Wetenschappers hebben ontdekt dat het vliegvermogen van insecten is ontstaan vanuit zwembewegingen. Insecten kunnen vliegen omdat zij “zwembewegingen” in de lucht maken. Toen ik dat las trok er een golf van herkenning door mijn borst en benen, ik had het altijd al geweten. Geweten en niet gedacht!

Als kind had ik nog het vermogen om te dromen dat ik kon vliegen, iets wat ik op latere leeftijd helaas ben verleerd. Naarmate ik ouder werd kwamen deze dromen steeds minder tot ze op een gegeven moment zo schaars werden dat ik dit droomvermogen volkomen ben vergeten.

 

Ik begon altijd met een klein sprongetje in de lucht, deze eerste afzet was belangrijk. Als de afzet niet krachtig genoeg was kwam ik niet hoog genoeg om van de grond los te komen. Als ik het te snel deed had ik geen tijd meer om mijn benen te spreiden voor de eerste beenslag. Die eerste paar beenslagen (rondje, kontje, boem) zorgen voor de belangrijkste stijging. Het was watertrappelen van Olympische proporties. Dit koste enorm veel kracht en concentratie maar als ik eenmaal op een bepaalde hoogte kwam kon ik een beetje naar voren leunen en overgaan op schoolslag. Hierbij verloor ik soms weer hoogte en dan moest ik weer even watertrappelen om niet neer te storten. Meestal vertrok ik vanaf de galerij op de vierde verdieping, voor mijn slaapkamer. Omdat ik alleen kon vliegen als ik sliep was het altijd donker als ik vloog. Maar dat vond ik niet erg. Het zag er nog niet helemaal soepel uit en ik wilde niet dan men mij zou uitlachen. Als de wind goed stond vloog ik over de sloot heen naar het parkje achter onze flat. Daar kon ik dan over de donkere bomen heen naar de andere flats toe vliegen. Soms ging het zo goed dat ik zelfs langs de verlichte woonkamerramen van deze 14 verdiepingen hoge flats kon vliegen. Als ik geluk had kon ik dan ongezien naar binnen kijken. Maar het was hard werken en ik hield het nooit lang vol, na enkele minuten moest ik alweer terug anders had ik niet meer genoeg energie over om op mijn galerij te kunnen landen. Als dat niet lukte moest ik namelijk met de trap omhoog en beneden bij de ingang stonden altijd vervelende jongens met brommers die me pestten. Als het even kon ging ik dus liever niet alleen met de trap. De volgende ochtend was ik bekaf en meestal ook behoorlijk bezweet, van de inspanning natuurlijk.

Vliegen kost veel energie.