Weblog

Weidebeekjuffer (Calopteryx splendens)

Thursday, 1 May 2014

weidebeekjuffer (calopteryx splendens) 4835De mannetjes van de weidebeekjuffer lijken enigszins op die van de bosbeekjuffer, hun vleugels zijn in tegenstelling tot die van de bosbeekjuffer echter niet helemaal donker, maar aan de top en basis doorschijnend. De vrouwtjes hebben geen metaalglanzend blauw lichaam en geen donkerblauwe vlekken op de vleugels. Zij hebben een glanzend  licht groenbruin lichaam met doorzichtige groene vleugels. Aan het uiteinde van hun vleugelpunt ligt tevens een opvallend witte vlek, het pseudopterostigma. Bij jonge mannetjes moeten de donkere vleugelbanden zich eerst nog ontwikkelen en verkleuren de vleugels langzaam van donkerbruin naar diepdonkerblauw. Het is de grootste (tot 5 cm lange) en mooiste juffers uit ons land, ze zijn vrij algemeen en je komt ze vooral in de buurt van langzaam stromende beekjes en rivieren tegen. Het zijn vaardige vliegers die soms ver van het water worden aangetroffen.

 

Het mannetje overziet zijn territorium vanaf een zitpost en zal hier ook regelmatig op terugkeren. Aan eventuele indringers laat hij de binnenkant van zijn vleugels zien. Als dat niet voldoende is, gaat hij een schijngevecht aan, dat hij meestal ook wint. Als er een vrouwtje langskomt laat hij haar zijn lantaarntje, een witte stip aan de onderkant van zijn achterlijf, zien. De mannetjes van de verschillende beekjuffersoorten hebben verschillende gekleurde lantaarns aan hun achterlijfspunten, wat het voor de vrouwtjes makkelijker maakt om hun eigen soort te herkennen. Tijdens de bruiloftsdans vliegen de mannetjes van de weidebeekjuffer boven het water en pronken met hun gekleurde vleugels. Voor de paring grijpt het mannetje het vrouwtje met zijn achterlijfstangen achter de kop en brengt zijn geslachtsopening voor de hare, ze vormen dan het voor parende juffers kenmerkende hartvormige paringsrad. De paring duurt meestal een kwartier en het vrouwtje zet haar eitjes daarna met haar ovipositor af in waterplanten. Soms begeeft ze zich daarvoor zelfs helemaal onder water. Enkele decennia geleden liepen de beekjufferpopulaties sterk in aantal terug, dit kwam door watervervuiling en kanalisering. Als overlevingsstrategie zetten ze hun eitjes af in schoon en stromend water, gelukkig is daar de laatste jaren weer meer van te vinden en kun je de weidebeekjuffer weer vaker tegenkomen. Ze zijn een goede indicator voor een gezonde biotoop. De larven zijn te herkennen aan hun lange poten en voelsprieten en hebben zo’n tien maanden nodig voor ze aan hun transformatie tot volwassen juffer kunnen beginnen.

O Brother, Where Art Thou? (2000)

Wednesday, 30 April 2014

O Brother Where Art ThouElke film die de Coen broers uitbrengen is origineel. Zij recyclen geen andere films, iets waar Hollywood de laatste jaren een patent op heeft genomen. Een Coen film bestaat volledig binnen de grenzen van hun eigen fantasie en dat maakt ze niet alleen uniek maar ook buitengewoon sterk. Deze film is gebaseerd op Homerus’ Odyssee, maar hoewel je sirenen, een cycloop en een waarzegger tegenkomt, zijn het niet alleen de buitenissige personages die deze reis tot een Odyssee maken. De film zelf voelt als een reis en de hoofdpersonen voeren je mee naar een einde dat ze zelf niet zagen aankomen maar dat toch uitermate bevredigend en passend is. Dit is misschien wel de Coen film waarin hun vorm, stijl en inhoud het beste bij elkaar komen.

 

De drie hoofdpersonen, Everett Ulysses McGill, Pete en Delmar worden gespeeld door respectievelijk, George Clooney, John Turturro en Tim Blake Nelson. Het zijn drie ontsnapte gevangenen die proberen de verborgen schat van Ulysses op te graven voordat  de staat een dam doorbreekt en het hele gebied onder water zet. Ze ontmoeten een blinde die hen voorspelt dat de schat die ze zoeken niet de schat is die ze zullen vinden.

 

Hoewel er nergens flauwe grappen worden gemaakt is de film op momenten hilarisch. Het verhaal wordt met mededogen en humor verteld en de personages zijn tegelijkertijd geloofwaardig en absurd. Het verhaal is goed, de vertolking is sterk en de soundtrack is aanstekelijk.

 

Lees ook: The Big Lebowski (1998).

Moerasknobbelkopje (Hypomma bituberculatum)

Monday, 28 April 2014

moerasknobbelkopje (hypomma bituberculatum) 7-2012 9524moerasknobbelkopje (hypomma bituberculatum) 7-2012 9528Het moerasknobbelkopje is een klein 2,5 tot 3 mm groot dwergspinnetje waarbij het mannetje twee bultvormige verdikkingen op zijn kop draagt, met daaronder een spleetvormige uitholling. Het vrouwtje heeft deze niet.  Tijdens de paring grijpt het vrouwtje met haar kaken de beide verdiepingen onder de uitsteeksels terwijl het mannetje afwisselend de tasters in de geslachtsopening van het vrouwtje steekt. Ze zijn algemeen en je vindt ze het meest langs oevers.

 

Lees ook: Dwergspinnen.

Dwergspinnen

Monday, 28 April 2014

Officieel is er geen echte dwergspinnenfamilie. Over het algemeen verwijst de naam naar kleine hangmatspinnen met een zwart of grijs achterlijf. Zonder loep zijn ze vaak niet uit elkaar te houden, de meeste zijn amper 2 mm groot. In Engelssprekende landen  noemt men deze spinnen “moneyspiders”. Ze danken deze naam aan het bijgeloof dat je, als je zo’n spinnetje op je krijgt, financiële voorspoed te wachten staat. Ze zouden op je lichaam gaan zitten om nieuwe kleren  voor je te spinnen.

 

Dwergspinnen zijn erg talrijk en de vele honderden bedauwde matjes in het gras, die je op heiige ochtenden vaak ziet, zijn bijna allemaal door dwergspinnen gemaakt. Hoewel meerdere jonge spinnen zich aan een lange spinseldraad door de lucht laten vervoeren zijn het vooral de dwergspinnen die deze manier van reizen het meest toepassen. In de late zomer en herfst, als er een warme dag volgt op een koudere periode en de grond door de zon wordt verwarmd, kiezen ze massaal het luchtruim. Ze klimmen naar een hoger gelegen punt, gaan op hun tenen staan en richtten hun achterlijf omhoog. Ze produceren dan één of meerdere spinseldraden die door de warme lucht worden opgetild. Sommige dwergspinnen maken aan de draden zelfs een apart vliegertje, een plukje spinsel dat de opwaartse kracht nog meer vergroot. Als deze opstijgende kracht groot genoeg is, laten ze los. Dwergspinnen kunnen op deze manier enorme afstanden overbruggen en ze komen ermee tot grote hoogtes, er zijn zelfs dwergspinnen die tot in de stratosfeer reizen. De draden waar ze aan zweven zijn extreem dun, maar lichten fel op in het zonlicht. Op warme nadagen zie je ze vaak boven de grond zweven en tussen bomen hangen. In Engeland noemt men deze draden “gossamer” en in Frankrijk “fil de la Vierge”.

Bospiraat (Piratula hygrophila)

Saturday, 26 April 2014

bospiraat (Pirata hygrophilus) 4-2014 8785bospiraat (Pirata hygrophilus) 4-2014 8786In Nederland komen meerdere piraat-spinnen voor. Zo kennen we oa de Grote piraat, Kleine piraat, Poelpiraat, Veenpiraat, Heidepiraat en de Bospiraat. Het zijn wolfspinnen die zich hebben aangepast aan natte omgevingen. Ze jagen in moerasgebieden op de moslaag en op het wateroppervlak. Ze hebben speciale haren op hun poten waardoor ze heel bedreven over water kunnen rennen en vangen daar insecten die net onder het oppervlak hangen. Ze maken gesponnen woonbuizen die tot op of net onder het wateroppervlak hangen. De vrouwtjes duwen hun eicocon in deze woonbuis regelmatig naar boven om ze in het zonlicht te verwarmen terwijl zij zelf beneden in de koelte blijven.

 

De Bospiraat (piratula hygrophila) wordt tussen de 4,5 en 6,5 mm groot en is heel algemeen,  je komt ze van mei tot augustus op allerlei natte plekken tegen. In tegenstelling tot de andere piraat-spinnen, die meer een voorkeur voor zonbeschenen plekken hebben, kom je de bospiraat ook op beschaduwde plaatsen tegen. In 2012 werd het geslacht Pirata opgesplitst in Pirata en Piratula, waardoor de Piraatwolfspinnen over twee genera werden verdeeld. De Piratula-soorten hebben een pro-laterale stekel op tibia 1, die bij Pirata ontbreekt. Zo werd Pirata hygrophila Piratula hygrophila.

Gewone staartspin (Textrix denticulata)

Thursday, 24 April 2014

gewone staartspin (Textrix denticulata) 4-2014 8757gewone staartspin (Textrix denticulata) 4-2014 8762De gewone staartspin (Textrix denticulata) lijkt qua uiterlijk en gedrag sterk op een wolfspin. Net als de jagers van die familie rent hij snel over de bodem, hij is echter als trechterspin te herkennen aan de twee verlengde spintepels op zijn achterlijf. Er komen in Europa drie Textrix-soorten voor, waarvan deze de algemeenste is. De vrouwtjes maken een buisvormig schuilhok tussen stenen en muren of op lage vegetatie waarvan de opening een bredere kraag van spinsel heeft. De lensvormige grote cocon wordt in deze woonbuis gemaakt. De volwassen mannetjes maken geen web, deze zie je vaak op boomstammen of de grond jagen. Bij de paring streelt het mannetje het vrouwtje net zolang totdat zij in een voor trechterspinnen kenmerkende  verstarring komt. Het vrouwtje kan tot een uur na de paring in deze toestand blijven. Als deze spinnen worden belaagd en ze niet kunnen ontsnappen zullen ze zich schijndood houden in de hoop hun belager af te schrikken. De gewone staartspin wordt zo’n 6 a 7 mm groot en komt soms ook binnenshuis voor. 

Vuurlibel (Crocothemis erythraea)

Wednesday, 23 April 2014

vuurlibel (Crocothemis erythraea) 5852Deze vuurrode libel wordt vaak met de bruinrode heidelibel en zwervende heidelibel verward. De vuurlibel (Crocothemis erytraea) heeft echter een breder afgeplat achterlijf, rode poten en is veel zeldzamer. De mannetjes hebben een kenmerkende lakrode kleur, de vrouwtjes zijn met hun geelbruine lichaam een stuk minder opvallend. Het is een Zuidelijke soort die zich langzaam naar het Noorden uitbreidt. Je vindt ze bij kleine ondiepe voedselrijke wateren van Noord-Afrika en het Middellandse zeegebied. In Nederland is het echter nog steeds een zeldzame soort, alhoewel ze sinds 2009 steeds vaker worden aangetroffen. Het afgebeelde exemplaar is bij Leersum op de Utrechtse heuvelrug gefotografeerd. Ze hebben vaak een uitkijkpost op een kale tak of rietstengel en keren daar regelmatig naar terug. 

Koekoeksspog

Monday, 21 April 2014

schuimbeestje (Philaenus spumarius) 5089Koekoeksspog, koekoeksspuug of koekoeksschuim zijn benamingen voor de witte plukken schuim die je vaak tussen kruidachtige planten, zoals lavendel en koekoeksbloem, ziet hangen. Het zijn de schuilplaatsen van de larven van schuimcicaden. Deze larven steken hun snuit in de stengel van een plant en leven van het plantensap. De druk op de sapstroom van een plant is zo groot dat de larve daar niet voor hoeft te zuigen, het wordt door de plant rechtstreeks zijn lichaam in geperst. Een gedeelte van het vocht dat zij direct weer via hun anus uitscheiden, wordt samen met lucht die ze uitademen tot een los schuim geklopt. Binnen deze laag zijn ze de kwetsbare larven beschermd tegen roofdieren en uitdroging. Na zo’n dertig tot honderd dagen is de larve volwassen en verlaat het schuim om te vervellen. De schuimcicade zelf is slechts 5 tot 7 mm groot maar kan enorme sprongen, tot wel 75 cm ver maken. Deze sprongkracht is in verhouding tot zijn lichaamslengte zelfs groter dan die van een vlo. De twee krachtige sprongpoten houdt hij normaal gesproken onder zijn lichaam gedrukt en hij gebruikt zijn vier voorste poten om mee te lopen.

 

Er komen meerdere soorten schuimcicades in Nederland voor. Ze zijn bruin tot lichtgrijs en hebben variabele vlekkenpatronen. Het Schuim- of Spuug-beestje (Philaneus spumarius) is de bekendste en meest algemene van alle cicades in Nederland, je vindt ze op verschillende kruidachtige en houtige struiken. De larve leeft solitair in de schuimmassa en hoewel veel mensen hem als schadelijk zien komen ze zelden in zulke aantallen voor dat ze ook daadwerkelijk schade aan gewassen kunnen veroorzaken. 

The Big Lebowski (1998)

Saturday, 19 April 2014

the big lebowskiDeze film heb ik al zo vaak gezien, dat ik sommige scenes en dialogen kan dromen. Hij stelt nooit teleur. Het script, de vertolking en de cinematografie zijn lekker los en speels. De werkeloze Lebowski, “The Dude”, wordt onterecht aangezien voor een milionaire met dezelfde achternaam. Als twee schimmige schuldeisers van de rijke Lebowski bij The Dude op zijn kamertapijtje komen pissen is voor de onverstoorbare Dude de maat vol en gaat hij gaat op bezoek bij zijn naamgenoot. Het is het begin van een heerlijke film die je moeiteloos langs allerlei fantastische personages en situaties voert. Als je hem eenmaal hebt gezien garandeer ik je dat je dat vaker zult doen.

De bodemloze put

Sunday, 13 April 2014

Mensen geven veel geld uit om de tijd te doden. Televisie kijken, computerspelletjes spelen, kaarten of kletsen, men heeft er alles voor over om de verveling buiten de deur te houden. Alles liever dan het ijzige tikken van de tijd. Misschien dat men daarom ook zo bang is geworden van de stilte. Als je niets doet, niets hoort, voel je de tijd gaan. En dat is blijkbaar zo verontrustend dat we ons omringen met afleidingen. Als er tijdens een visite langer dan 10 seconden niet wordt gesproken is het niet gezellig. Naarmate de stilte duurt, neemt de spanning toe. Waarom zegt niemand iets? Mag ik wel naar iemand kijken die niet praat? Is het hier echt zo warm? Als er dan eindelijk iemand de stilte doorbreekt, haalt iedereen opgelucht adem. Het gevaar is afgeweerd, het tikken van de tijd overstemd. Angst voor verveling is een bodemloze put waar we al onze tijd in gooien.

 

Als er één medium is dat deze angst goed heeft begrepen is het wel televisie. Het is niet voldoende om beeld te tonen, alleen beeld vraagt net als alleen geluid net niet genoeg aandacht. Een radio kun je negeren, een televisie zonder geluid ook. Maar een televisie waarvan het geluid aanstaat is een heel ander verhaal. Daarom zijn ze op televisie ook nooit stil. Let er maar eens op, er wordt aan een stuk door onafgebroken gepraat. Zelfs de presentator van een kookprogramma kan zijn mond niet houden. “Ik schil nu de aardappels, dat doe ik altijd voor het koken, gewoon met een aardappelmesje, liefst niet te dik, de schilletjes gaan bij het groenafval, de aardappeltjes in het water, beetje zout erbij, gezellig, hou je aandacht erbij, ik hou je wel afgeleid..”. Hij is als de dood dat er iemand afhaakt als hij geen geluid maakt. Stel dat iemand wegkijkt, voor je het weet voelen ze het tikken van de tijd en ligt de verveling op de loer. Daar is hij niet voor aangenomen.

 

Lees ook: Mist, Tijd is kou en Tijdbesteding.