Weblog

Jonge houtduiven en duivenmelk (Columba palumbus)

Friday, 21 July 2017

houtduif (Columba palumbus) 6-2017 1581“Onze” houtduiven staan op het punt om uit te vliegen. Nadat het paartje twee witte eieren in hun gammele nest hadden gelegd, ging het snel. De jonge waren vlak na het uitkomen nog met een witgeel dons bedekt, maar als snel kwam hun verenkleed door en het laatste dons steekt daar nu nog als een paar kleine plukjes door naar buiten. Ze houden al wat vliegoefeningen en ik verwacht dat ze een deze dagen definitief het nest verlaten. Ze zijn, net als veel stadsdieren, absoluut niet bang. Het nest zit in de wisteria bij de buren en steekt precies boven hun schutting uit. Ze zijn erg geïnteresseerd in alles wat in onze tuin gebeurt. Regelmatig houden ze ons, naast elkaar met hun kopjes door het gat in de begroeiing, in de gaten.

houtduif eieren (Columba palumbus) 6-2017 1585jonge houtduif (Columba palumbus) 7-2017 2371

Jonge duiven worden met zogenaamde duivenmelk gevoed. Een dikke zuivelachtige voeding die door de ouders in hun krop wordt geproduceerd. Deze zogenaamde melk is erg vet en eiwitrijk, waardoor de jonge duiven een goede start krijgen. Beide ouders produceren deze melk en wisselen elkaar op het nest af. Duivenmelk voorziet de jonge duiven ook van mineralen, antistoffen en koolhydraten, feitelijk is ze het vogelequivalent van zoogdierenmelk. Een mooi voorbeeld van een vergelijkbare evolutionaire oplossing bij volstrekt verschillende diersoorten.

jonge houtduif (Columba palumbus) 7-2017 3142jonge houtduif (Columba palumbus) 7-2017 3132

Overigens geven niet alleen duiven melk, maar ook flamingo´s en mannelijke keizerspinguïns. Een duivenmelker  heeft niets te maken met het exploiteren van deze melk maar juist met het exploiteren van de duiven zelf, dus met het fokken en houden van duiven.

jonge houtduif (Columba palumbus) 7-2017 3211jonge houtduif (Columba palumbus) 7-2017 3236 

Lees ook: Nest bouwende houtduif (Columba palumbus).

De oxymoron zwarte zwaan (Cygnus atratus)

Friday, 21 July 2017

zwarte zwaan (Cygnus atratus) 3-2017 7029Er was een tijd dat “zwarte zwaan” de oxymoron pur sang was. Een onmogelijke tegenstelling, zoals zwarte sneeuw of droog water. Een zwarte zwaan werd gebruikt als metafoor voor iets dat onmogelijk kon bestaan. Zo lang als mensen zich konden heugen, waren zwanen wit. Zelfs in de wildste bestiaria kwam men geen zwarte zwaan tegen, men geloofde nog eerder in eenhoorns, draken en meerminnen dan men zich kon voorstellen dat er zoiets onmogelijks als een zwarte zwaan kon bestaan. Tot zeevaarder Willem de Vlamingh in 1697 in West Australië aanlegde en daar in de buurt van het huidige Perth bij een rivier die nu bekend staat als Zwanenrivier, geconfronteerd werd met deze rara avis en het bewijs dat aannames nooit verstandig zijn. Willem was de eerste European die oog in oog stond met een zwarte zwaan. Sindsdien zijn zwarte zwanen populaire siervogels en kom je ze ook in Europa in het wild tegen. Toch blijft er iets van het raadsel, iets van de mystiek om deze vogel hangen, alsof we millennia van aannames niet zomaar opzij kunnen zetten.

 

zwarte zwaan (Cygnus atratus) 3-2017 7019Zwarte zwanen zijn net als hun witte soortgenoten planteneters. Bij witte zwanen vallen hun zwarte oogjes bijna weg in de zwarte band om hun snavel, bij zwarte zwanen zijn hun ogen echter felrood en vallen daardoor des te meer op. Onder hun zwarte dekveren hebben ze spierwitte handpennen en hun knalrode snavel heeft een witte punt. Hun hals is extreem lang en wordt in een sierlijke S-bocht gehouden. 

Klepperende ooievaar (Ciconia ciconia)

Monday, 17 July 2017

ooievaar  (Ciconia ciconia) 7-2017 2381Vogels hebben geen stembanden, zij maken geluiden met hun syrinx, een spraakorgaan dat bestaat uit kraakbeen en spieren en zich bevindt aan het einde van de luchtpijp, waar deze zich splitst naar de longen. Met deze syrinx kunnen sommige vogels zelfs meerdere geluiden tegelijk produceren, iets wat voor een diersoort met stembanden onmogelijk is. Niet bij elke vogel is de syrinx echter zo ver ontwikkeld en sommige soorten, zoals de ooievaar, moeten het zelfs zonder doen. Zij kunnen dan ook niet zingen of roepen. Als jonkie wil een ooievaar nog wel eens een kort hees gesis voortbrengen, maar als volwassene zwijgt hij in alle talen. Ooievaars compenseren dit door met hun snavels te klepperen. Dit geklepper is dan ook een belangrijk onderdeel bij hun begroetingen en balts. Als ze elkaar begroeten, bijvoorbeeld als een partner terugkeert op het nest, leggen ze al klepperend hun kop over hun lijf achterover. Als een ooievaar zich echter bedreigd voelt zal hij met gebogen nek en zijn snavel naar voren klepperen. 

ooievaar  (Ciconia ciconia) 7-2017 2386ooievaar  (Ciconia ciconia) 7-2017 2385

Waarom vogels met lange poten vaak op één poot staan

Monday, 17 July 2017

Omdat vogels met lange poten zoals ooievaars, reigers, lepelaars en flamingo’s, vaak in het water foerageren, staan ze regelmatig op één poot. Dit heeft meerdere voordelen, de eerste heeft te maken met warmteregulatie, water onttrekt nu eenmaal sneller warmte dan lucht. Door hun tweede poot binnen hun verenkleed te trekken, verliezen dergelijke vogels dus veel minder warmte. Tevens hoeft hun hart minder hard te werken als één poot tegen hun borst is gevouwen. De derde reden heeft te maken met de vaak drassige bodems waar ze in staan. Als ze daar met één poot in wegzakken kunnen ze zich er met de andere makkelijker uittillen. Als ze met twee poten langdurig op een drassige bodem zouden stilstaan, zouden beide poten kunnen verzinken, wat het lostrekken aanzienlijk zou bemoeilijken.

Zo maar dood

Monday, 17 July 2017

merel (Turdus merula) 7-2017 2352Nadat merelouders stoppen met het bijvoeren van hun vluchtklare jongen, zie je de jonge merels vaak nog een poosje sip op de grond zitten mokken. Ze waren gewend dat hun ouders het voer letterlijk in hun bek stopten en als dat ineens ophoudt, moeten ze even wennen voor ze zelf op zoek gaan naar hun kostje. Ik keek dus ook niet op van een bijna volgroeide merel die bij mij in de tuin op het pad zat. Hij had nog wat pluisjes tussen zijn veren en zijn staart was nog niet helemaal volgroeid, het leek er dus veel op dat zijn ouders hem net aan zijn lot hadden overgelaten. Wat opviel is dat hij totaal niet bang was, je moest zelfs voorzichtig over hem heenstappen want hij verzette geen poot. Wat hij wel deed was schijten, heel veel, en allemaal op dezelfde plek als waar hij steevast bleef zitten. Ik had wat foto’s van hem gemaakt, want zo vaak blijft zo’n vogeltje niet stilzitten en nu ik kon eens een keer makkelijk dichtbij komen. Toen hij er tijdens de schemering echter nog steeds zat, zijn mijn zoon en ik samen nog even bij hem gaan kijken. Net toen we bij hem stonden, zette hij één wankele pas en viel op zijn zij. Hij krabbelde nog overeind maar viel daarna gelijk weer om. Zonder geluid of wilde bewegingen, trilde hij nog heel even zachtjes met zijn vleugels en lag toen stil. Zijn dood kwam zo stil en rustig dat het even duurde voor we doorhadden dat hij niet meer ging bewegen.

merel (Turdus merula) 7-2017 2307merel (Turdus merula) 7-2017 2331 

Lees ook: Jonge merels, Jonge merels (2) en Vliegoefeningen van een jonge merel.

Afrikaanse lepelaars (Platalea alba)

Monday, 10 July 2017

Afrikaanse lepelaar (Platalea alba) 7-2017 2922Afgelopen week ben ik na lange tijd weer eens naar Safaripark de Beekse Bergen geweest. Het was lekker weer dus ik had voor de zekerheid mijn camera meegenomen. In plaats van olifanten, giraffes en gnoes heb ik echter vooral foto’s van jonge gansjes, waterhoentjes en de broedende ooievaars bij de entree gemaakt. In een van de grote volières hadden ze ook nog een paartje broedende Afrikaanse lepelaars. De twee jongen waren al aardig groot en vielen hun ouders continu lastig om voer. Hun snavel en poten waren nog blauwgrijs en hun verenkleed was nog niet helemaal volgroeid, de grote slagpennen zaten nog gedeeltelijk in hun hulzen. Gedurende het halve uurtje dat ik naar ze heb staan kijken, hebben de jonge lepelaars hun ouders werkelijk geen seconde rust gegund. 

Afrikaanse lepelaar (Platalea alba) 7-2017 2899Afrikaanse lepelaar (Platalea alba) 7-2017 2965

 

Afrikaans lepelaars onderscheiden zich van de Europese lepelaar (Platalea leucordia) door hun rode poten en de kale rode huid om hun snavel. Ze nestelen in bomen en de nesten worden uitsluitend door de vrouwtjes, met materiaal wat de mannetjes aanleveren, gemaakt. Ze leggen twee tot vijf eieren en broeden deze in een kleine maand uit.

 

Lees ook: Lepelaars in de bomen (Platalea leucordia).

Lindepijlstaart (Mimas tiliae)

Monday, 10 July 2017

Lindepijlstaart (Mimas tiliae) 5-2017 0757Deze lindepijlstaart hing tegen de schemering in mijn appelboompje. Omdat er veel lindes in parken en steden staan, en deze nachtvlinders ook overdag vliegen, worden lindepijlstaarten regelmatig gezien. Aan het eind van de zomer kruipen de rupsen via de stam van hun waardboom naar beneden om zich in de grond te verpoppen. Deze rupsen zijn 6 cm lang, groen met fijne witte spikkels en schuine gele strepen over hun flanken. Ze hebben net als alle rupsen van pijlstaarten een stekel (pijl) op hun achterlijf, bij lindepijlstaarten is deze helderblauw. Als de rups bijna klaar is om te verpoppen, kleurt hij grijsbruin. De forse vlinders zijn variabel van tekening en kleur, maar aan hun vorm en ingesneden vleugels altijd makkelijk te herkennen.

Lindepijlstaart (Mimas tiliae) 5-2017 0765Lindepijlstaart (Mimas tiliae) 5-2017 0807

Bijensteek

Monday, 10 July 2017

bijensteek en angel 7-2017 3108Gisteren ben ik door een bij gestoken. Dat was mijn eigen schuld, want ik liet hem per ongeluk schrikken. Hij zat, terwijl ik dat niet doorhad, op mijn been toen ik onbewust een plotselinge beweging maakte. Instinctief stak hij en moest dat met de dood bekopen. Terwijl ik hem weg zag vliegen, bleef zijn angel in mijn been achter. Onze huid is vrij taai en de weerhaakjes aan een bijenangel zorgen ervoor dat de gehele angel, compleet met gifzak en al, uit het achterlijf van de bij wordt getrokken als hij probeert weg te komen, iets wat de bij meestal niet overleeft. Die angel hoefde de bij niet eens diep in mijn huid te steken, ze zijn zo ontworpen dat ze zichzelf ingraven. Langs de angel lopen twee lange dunne zaagbladen met weerhaken, bijna alsof er twee supersmalle decoupeerbladen naast zitten. Deze bewegen zich met de spieren van de angel automatisch langs de angel op en neer, zelfs nadat de angel uit het lichaam van de bij is getrokken. Als één van beide bladen zich in de huid steekt, blijft hij daar in haken en trekt hij, door de op-en-neergaande beweging van beide bladen, het andere blad en de angel dieper in de huid. Tegelijkertijd bewegen twee kleine bekers in de gifzak van de angel met deze bladen mee op-en-neer en pompen hierdoor steeds een nieuwe hoeveelheid gif via de angel in de huid. Dus zelfs nadat je bent gestoken, trekt de angel zich niet alleen dieper naar binnen, maar blijft hij ook gif pompen. Tijdens het steken laat de bij ook nog eens een feromoon vrij dat andere bijen op het gevaar moet attenderen en hen stimuleert om ook te gaan steken. Deze geurstof blijft lange tijd aan het slachtoffer kleven en zorgt ervoor dat het zo lastig is om een boze zwerm bijen te ontlopen. Gelukkig waren er in mijn geval geen andere bijen in de buurt en bleef het bij één steek. Wel kon ik, waar ik was gestoken, zwak de geur van de bij zijn waarschuwings-geurstof ruiken, dit rook enigszins naar banaan.

Dood en de bergeend

Sunday, 2 July 2017

bergeenden (Tadorna tadorna) 4-2017 8213Al sinds ik een jongetje was, heb ik een aparte relatie met bergeenden. Tijdens een strenge winter vond ik op een grauwe dag een keer een halfbevroren vogel. Hij lag op het ijs, en bewoog zich raar. Hij stond op, draaide om zijn as en viel weer op zijn zij, stond weer op en viel. Hij was veel groter dan een eend en had gekke kleuren, zwart met witte vleugels, een rode snavel en bruine vlekken op zijn lijf. Ik speelde in die tijd vaak in mijn eentje buiten, maakte dan lange wandelingen door het park en de polders achter de rand van de stad. Een hele poos heb ik naar die grote vogel staan kijken, tot ik het ijs op ging om hem te pakken. Ik weet nog dat hij lichter voelde dan ik dacht en de hele wandeling terug naar huis hield ik hem tegen mijn borst gedrukt. Hij bewoog nog wel, maar veel leven zat er niet meer in. Thuis liet ik hem aan mijn ouders zien, die gaven me een doos met wat kranten en legde hem daarin in mijn slaapkamer onder het raam. Ons flatje was niet geïsoleerd en ’s winters stonden er altijd ijsbloemen op mijn raam. Mijn vader dacht dat de temperatuurschok te groot zou zijn als we hem in de woonkamer voor de gaskachel zouden leggen. In een oud vogelboekje van mijn moeder hebben we toen opgezocht welke vogel het was. Een bergeend, groter dan een eend, maar niet zo groot als een gans. Volgens mijn vader was hij in een wak vastgevroren en had hij zich halfbevroren losgetrokken, waarbij hij een gedeelte van zijn staart had achtergelaten. Omdat ik hem niet uit het oog wilde laten, ben ik vroeg naar bed gegaan. Ik had me voorgenomen hem heel de nacht in de gaten te houden. Maar dat soort voornemens halen zelden iets uit, op een gegeven moment moet ik toch in slaap zijn gevallen, want ik herinner me nog dat ik wakker werd en het licht langs mijn luxaflex scheen. Toen ik naar de doos keek, wist ik het eigenlijk al, mijn bergeend had het toch niet overleefd.  

 

Lees ook: De wielewaal en Droomvliegen.