Weblog

Olijfslak (Oliva miniacea marrati)

dinsdag, 7 januari 2014

Olijfslak (Oliva miniacea marrati) 185De patronen en kleuren van olijfslakken kunnen binnen eenzelfde soort enorm variëren. Dit maakt het vaak lastig om een specifieke schelp te determineren. Olijfslakken hebben allemaal, net als de Cypraea, een dikke glanzende email laag, deze wordt door de twee flappen van de mantel van de slak die de schelp tijdens zijn leven omhullen, afgescheiden. De hier afgebeelde Oliva miniacea kent ook veel exemplaren met een licht gevlekte tekening. Deze specifieke variëteit uit de Filipijnen is zo donker als ebbenhout en lijkt meer op een dadel dan een olijf. Zoals alle Olijfslakken heeft ze een lange brede mondopening en een korte top met een gegroefde sutuur. Ze zijn veelvoorkomende carnivoren die in tropische zeeën in het zand leven. Het zijn de snelst bekende gravers van alle slakken. Ze foerageren ’s nachts en leven van visresten, vlees van schelpdieren en kleine krabben. Overdag verbergen ze zich onder het zand. Net als de Muricidae scheiden ze een slijm uit waarvan men een paarse kleurstof kan maken.

Aal de Dragonder

zaterdag, 4 januari 2014

Dragonders waren voetsoldaten die een paard gebruikten om zich snel te verplaatsen. In de tweede helft van de zeventiende eeuw waren deze lichte cavaleristen buitengewoon succesvol in de strijd. Hun naam is afkomstig van het Franse dragon (draak) en verwijst naar het vaantje in de vorm van een draak die zij met zich meevoerden. Dragonders waren woeste, ruwe kerels die regelmatig met elkaar op de vuist gingen.

 

skelet te paardAan het begin van de 18e eeuw (voor 1710) vond er in Rotterdam een vechtpartij tussen soldaten plaats waarbij één van hen het leven liet. Na onderzoek van het lijk kwam aan het licht dat deze dode soldaat geen man maar een vrouw was die zich jarenlang succesvol als man had voorgedaan. Haar lichaam werd overgedragen aan de geneeskundige school en daar gebruikt voor de anatomische lessen.  In plaats van een begrafenis wachtte haar, als straf voor haar travestie, het ontleedmes van de chirurg. Ze werd gevild en uitgebeend. Haar huid werd opgezet en haar skelet plaatste men op het geraamte van een paard. Dit skelet heeft ruim een eeuw in het Rotterdamse theatrum anatonicum gestaan. Hier werd het aan bezoekers getoond als het skelet van een onbekend vrouwspersoon dat lange tijd als dragonder dienst had gedaan en uiteindelijk door haar kameraden was doodgestoken. Het skelet droeg een muts met daarop in gele letters haar toegewezen naam: Aal de Dragonder. Toen de snijkamer vanaf 1720 voor het publiek werd opengesteld werd Aal een echte bezienswaardigheid en verwierf zij een zekere bekendheid. Door de tijd heen zijn haar stoffelijke resten echter kwijtgeraakt en nu is niet meer te achterhalen wie zij was en waarom zij had besloten als man door het leven te gaan.

 

Het woord Dragonder ging men daarna steeds meer gebruiken voor een manwijf en de betekenis verschoof van lichte cavalerist naar kenau. Zo heeft Aal toch nog wraak genomen op haar moordenaars. Er is nu bijna niemand meer die bij de naam Dragonder nog aan een man denkt.

3D print portret

vrijdag, 3 januari 2014

3d buste 1-2014 85043d buste 1-20148509Onlangs heeft iemand mijn hoofd driedimensionaal in gescand en op een 3d printer uitgeprint. Het resultaat is een kleine 5cm hoge buste. De printer waarmee dit is gedaan schrijft als het ware het beeld. Door met dunne lijntjes sneldrogend plastic mijn gezicht lijntje voor lijntje na te tekenen bouwt hij laag voor laag een beeld. Je kunt van dichtbij goed zien hoe zo’n print is opgebouwd. Alle tekeningen liggen op elkaar en het is net een kaart met hoogtelijnen. Toch zijn niet alle lijntjes hetzelfde, er zijn kleine variaties in dikte. Alsof mijn gezicht is geschreven als een lied in de groeven van een driedimensionale langspeelplaat.

Gelukkig 2014

woensdag, 1 januari 2014

2014

Papiernautilus (Argonauta hians)

dinsdag, 17 december 2013

argonautArgonauten zijn octopussen die alleen oppervlakkig bezien op Nautilussen lijken. Bij de beroemde Nautilussen is hun schelp een “echte” schelp, ontstaan in de eierzak en vergroeid aan het dier. Bij de Argonauten of Papiernautilussen maakt het vrouwtje een eiermandje uit calsiet en magnesium-carbonaat dat sterk op een schelp lijkt. Na haar geboorte moet ze zelf voor haar uitwendig skelet zorgen dat niet alleen haar maar ook haar jongen moet beschermen. Argonauten zijn zwervende roofdieren die net als andere cephalopoden van kleur kunnen veranderen en zichzelf door middel van straalaandrijving voortbewegen. Tevens vertonen ze een eigenschap die vele koppotigen delen, ze zijn buitengewoon intelligent. Zo gebruiken ze vaak kwallen als een soort van visnet. Ze grijpen een kwal bij zijn top, eten zich daardoorheen tot aan de kwal zijn gastrale holte en gebruiken zijn tentakels als een vangnet om voedsel binnen te halen. De kwal fungeert zo niet alleen als een visnet maar de Argonaut gebruikt hem ook als verdedigingswapen tegen roofdieren zoals tonijnen en dolfijnen.

 

Nemo Aronax sail-fishArgonauten hebben twee brede en platte tentakels waar ze hun schaal mee vast houden. Vroeger dacht men dat deze tentakels ook nog ergens anders voor werden gebruikt. In 300 v Chr. Suggereerde Aristoteles dat de vrouwelijke Argonauten hun papierdunne schaal als een bootje gebruikten. Met haar tentakels in het water als roer en haar twee verbrede tentakels als zeil zou ze hierin over het weidse oceaanoppervlak varen. Een fantasierijke beschrijving waar Jules Verne in zijn 20000 Mijlen onder Zee dankbaar gebruik van heeft gemaakt.

 

 

 

papier nautilus (argonauta hians) 12-2013 8457De papierdunne schaal wordt echter niet als bootje gebruikt. Onlangs heeft men ontdekt dat Argonauten in hun smalle schelp luchtbellen vangen. Door aan het oppervlak te schommelen neemt de argonaut een luchtbel in zijn schelp op. Als hij daarna duikt werkt deze lucht als een drijftank die ervoor zorgt dat het dier zonder al te veel energie te verspillen makkelijk op dezelfde diepte kan blijven. Zo gebruikt de Argonaut zuurstof op eenzelfde manier als een onderzeeër balast.

 

 

iconographie du regne animal de cuvier 1829Alleen vrouwelijke Argonauten zijn in staat om een schelp te maken. De minuscule mannetjes halen vaak maar eentiende van de lengte van de vrouwtjes en zijn helemaal onbeschermd. Wel hebben ze een zeer gespecialiseerde “arm”. Deze hectocotylus heeft een grote spermatofoor en wordt vaak in een zak door het mannetje meegedragen. Na paring breekt deze arm af en blijft hij steken in de vrouwelijke geslachtsopening. George Cuvier beschreef deze arm foutief als een parasitaire worm. Het duurde even voor de wetenschap kon accepteren dat er geslachtsorganen waren die bij een paring konden afbreken. Een bevrucht wijfje legt haar eieren in de schaal, als deze uitkomen wordt zij door haar eigen jongen naar buiten geduwd en sterft ze. Terwijl haar jongen beschermd door een papierdunne wand veilig aan het oppervlakte van de oceaan voortdrijven, zakt zij naar de diepte.

 

 

Jules Verne beschrijft in zijn fantastische 20000 Mijlen onder Zee hoe de Nautilus wordt omringd door een zee van Argonauten:

 

Hoofdstuk 25:

 

Tegen vijf uur 's avonds, even voor de korte schemering, die in de

keerkringsstreken dag en nacht bijna onmiddellijk op elkander doet

volgen, werden Koenraad en ik door een zonderling schouwspel getroffen.

 

Er bestaat een bevallig diertje, dat volgens de ouden het geluk

voorspelde: Aristoteles, Athenacus, Plinius en Oppianus hadden

het beestje nauwkeurig bekeken en daarvoor al de dichterlijke

beschrijvingen van de Grieksche en Romeinsche geleerden opgehaald;

zij gaven er de namen aan van Nautilus en Pompilus; maar de nieuwere

wetenschap heeft deze benaming niet behouden, want dit weekdier is

thans bekend onder den naam van "Argonaut".

 

Welnu, het was een troep van die Argonauten, die op dat oogenblik op

de zee zwommen, wij telden er verscheiden honderden; deze bevallige

weekdieren zwommen achteruit door middel van een pijp, die hen in

beweging brengt, en waardoor zij het water, dat zij bij de ademhaling

binnen krijgen, weeruitspuiten. Van hun acht voelarmen dreven er zes,

die zeer lang en dun waren, op het water; terwijl de beide anderen,

die aan de einden omgekruld waren, overeind stonden, en dienst deden

als kleine zeilen. Ik zag duidelijk hun spieraalvormige schelp, door

Cuvier bij een netgevormde sloep vergeleken; het was inderdaad een

schuitje, dat het dier draagt en het heeft afgescheiden, zonder dat

het er aan vast is gehecht.

 

"De Argonaut kan zijn schelp verlaten," zei ik tot Koenraad, "maar

hij verlaat ze nooit."

 

"Dan doet hij net als kapitein Nemo," antwoordde Koenraad, "daarom

zou hij zijn vaartuig liever 'Argonaut' hebben moeten noemen."

 

Gedurende een uur dreef de Nautilus te midden van die weekdieren, toen

werden deze plotseling door ik weet niet welken schrik bevangen. Als

op een gegeven teeken gingen de zeiltjes naar beneden, de voelarmen

werden ingetrokken, het lichaam kromp samen, de schelpen keerden om,

veranderden daardoor haar zwaartepunt en verdwenen plotseling onder

de golven. Het was het werk van een oogenblik; nimmer manoeuvreerden

de schepen van een vloot met meer juistheid.

Gewone Kikkerschelp (Bufonaria rana)

woensdag, 11 december 2013

Gewone Kikkerschelp (Bufonaria rana)Kikkerslakken (Bursidae) danken hun naam aan hun wrattige paddenhuidachtige uiterlijk. Ze zijn nauw verwant aan de tritonhorens en leven in warm ondiep water. De Gewone kikkerschelp dankt zijn wetenschappelijke naam aan de padden (Bufo) en de kikkers (Rana). Hij wordt ongeveer 7,5 cm groot en is heel algemeen. Boven aan de mondopening ligt de diepe inkeping van het anale kanaal. Deze valt steeds samen met de vorige posities van dit kanaal en vormen twee grote vinnen aan beide zijkanten van de schelp.

De Campo del Cielo Meteoriet

woensdag, 4 december 2013

campo del cielo meteoriet 12-2013 8281In 1576 gingen de Spaanse bezetters  van Noord Argentinië op zoek naar de bron van ijzer waar de inlanders hun wapens van maakten. De expeditie vond op een locatie die door de inlanders “Piguem Nonralta” (veld van de hemel, SP. Campo del Cielo) werd genoemd een blok ijzer dat uit de bodem stak. Hoewel de inlanders beweerden dat dit het restant was van een stuk van de zon dat uit de hemel was gevallen dachten de Spanjaarden dat het de top van een ertsader was. Het ijzer bleek van buitengewone zuiverheid en de vindplaats werd in een vergeten document opgetekend. Pas in 1783 toen men met explosieven de grond om het blok heen weghaalde, kwam men erachter dat het hier niet om het topje van een ijzerader maar om een stuk massief ijzer ging. Nog steeds geloofde men echter niet dat het uit de hemel was gevallen en schreef men het toe aan een vulkanische eruptie. Pas toen men veel later enkele brokstukjes analyseerde en bleek dat ze uit 90% ijzer en 10% nikkel bestonden, geloofde men dat dit enorme blok ijzer inderdaad een meteoriet was.

 

In de regio lokaliseerde men later nog veel meer stukken ijzer die varieerden van 37 ton tot enkele grammen. Momenteel heeft men in totaal al meer dan 100 ton aan meteorietijzer uit de Campo del Cielo site gehaald. Dit maakt het de grootste meteoriet die men tot nu toe heeft gevonden. De grootste stukken lagen verspreid over een gebied van 60 km2 met meer dan 26 inslagkraters. Men vermoedt dat de meteoriet oorspronkelijk meer dan 4 meter in doorsnee was. Omdat er erg veel insluitingen in deze meteoriet zaten is hij waarschijnlijk in zoveel kleine delen uiteengevallen. Deze meteoriet is zo’n 4200 tot 4700 jaar geleden op Aarde terecht gekomen en is net als de meeste van dit soort ijzermeteorieten ongeveer 4,5 miljard jaar oud (4.500.000.000)  Hij is ontstaan toen de planeten zich in ons zonnestelsel begonnen te vormen en is afkomstig uit de Grote Asteroïdengordel tussen Mars en Jupiter.

 

Lees ook: De Sikhote-Alin meteoriet.

De Grote Wenteltrap (Epitonia scalare)

dinsdag, 3 december 2013

grote wenteltrap (epitonium scalare) 12-2013Deze 2,5 tot 7cm grote, gedraaide schelp was ooit één van de meest begeerde objecten ter wereld. In de 17e en het begin van de 18e eeuw stond hij bekend als extreem zeldzaam. Er waren er slechts drie bekend. Eén behoorde toe aan Cosimo de Medici, één aan de rijke Delftse verzamelaar Johan de la Faille en één aan een onbekende verzamelaar in Engeland. Er werden enorme sommen geld voor deze schelpen geboden én geweigerd. Zelfs toen men dankzij verbeterde duiktechnieken meer van deze schelpen vond, bleven ze gewild en kostbaar. Hoewel ze momenteel heel wat minder zeldzaam zijn hebben ze nog niets van hun allure en schoonheid verloren.

 

Volgens onbevestigde verhalen maakte men vroeger in China van rijspasta exacte kopieën die men als echt verkocht. Als een gelukkige verzamelaar zijn schelp daarna probeerde te wassen loste deze in het water echter weer op. Om die reden werden er regelmatig kleine stukjes van gekochte schelpen afgebroken om ze op echtheid te controleren. Momenteel zijn deze schelpen redelijk algemeen en zou men een klein kapitaal neerleggen voor een intacte kopie.

 

De schelp dankt haar Latijnse naam Epitonia scalare aan haar vorm, scalare betekent ladder of trap, het Franse woord voor trap, escalier is hier ook van afgeleid. De Engelse naam Precious wentletrap komt van het Middel-Nederlandse wendeltrappe. De tere windingen van deze schelp raken elkaar nergens. Ze zijn door rijen van axiale witte ribben (costae) met elkaar verbonden. Deze ribben zijn de uiteinden van de vroegere mondopeningen en liggen als de spijlen van een wenteltrap om de windingen.

 

Grote Wenteltrappen leven in de Indo-Pacifische wateren van de Japanse eilanden tot aan de Rode Zee. Ze voeden zich op zo’n 50 meter diepte op zandige en rotsachtige bodems met anemonen. Als de slak sterft, scheidt ze een paarse kleurstof uit. Er wordt wel gesuggereerd dat ze deze stof tijdens haar leven als verdovingsmiddel voor haar prooi gebruikt. Het zijn protandrische hermafrodieten die om zelfbevruchting te voorkomen als mannetje beginnen en daarna naar vrouwtje veranderen. De eieren worden in capsules gelegd en met zandkorrels bedekt. Deze capsules zijn aan een lange elastische draad die door de voet van het dier wordt gemaakt bevestigd.

 

Lees ook: Semper Augustus.

Edouard Martinet

vrijdag, 22 november 2013

martinet-1Geleedpotigen doen ons vaak denken aan blikken speelgoeddieren, complexe mechaniekjes tot leven gebracht door een opwindsleutel. Hun simpele gewrichten, harde pantser en mechanische manier van bewegen maken empathie en  antropomorfisme bijna onmogelijk. We kunnen ons hoogstens verwonderen over de delicaatheid en finesse van hun bouw en ons afvragen waar de vonk die dit machientje tot leven heeft gebracht vandaan komt. Geleedpotigen lijken uit een ander universum te komen, opgesloten in hun harnas bewegen ze zich onverstoorbaar en doelgericht door onze wereld.

 

martinet-4Veel kunstenaars hebben geprobeerd om deze fascinerende dieren na te bouwen, toch falen velen op het vlak van bezieling. Hoewel het ze lukt om de gewrichten en vormen van een pantser te reproduceren komen ze vaak niet verder dan een leeg en hol mechaniek. Een speelgoedbeestje zonder opwindsleutel.

 

martinet-3Edouard Martinet is de uitzondering op de regel. Hij bouwt dieren na zonder ze te kopiëren. Hij sloopt allerlei oude apparaten uit elkaar en combineert ze tot iets nieuws. Zijn dieren zijn geen doodse combinatie van losse onderdelen. Je kunt je haast niet voorstellen dat de typemachine-onderdelen, koplampen en fietskettingen ooit een ander nut hebben gehad dan in zijn mechanieken. Alles zit precies daar waar het hoort, hun vorige leven is vergeten. Zijn werk kenmerkt zich door een elegantie en helderheid van vorm die slechts door het origineel wordt benaderd. Hij soldeert niets, elk onderdeel is geschroefd. Hier wordt het geheel echt meer dan de som der delen en ergens tussen al deze boutjes en moertjes zit een ziel verstopt.

 

Lees ook: Claire Moynihans mottenballen.

De IJzeren Slak (Crysomallon squamiferum)

woensdag, 20 november 2013

Crysomallon squamiferumIn april 2001 vonden wetenschappers op 2400 meter diepte op de bodem van de Indische Oceaan een nieuw soort zeeslak. Men vond er zo’n twintig exemplaren aan de voet van een heetwaterbron. Uit deze zogenaamde heetwaterschoorstenen stroomt super heet water waarin veel zware mineralen en giftige stoffen zoals waterstofsulfide zijn opgelost. De IJzeren Slak (EN: Scaly Foot Gastropod) benut de zware metalen uit het water om zijn pantser te maken en is daarmee het enige dier dat wij kennen dat op deze manier gebruik maakt van ijzer. Sindsdien is ze het onderwerp van een uitgebreid wetenschappelijk onderzoek.

 

Deze 4cm grote nieuwe slakkensoort heeft een buitengewone bouw. Zijn voet is bedekt met harde ijzeren schubben en zijn huisje is zo ontzettend sterk dat het leger onderzoekt in hoeverre ze dit als uitgangspunt voor nieuwe bepantsering kunnen gebruiken.  De ijzeren schubben op zijn voet lijken nog het meeste op pyriet, zij beschermen de slak tegen roofdieren. Sommige andere slakken die bij deze schoorstenen jagen, gebruiken giftige pijlen om hun prooi te doden, deze korte pijlen kunnen echter niet door het sterke pantser van de IJzeren Slak heen. Het slakkenhuis zelf is uit drie lagen opgebouwd. De buitenste laag bestaat uit waterstofsulfide met greigiet en pyriet, de middelste laag werkt als schokbreker en lijkt nog het meeste op het periostracum dat vaak de buitenste laag van andere slakkenhuizen vormt, terwijl de binnenste laag van aragoniet is, een calciumcarbonaat dat je onder andere ook veel bij koralen vindt. Door deze constructie is dit slakkenhuis niet alleen enorm druk- maar ook hittebestendig. Hoewel deze slakken lijken op sommige gefossiliseerde exemplaren die honderden miljoenen jaren geleden leefden, blijkt uit DNA-onderzoek dat deze soort toch redelijk recent is ontstaan.