brandplekinktzwam (coprinellus angulatus) 10-2025 2156Aangezien deze zwammen exclusief voorkomen op brandplekken en verkoold hout, is dit een van de zeldzamere inktzwammensoorten. Ze groeien alleenstaand of in kleine groepen. Hun mijtervormige hoed wordt tussen de 0,5 en 3 cm breed, is licht tot donkerbruin, vrij grof overlangs gestreept en vaak fijn wit berijpt. De steel is witachtig en doorschijnend.

 

Brandplekzwammen zijn pioniers die vaak als eerste na een brand verschijnen en helpen om de bodem weer voor te bereiden op nieuwe vegetatie. Zij voeden zich met het verkoolde organische materiaal en zorgen er met hun myceliumdraden voor dat de ontstane zouten in de bodemlaag niet worden uitgespoeld en geven daarmee ook houvast aan de bovenlaag. Na enige tijd zullen er zich ook plaatjeszwammen vestigen, die het resterende hout verteren. Daarna komen er mossen en binnen aan aantal jaren na een brand groeien er nieuwe planten en zullen de brandplekzwammen weer verdwijnen.

 

Brandplekzwammen zijn zeldzaam, in Nederland zijn er zo’n 50 soorten waarvan de meeste op de Rode lijst staan. De belangrijkste reden hiervoor is dat er in de natuur steeds minder kampvuren worden gestookt en branden tegenwoordig sneller worden opgemerkt en geblust.

 

Vanaf zijn eerste beschrijving in 1874 was hij de brandplekinktzwam ingedeeld onder Coprinus, in 2001 verschoof hij naar Coprinellus en sinds 2020 behoort hij tot Tulosesus. In de meeste padenstoelengidsen staat hij echter nog gewoon onder zijn eerste naam als Coprinus angulatus vermeld.

 

Lees ook: Het hazenpootje, een eendagsvlieg onder de paddenstoelen (Coprinopsis lagopus), De gewone glimmerinktzwam en alcohol (Coprinellus micaceus) en Geschubde inktzwam (Coprinus comatus).

 

Klik hier voor meer foto’s en hier voor meer berichten over zwammen.