Weblog

De vliegende non

Wednesday, 7 September 2011

San Giuseppe di CopertinoVroeger had je een televisieserie over een nonnetje dat kon vliegen. Ze steeg op, vloog  enkele rondjes over het klooster en kwam na een laatste scheervlucht met  een mooie twee punts landing weer op de grond. Belachelijk verhaal zou je denken. Maar toch was dit nonnetje niet de eerste gelovige die kon vliegen. De geschiedenis van de kerk staat vol met heiligen die niet stevig met hun voeten op de grond konden blijven staan. Sommige maakten het daarbij wel erg bont. Zoals Jozef van Copertina (1603-1663), deze 17e-eeuwse Franciscaan stond in zijn tijd bekend als “de vliegende monnik”. De verstandelijk gehandicapte frater ging bij het minste of geringste al omhoog. Soms bleef hij wel een half uur in de lucht hangen. Zijn navigatievermogens lieten echter te wensen over en hij kreeg van zijn overste dan ook een vliegverbod opgelegd. De andere broeders waren het zat om de stuurloze Jozef uit de boomtoppen te plukken. Hij is later bekend geworden als de schutspatroon van luchtreizigers en piloten en iets minder als die van slecht presterende leerlingen en verstandelijk gehandicapten.

Dan nou toch maar wel eens even

Monday, 5 September 2011

Het Nederlands kent veel kleine woordjes waarmee we de betekenis van een zin kunnen sturen. Woordjes waarvan de betekenis zelf vaak moeilijk is te omschrijven maar zonder welke een zin al snel bot of kaal overkomt. Deze “smeer-woordjes” laten de communicatie vlotter verlopen en zijn in staat om een breed scala van gevoelens uit te drukken. We noemen deze woordjes “modale partikels” en dit zijn woordjes zoals; dan, nou, toch, maar, wel, eens en even.

 

“Hou je mond nou toch eens even”, “Hij heeft ook eens een goed idee” of “Ik heb toch maar mooi opgeruimd” klinken zonder de modale partikels heel anders. Het blijkt dat het Nederlands in vergelijking tot andere talen ongelooflijk veel van dit soort woordjes kent. Sommige mensen gebruiken ze zelfs zo vaak dat als ze deze woordjes weg zouden laten er geen zinnig woord meer overblijft.

De oorlel

Sunday, 4 September 2011

Onder aan iemands oor hangt een lelletje, een klein doorbloed lapje vet zonder enig ogenschijnlijk nut. Er zit geen kraakbeen in, het ondersteunt het oor niet en het helpt de oorschelp ook niet mee om geluid de oorgang in te geleiden. Onze oorspieren zitten aan het kraakbeen van ons oor vast en er zitten geen spieren in ons lelletje, we kunnen er ons oor dus ook niet mee bewegen. Omdat er zoveel bloedvaten door ons oorlelletje lopen, werd er wel eens gedacht dat het ons oor warm hield. Maar zoals iedereen weet die wel eens zonder muts in de vrieskou buiten is geweest is dat een fabeltje, je oren vriezen er nog eerder af dan je neus.

 

Er bestaan twee soorten oorlellen, loshangende en vastgegroeide. Het allel voor loshangende oorlelletjes is dominant. De meeste mensen hebben dus loshangende lelletjes. Toch heb ik nog nooit gehoord dat er iemand om zijn oorlelletjes werd gediscrimineerd of dat de vorm van een oorlelletje werd gebruikt om een partnerkeuze mee te bepalen.

 

Het lijkt erop dat het oorlelletje maar om twee redenen is ontstaan, om eraan te sabbelen (het is een erogene zone) en/of om te piercen. Het oorlelletje is met stip het meest gepiercte lichaamsdeel ooit. Piercen is een typisch menselijke activiteit, je komt het bij dieren niet tegen. Behalve dan bij veel schapen en koeien, maar die hebben er niet zelf voor gekozen. Mensen zijn ook één van de weinige diersoorten die het hele jaar door seksueel actief zijn. We lopen dan ook het hele jaar door met onze seksualiteit te koop. Misschien piercen mensen hun oren dus wel om de aandacht op één van hun erogene zones te vestigen. Knieën en ellebogen worden tenslotte lang niet zo vaak gepierct als lippen, tepels of schaamdelen. Wat dat betreft is het fijn dat de evolutie ons een erogene zone heeft verschaft die niet alleen goed in het zicht hangt maar ook redelijk makkelijk is te piercen.

Rekenen

Saturday, 3 September 2011

Bijna iedereen denkt dat hij kan rekenen, uit zijn hoofd of op een machientje. Toch snapt lang niet iedereen de logica van het rekenen. Leg iemand de volgende vraag maar eens voor:

 

Drie mensen gaan een broodje eten, de rekening komt gezamenlijk op vijfentwintig Euro. Iedereen betaalt met een briefje van tien Euro en de ober geeft vijf losse Euro’s terug. Omdat de broodjes lekker waren besluiten ze elk één Euro terug te nemen en de resterende twee Euro als fooi aan de ober te geven.

 

Elke gast heeft met tien Euro betaald en er één terug genomen, iedereen heeft dus negen Euro betaald. De ober heeft twee Euro fooi gekregen. Drie keer negen is zevenentwintig en zevenentwintig plus twee is negenentwintig en geen dertig. Waar is dan die ene Euro gebleven?

 

Lees ook: Analfabeten en logica

Analfabeten en logica

Friday, 2 September 2011

Alle logica is gebaseerd op spelregels. Afhankelijk van het kader waarbinnen de logica wordt toegepast veranderen deze spelregels. Taal heeft zo, net als wiskunde filosofie en religie, zijn eigen regels. Als je iemand vraagt welke kleur de maan heeft zal deze wit of geel antwoorden. Want dat stemt overeen met zijn eigen waarneming en is dus logisch. De logica van alfabeten en analfabeten is echter verschillend, de volgende vraag wordt door hen namelijk anders beantwoord:

 

Alle stenen op de maan zijn blauw, een man gaat naar de maan. Hij vindt een steen. Welke kleur heeft die steen?

 

Een alfabeet geeft hierop het antwoord “blauw” want dat voldoet aan de logica van de geschreven tekst. Een analfabeet (of klein kind) zal hier echter “wit” of “geel” op antwoorden.

 

Blijkbaar moet je kunnen lezen en schrijven om te kunnen begrijpen dat een tekst op zichzelf kan staan, zijn eigen logica heeft en een eigen waarheid kan bevatten, ook al komt deze totaal niet overeen met de werkelijkheid.

Cothurnocystis

Thursday, 1 September 2011

CothurnocystisHoewel ze nu erg schaars zijn, waren er in de prehistorie wel enkele asymmetrische diersoorten te vinden. Deze asymmetrische dieren lijken nu bijna buitenaards. De voorkeur voor symmetrie spreekt alleen al uit het feit dat dergelijke asymmetrische “experimenten” het niet hebben overleefd. Eén van deze experimenten was Cothurnocystis. Een klein, ongeveer 10cm groot, wezentje dat op de zeebodem leefde. Het stamt uit het Boven Ordovicium en is zo’n 440 miljoen jaar geleden uitgestorven. Het was verwant aan de Echinodermata  (de stekelhuidige, zoals zeesterren en zee-egels) en de Chordata, de dierengroep waaronder ook de gewervelde zoals de mens behoren.

De laarsvormige kop, welke met harde calcietplaten was bedekt, werd door de lange stengel over de modder getrokken. Water werd door het open uiteinde van de “laars” naar binnen gehaald en het voedsel werd er uit gefilterd voordat het water weer door de spleten rond de “teen” naar buiten werd geduwd.

Symmetrie

Tuesday, 30 August 2011

Het leven heeft een duidelijke voorkeur voor symmetrie. Deze symmetrische opbouw van het leven begint al bij de Mitose wanneer een cel zich voor de allereerste keer, in twee symmetrische delen splitst.

 

De meeste dieren, zoals de mens, hebben een bilaterale symmetrie. Dit betekent dat de ene helft van het lichaam het spiegelbeeld is van de andere helft. Deze spiegellijn loopt meestal van kop tot kont vanaf de rugzijde naar de buikzijde. Er zijn echter ook dieren die een radiale- in plaats van een bilaterale symmetrische vorm hebben. Bij veel van deze dieren, zoals zeesterren, kwallen en zee-egels, ligt de symmetrieas in een lijn loodrecht vanaf de monddelen. De evolutie heeft echter een duidelijke voorkeur voor bilaterale symmetrie. Een bilateraal symmetrisch lichaam is beter gestroomlijnd. Het kan zich gemakkelijker voortbewegen en blijft beter in balans. Als een diersoort bilaterale symmetrie ontwikkelt, gaat dat bijna altijd gepaard met cephalisatie waarbij de zenuwen zich aan één uiteinde van het lichaam concentreren. Dit resulteert in de vorming van een kop met hersenen, waarbij de ogen en mond aan de voorkant van het lichaam komen te liggen.

 

Symmetrische vormen hebben nog een ander voordeel, ze zijn veel gemakkelijker te herkennen. Je kunt vanuit verschillende standpunten sneller een symmetrische- dan een asymmetrische vorm identificeren. Zelfs dieren met een relatief slecht zicht, zoals bijen, zullen een bloem sneller herkennen als deze symmetrisch is.  Deze snelle identificatie is niet alleen handig bij het herkennen van soortgenoten maar ook bij het opmerken van een prooi of roofdier. Hersenen van visueel ingestelde dieren hebben zo’n duidelijke voorkeur voor symmetrie dat dit zelfs een rol speelt bij het bepalen van de partnerkeuze. Vrijwel alle balts- en hofmakerijrituelen zoals dansen en pronken benadrukken balans en symmetrie. Een potentiële partner met een sterker symmetrisch uiterlijk wordt over het algemeen als gezonder en aantrekkelijker ervaren en heeft dus meer kans op het produceren van nageslacht.

 

Als entropie de wet is van het heelal, dan is symmetrie het kenmerk van leven. Alle hogere vormen van leven zijn symmetrisch. Symmetrie betekent balans en evenwicht en staat hierin dus lijnrecht tegenover entropie.

 

lees ook: Entropie en Tijd, Sinister

Elastiek

Sunday, 28 August 2011

elastiek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klik hier voor meer foto's van elastiek

Gallus inkt

Sunday, 28 August 2011

make ink_1Gallusinkt, ook wel ijzer-gal inkt genoemd was al bij de Romeinen bekend en werd na de Middeleeuwen de meest gebruikte inktsoort. Het is watervast en je kunt het niet wegvegen of uitgummen. Vrijwel elk belangrijk document is met gallusinkt geschreven. Leonardo da Vinci’s tekeningen, de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, de muziekstukken van J.S. Bach en de schetsen van Rembrand zijn allemaal in gallusinkt opgetekend.

 

Deze watervaste inkt wordt gevormd door een reactie tussen looizuur en een metaalzout zoals ijzer (II) sulfaat. De naam van de inkt komt van de eikengallen waar men het looizuur uit haalde. Omdat de fraaie paarszwarte kleur pas ontstond als de inkt aan de lucht werd blootgesteld werd er meestel een (tijdelijke) kleurstof zoals blauwhout, indigo of sepia aan toegevoegd. Het oxideren van de ijzerionen zorgt daarna voor het geleidelijk verdonkeren van de inkt. Om deze reden moest de inkt ook altijd in een zeer goed afgesloten fles worden bewaard. Om de zuurgraad van deze handgemaakte inkten wat naar beneden te brengen werden er ook vaak vergruisde eierschalen aan toegevoegd.

 

Afhankelijk van de zuurgraad van de inkt en de manier waarop een document is bewaard kan gallusinkt na verloop van tijd een document aantasten. De inkt verkleurt dan naar donkerbruin, krijgt een roestbruine rand en kan zich uiteindelijk zelfs door het papier heen vreten. Gelukkig wordt, ondanks het enorme aantal documenten dat met gallusinkt is geschreven, toch maar een klein percentage door deze inktvraat bedreigd.

 

Gallusinkt kan men als volgt maken:

 

Ingrediënten

 

20 gram galappels (galnoten)

15gram blauwhout

8gram ijzer(II)sulfaat

1gram natriumbenzoaat

8gram Arabische gompoeder

500ml water

 

Kook de galappels en het blauwhout gedurende 30 minuten in ongeveer 300ml water. Als je gemalen galappels gebruikt is een paar minuten koken al voldoende. Giet het kookvocht af en filter het door een koffiefilter. Los het ijzersulfaat, het natriumbenzoaat en het Arabische gompoeder in 200ml water op. Als je deze vleistof voorzichtig verwarmt gaat dat vaak iets makkelijker maar laat hem vooral niet te warm worden. Meng beide vloeistoffen en laat ze eventueel nog enkele dagen staan tot het gompoeder goed is opgelost. De inkt kun je vaak nog wel met een extra halve liter verdunnen zonder dat de kwaliteit afneemt. Dankzij het natriumbenzoaat, dit voorkomt schimmelvorming op de inkt, kan de inkt mits goed afgesloten minstens twee jaar worden bewaard.

 

Voor meer recepten of informatie over gallusinkt klik hier

Katsuyo Aoki

Friday, 26 August 2011

KatsuyOaoki_1KatsuyOaoki_3

 

 

 

 

 

 

 

Iedereen die wel eens keramiek heeft gebakken weet hoe gemakkelijk porselein breekt. Het kleinste luchtbelletje in de klei zorgt al voor een breuk. Het mag dan ook een klein wonder heten dat deze porseleinen schedels van Katsuyo Aoki heel uit een oven zijn gekomen. De schedels uit haar Predictive Dream serie zijn relatief klein, gemiddeld slechts 20 cm hoog, maar ongelofelijk gedetailleerd. De vloeiende open structuren lijken van bevroren melk te zijn gemaakt. Het porselein klotst, stroomt en vouwt zich in bochten. Alles lijkt te bewegen en te vloeien en toch blijft de vorm compact en zichzelf. De schedels zijn hierdoor tegelijkertijd fragiel en sterk. De versieringen doen weliswaar barok en kitscherig aan maar de schedel zelf heeft de intensiteit en kracht van een afgodsbeeld.