zelfs nu nog worden ze Griekenland als amulet verkocht. Ze zouden het boze oog kunnen afwenden. In Duitsland vind je om dezelfde reden een zilveren amulet van deze kop met kaken aan de voorkant van de lederhösen. Dezelfde Duitsers hebben vroeger de as van deze kevers gebruikt als aphrodisiacum (lustopwekkend middel) of als middel tegen bedplassen en beenkrampen. De meer duistere legenden van deze kevers stammen uit de middeleeuwen. Men dacht dat ze de branden aan rieten daken veroorzaakten door met gloeiende kooltjes tussen hun kaken deze daken in brand te steken. Jacob Grimm beschreef deze mythe aan het begin van de 19e eeuw, men noemde de kevers toen Feuerschröter of Hausbrenner. Als men een vliegend hert in de schemering tegen het licht ziet vliegen dan lichten de holle kaken rood op en steken duidelijk af tegen de rest van zijn zwarte lijf. Dit kan heel goed de reden zijn waarom men dacht dat ze gloeiende kooltjes vervoerden. Men dacht ook dat deze kevers de bliksem aantrokken, de namen Donnergueg en Donnerschröter herinneren hier nog aan. Men verbond ze aan de dondergod (Donar, Thor) en dacht dat ze heilig waren. Dit bijgeloof ontstond waarschijnlijk vanuit de gewoonte van deze kevers om zich in oude alleenstaande eiken te ontwikkelen. Deze worden sneller door de bliksem getroffen en als men dan in zo’n getroffen en gespleten boom de kevers en zijn larven of poppen vond dacht men dat zij de bliksem hadden aangetrokken.

 

lees ook Distelboktor en Penseelkever

 

Mimesis

zondag, 11 juli 2010

mimeseHet zal iedereen bekend zijn dat veel insecten via camouflage op iets heel anders proberen te lijken. Deze vorm van camouflage ( mimesis ) zorgt ervoor dat ze lijken op een takje, blad of uitwerpselen. Wat waarschijnlijk minder mensen weten is dat takjes, bladeren en uitwerpselen hierin minstens zo goed zijn, zij lijken perfect op insecten. Voor elk insect dat ik tijdens mijn wandelingen tegenkom zijn er tientallen takjes, verdroogde blaadjes op zaadpeulen die perfect een stilzittend insect imiteren.

Penseelkever (Trichius fasciatus)

zondag, 11 juli 2010

penseelkever+(trichius+fasciata)+4938Een mooi voorbeeld van mimicry bij kevers is de penseelkever (trichius fasciatus). Hij doet heel overtuigend zijn best een hommetje te zijn. Hij heeft dikke gele beharing, zwart met gele banden en beweegt zich als een hommel. Dit is een vorm van camouflage waarbij het dier zich niet wil verstoppen maar zich vermomd als een ander dier.

 

Door zich voor te doen als een veel penseelkever+(trichius+fasciata)+4941gevaarlijker hommel loopt de Penseelkever minder risico. Deze vorm van mimicry vind je bij Nederlandse kevers ook bij de wespenboktorren, deze vermommen zich als wesp. De Penseelkever heeft de speciale mogelijkheid om zijn vleugels uit te vouwen zonder eerst zijn dekschilden op te hoeven klappen. De zijkanten van zijn dekschilden hebben hiervoor speciale uitsnijdingen. Hierdoor kan hij heel plots opvliegen. penseelkever+(trichius+fasciata)+4948Ze staan in Nederland bekend als vrij zeldzaam, toch zie je ze in De Brand nog regelmatig op schermbloemen. Als je vroeg komt zie je ze daar soms, weggestopt voor de nacht, wachtend op de zon om zich op te warmen.

 

lees ook Distelboktor

 

Toekomst voorspellen

woensdag, 7 juli 2010

tarotkaart+no-13+de+doodAls sinds mensenheugenis proberen wij onze toekomst te voorspellen. We doen dit door middel van een gestandaardiseerd proces of ritueel. We lezen de toekomst in onze handen, koffiedik, de ingewanden van ganzen, theeblaadjes, tarotkaarten, de vlucht van zwaluwen, de sterren, een glazen bol of wat we ook maar kunnen verzinnen. Je zou kunnen zeggen dat de ingewijde in staat is om via deze geritualiseerde methodes tekenen te lezen die wij, de niet ingewijden, missen. Maar, of je er in geloofd of niet, het blijft natuurlijk het met de intuïtie en inspiratie interpreteren van gegevens die ogenschijnlijk niets met de gestelde vraag of toekomst te maken hebben. De wetenschap vertelt ons dat dit niet kan, het incommensabiliteits principe van Feyerand Kuhn leert ons dat het onmogelijk is om deze twee onverenigbare theorieën op elkaar toe te passen. Dit komt door een gebrek aan gezamenlijke maat. Je kunt elektriciteit niet meten in meters en de dikte van een ganzenlever niet in emoties.

 

Nu is er echter een gedocumenteerd geval van Alectryomancie (het maken van toekomst voorspellingen door het observeren van het gedrag van dieren). De biologe Rachel Grant heeft geconstateerd dat padden in het San Ruffinomeer in Italië, die zich zoals altijd massaal hadden verzamelt voor het paarseizoen, ineens allemaal vertrokken. Zo’n 96% van alle padden was verdwenen. Vlak daarna vond er 75km. verder een zware aardbeving plaats. 46000 mensen moesten worden geëvacueerd en 300 mensen kwamen om het leven. Na de aardbeving kwamen de padden weer massaal terug om bij volle maan te kunnen paren maar gelijk daarna vertrokken ze weer. In dit geval vlak voor een zware naschok. Twee dagen daarna keerden ze weer terug. Dit is a-typisch dierengedrag, padden verlaten normaal gesproken nooit het meer nadat ze hebben gepaard. Maar hier wisten ze blijkbaar tot tweemaal toe feilloos de aardbeving te voorspellen. De biologen vermoeden dat de padden het vrijkomen van allerlei gassen en geladen deeltjes vlak voor een aardbeving kunnen waarnemen. En door padden beter te observeren zouden we in staat moeten zijn een aardbeving nauwkeuriger te voorspellen. Een duidelijk voorbeeld van Alectryomancie!

 

Zo bekeken zouden ogenschijnlijk niet ter zake doende gegevens dus best wel voor betrouwbare voorspellingen kunnen zorgen. Google lijkt in elk geval te denken van wel. Zij hebben onlangs een onbekend bedrag geïnvesteerd in Recorded Future. Dit bedrijf omschrijft zichzelf als volgt; “The world’s first temporal analytics engine, a new predictive analysis tool that allows you to visualize the future, past or present”. Het claimt de toekomst te kunnen voorspellen aan de hand van semantische zoekfuncties. Het is een nieuw soort zoekmachine die informatie verzamelt over mensen, bedrijven, locaties, evenementen etc. Eigenlijk is het één grote crawler die zo veel mogelijk informatie binnen haalt, variërend van overheidsdocumenten tot twitter berichten. Deze informatie wordt vervolgens gebruikt om patronen en gegevenssets te genereren. Deze patronen kunnen dan worden geanalyseerd om bijvoorbeeld betrouwbare beurskoers voorspellingen te maken. Zo wordt het momentum van een aandeel gemeten aan de hand van de hoeveelheid nieuws en bronnen.

Hoewel ik mezelf zelden aan waarzeggerij waag heb ik toch een nagenoeg feilloze manier gevonden om mijn persoonlijke toekomst op korte termijn te voorspellen. Niet door het observeren van het gedrag van dieren, of door het staren naar wolkenpatronen of koffiedik, maar gewoon door goed te letten op de stand van de wenkbrauwen en mondhoeken van mijn partner.

Krabspinnen

woensdag, 7 juli 2010

tuinrenspin+(philodromus+aureolus)+5358Van alle spinnen vind ik de wielwebspinnen en de krabspinnen het mooist. Tijdens een wandeling in Gorp en Rovert kwamen we er onlangs meerdere tegen, een boskrabspin, een groene krabspin, een zwartrugkrabspin en een tuinrenspin. Deze krabspinnen familie ( Thomisidae ) wordt in NW-Europa vertegenwoordigd door ca. 70 soorten. Ze hebben vaak een breed krabachtig lichaam en kunnen net als krabben zijwaarts lopen. Hun eerste 2 paar poten is langer dan hun achterste en ze zijn vaak zeer goed gecamoufleerd. Sommige kunnen zelfs binnen enkele dagen van kleur veranderen om nog meer in hun omgeving op te gaan. De Philodromidae of renspinnen van deze familie zijn actieve en snelle jagers.

De Misumeninae of eigenlijke krabspinnen jagen echter niet actief. Hun schutkleuren stellen hun in staat om open en bloot op bloemen op een prooi te wachten. Ze zijn zo lui dat een prooi die niet binnen het bereik van hun poten komt wordt genegeerd. Als ze echter toeslaan doen ze dat razendsnel. Ze hebben ondanks hun kleine gifkaken een buitengewoon sterk en snelwerkend gif. Zelfs grote vliegende insecten zoals bromvliegen of bijen worden gegrepen. Soms wordt de spin in hun vlucht meegevoerd. De spin blijft dan aan zijn prooi hangen, tot na enkele seconden het gif zijn werk heeft gedaan en de prooi dood neervalt.

groene+krabspin+(diaea+dorsata)+4530-2boskrabspin+(xysticus+lanio)+4279-3platte+krabspin+(coriarachne+depressa)+3943zwartrugrenspin+(philodromus+dispar)+4504-2

Montzen Gare

dinsdag, 6 juli 2010

5708Het verlaten trein rangeer station van Montzen is zo bekend bij veel ( urbex ) fotografen dat ook wij besloten om de lange rit er naartoe eens te wagen. Het ligt in een mooie landelijke omgeving, van verre zie je het hoge spoorviaduct al liggen. Deze werd ooit aangelegd als deel van de verbinding tussen Aken en Antwerpen en liep langs het Montzen station. De bouw van het station is tijdens de eerste Wereld Oorlog in 1915 door de Duitsers gestart. Ze lieten het werk toen door Russische krijgsgevangenen uitvoeren. Van mei 1953 tot juni 1957 was het de eindbestemming van spoorlijn 38. Sinds 1919 nam het spoorvervoer enorm toe, mede door de aanvoer van Duits materiaal dat men leverde ter reparatie van de oorlogsschade. Om deze reden besloot de Belgische staat het station af te maken en zelfs uit te breiden. Het kende zijn hoogtepunt in de jaren 30 en vreemd genoeg was het nazi-Duitsland dat aan dit succes ter oorsprong lag. Het rangeerterrein werd in 1944 op 27 april door een bombardement vernietigd. Sindsdien staat het leeg, op een paar ruimtes na die door derden ter opslag worden gebruikt.

 

Momenteel staat het te koop maar het ziet er niet naar uit dat er veel geïnteresseerden zijn. Toen wij er kwamen waren er al veel mensen, waaronder de plaatselijke fotoclub. Er is nog genoeg te zien, al is het maar gebroken glas of afbladderende verf. De locatie is nu echter te bekend en te beschadigd. Het is leuk dat er nog wat wagonnen en een treintoestel staan, 5584het roept echter geen emoties meer op.

 

Klik hier voor meer foto's van Gare de Montzen

De aaibaarheidsfactor

dinsdag, 6 juli 2010

puss+in+boots+(shrek2)Het beroemde boekje met aaibare kaft van Rudy Kousbroek staat ook bij mij in de kast. Dankzij dit boekje is iedereen bekend met de term “aaibaarheidsfactor”, de mate waarin wij dieren aardig vinden. In dit fraaie boekje deelt hij de dieren op in categorieën. Natuurlijk staat de kat het hoogst aangeschreven, hoe kan het ook anders, de vissen staan vrijwel onderaan maar de echte bodem is bestemd voor de oesters, kwallen en begrijpelijk de sidderalen. Deze aaibaarheidsfactor zou ook verklaren waarom protesten tegen proefdieren zoals apen en konijnen zo fel zijn en die tegen insecten of vissen zo schaars. Waar het volgens mij vooral veel mee te maken heeft is echter ons vermogen om ons in dieren in te leven. We zijn al snel geneigd om menselijke gedachten en eigenschappen aan niet menselijke wezens toe te kennen (antropomorfiseren). En laten we eerlijk zijn dat gaat heel wat makkelijker bij een dier met twee ogen, vier poten en haar dan bij een dier met acht ogen, acht poten en geen haar (spinnen hebben het zwaar).

 

Vroeger hoorde je al dat mensen die van vissen houden koel en intelligent zijn, een beleefde manier om te zeggen dat ze hard op weg zijn sociopaat te worden. Mensen met katten, hamsters en konijnen daarentegen zijn vriendelijk, empatisch en houden van gezelligheid en knuffelen. Nu hou ik toevallig van spinnen en kevers, en niet alleen omdat ik allergisch ben voor kattenharen. Gelukkig sta ik niet alleen in deze liefde. Ter verdediging kan ik aanvoeren dat ook Darwin hevig in kevers was geïnteresseerd en waarschijnlijk zelfs God in zijn almachtige grootsheid er terecht toe heeft besloten om van de kevers de grootste en succesvolste dierengroep te maken. Ondanks alle beroemdheden die mijn voorliefde delen en deelden bleef het toch moeilijk om mensen er van te overtuigen dat ik geen potentiële bijlmoordenaar ben. Maar nu ben ik eruit. Het is niet dat mensen die van hamsters en cavia’s houden zo empatisch en gevoelig zijn, in tegendeel. Zij zijn het minst gevoelig! Het is juist dat kleine onbegrepen groepje mensen, waar ik een bevoorrecht onderdeel van ben, dat de grootst mogelijke empathie en gevoeligheid aan de dag legt. Laten we eerlijk zijn, alleen iemand met een enorm inlevingsvermogen is toch in staatzweep+schorpioen+(igor+sywanowics) om zoveel emotie op te brengen voor spinnen en kevers? Om die reden wil ik graag de zweepschorpioen boven aan mijn eigen lijstje met aaibare dieren zetten, is ie niet prachtig?

 

Distelboktor (Agapanthia villosoviridescens)

vrijdag, 2 juli 2010

distelboktor (agapanthia villosoviridescens)De Distelbok (agapanthia villosoviridescens) is tussen de 1 a 2,5 cm groot, heeft een mooie gele beharing met lengtestrepen op z’n kop en borst en prachtige grijsblauw zwart geringde voelsprieten die even lang zijn als zijn lichaam. De larve ontwikkelt zich in stengels van kruidachtige planten, bij voorkeur distels. Van mei tot september zijn ze te vinden op lage begroeiing zoals netels en distels.
De boktorren familie telt wereldwijd zo’n 27.000 soorten, variërend van enkele millimeters tot de bijna 20cm grote titanus giganteus. In Nederland erkennen we momenteel zo’n 86 soorten als inheems.

distelboktor (agapanthia villosoviridescens)De Distelbok komt net als de Kleine Wespenboktor (clytus arietis) en de Gevlekte Smalbok (strangalia maculata) gelukkig weer steeds vaker voor. Dit komt mede doordat er tegenwoordig niet meer zo rigoureus slootwallen worden geschoren. Door kruidachtige planten en takken te laten staan krijgen veel insecten een betere kans om zich te ontwikkelen. Dit resultaat laat zich al merken. Zeker in het mooie natuurgebied De Brand, waar deze foto’s zijn gemaakt, zijn er paden vol met distels, netels en bramen waar je je als fotograaf uren kunt bezighouden.