Pseudoschorpioenen,
ook
vaak
bastaard-
of
boekschorpioenen
genoemd,
zijn
kleine
rovende
arachniden
die
meestal
niet
veel
groter
worden
dan
2mm.
Er
bestaan
zo'n
3100
verschillende
soorten
verdeeld
over
21
families
en
hun
naaste
verwanten
zijn
niet,
zoals
hun
naam
suggereert,
de
schorpioenen
maar
de
Solifugae,
de
Rolspinnen.
Het zijn nuttige rovers die van allerlei kleine arthropoden leven. Je vindt ze soms tussen oude boeken waar ze met hun verlengde pedipalpen op stofluizen jagen. Deze pedipalpen hebben elk een beweeglijke vinger waar ze, net als schorpioenen, hun prooi mee vast kunnen grijpen. Hun cheliceren (kaken) hebben ook zo’n beweeglijke schaar en bevatten tevens spinselklieren. De pseudoschorpioenen maken een web om hun eieren in te beschermen en om zelf in te overwinteren. Hun uitgekomen embryo’s worden nog geruime tijd in een speciale spinselbuidel aan hun geslachtsorganen meegedragen en doorlopen meerdere nymf-stadia voor ze volwassen zijn.
De afgebeelde pseudoschorpioen Chtonius tetrachelatus (ook wel Ephippiochtonius tetrachelatus genoemd) wordt niet veel groter dan 1,3–1,9 mm en leeft bij voorkeur op plaatsen met een constant hoge luchtvochtigheid. Je komt ze tegen onder stenen of in vochtige badkamers. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes zijn roodbruin gekleurd.
Geen reacties
Reageer: