basterdzandloopkever (cicindela hybrida) 8-2009 5937Eén van de snelste dieren op aarde, rent zo snel dat hij niets kan zien. Een zandloopklever trekt sprintjes van ruim 2,5 meter per seconde. Dat lijkt niet veel maar in verhouding tot zijn lichaamslengte van amper 1 a 2 cm, zou een mens daarvoor bijna de snelheid van het geluid moeten halen. Zandloopkevers hebben overigens uitstekend zicht, ze jagen overdag en zijn in staat om met hun grote facetogen de kleinste details waar te nemen. Het probleem is echter dat hun ogen tijdens extreem grote snelheden niet genoeg licht kunnen vangen om een goed beeld te vormen, de wereld wordt dan één waas. Mensen ervaren in beperkte mate hetzelfde als zij snel bewegen. Als je erg hard rijdt, kun je snelheidsblind worden, je ziet dan steeds minder van de omgeving en je krijgt tunnelvisie. Als je snelheid te hoog wordt, kunnen je ogen het niet meer bijbenen en zijn je hersenen niet in staat om alle beeldinformatie te verwerken, je bent dan dus praktisch blind.   

 

basterdzandloopkever (cicindela hybrida) 8-2008 2444basterdzandloopkever (cicindela hybrida) 6-2008 1213De zandloopkever lost dit probleem op twee eenvoudige manieren op. Ten eerste beweegt hij zo snel dat hij na een felle sprint gerust even een milliseconde kan stoppen om zich opnieuw te oriënteren en ten tweede gebruikt hij tijdens zijn sprintjes zijn antennes als blindenstokken.

 

Zandloopkevers jagen, zoals hun naam al aangeeft, graag op het open zand. Je ziet ze daar in de zon korte razendsnelle sprintjes trekken. Ze rennen een klein stukje, stoppen heel kort en schieten meteen weer weg. Soms zie je ze tijdens zo’n stop ook nog even een rondje op de plaats draaien om zich opnieuw te oriënteren. Tijdens hun jacht over het zand houden ze hun antennes recht naar voren, met de uiteinden iets naar beneden gebogen en slechts een paar millimeter boven de grond. Als ze tijdens hun sprint iets raken, buigen de flexibele uiteindes mee en duwt de kever zich meteen een beetje omhoog zodat hij over het obstakel heen schiet.

 

basterdzandloopkever (cicindela hybrida) 5-2023 7922Deze mooi gekleurde loopkevers zijn niet alleen schuw en snel, ze kunnen ook nog eens goed vliegen. Als je ze als fotograaf probeert te benaderen, vliegen ze vrijwel meteen weg. De enige manier die ik heb kunnen bedenken waarop ze nog enigszins goed zijn te fotograferen is min of meer van achteren. Als je ze vanaf een afstandje met de zon in je rug benadert, komt er een moment dat ze in je schaduw staan. Als je dan langzaam door je knieën zakt, ervoor zorgt dat ze de hele tijd in je schaduw blijven staan en je voorkomt dat je silhouet teveel van vorm verandert, kun je heel langzaam dichterbij komen. Voor een redelijk foto betekent dit dat je ze minimaal tot op een paar decimeter voor je lens moet zien te naderen. In veel gevallen vliegen ze op het laatste moment toch nog weg, om daarna net buiten bereik van je lens weer te landen. Het vraagt dus nogal wat geduld voor je er eentje goed in beeld hebt.

 

basterdzandloopkever (cicindela hybrida) 5-2023 7931In Nederland komen de basterdzandloopkever en de groene zandloopkever het meeste voor. De eerste is roodbruin tot paars met witgele vlekken, de tweede felgroen met witte vlekken. Beide hebben lange slanke poten, grote bolvormige ogen, een grote lichte bovenlip en twee forse sikkelvormige kaken. Hun lichaam heeft een metallieke iriserende glans, die wordt veroorzaakt door een dun laagje was op hun dekschilden. Afhankelijk van de breking van het licht kan deze voor een groene, blauwe tot rood paarse zweem zorgen.

 

De afgebeelde basterdzandloopkevers (Cicindela hybrida) zijn gefotografeerd op het Leersumse veld en bij de Loonse en Drunense Duinen, waar je ze op zonnige zomerdagen soms over het zand ziet schieten.

 

Lees ook: Paarse loopkever, Violette schallebijter en Korrelschallebijter, Kettingschallebijter (Carabus granulatus), Gewone oeverloopkever (Elaphrus riparius), Kleine poppenrover (Calosoma inquisitor), Het mosgroene oog (Crocodylus niloticus) en Spinnenogen.