Aan
de
gevel
van
het
Musée
National
d’Histoire
naturelle
in
Parijs
hangt
een
groot
bronzen
reliëf.
Dit
bijna
6
meter
hoge
beeld
is
in
1894,
door
Ernest
Barrias
gemaakt.
Dit
beeld
is
speciaal
voor
de
antropologische
afdeling
in
de
Jardin
des
Plantes
ontworpen
en
Barrias
moest
erin
de
menselijke
rassen
weer
geven.
Hij
koos
voor
het
Afrikaanse
ras.
Op
het
beeld
zie
je
een
man
die
probeert
om
een
krokodil
te
verjagen.
Rechtsonder
in
het
beeld
ligt
een
in
zwijm
gevallen
vrouw
en
linksboven
probeert
een
andere
vrouw
haar
baby’s
te
beschermen.
De
krokodil
kruipt
van
linksonder
het
beeld
in
en
wordt
met
een
lange
stok
door
de
man
op
afstand
gehouden.
Omdat
de
staart
van
de
krokodil
letterlijk
buiten
het
kader
van
het
beeld
hangt,
geeft
dit
het
reliëf
extra
veel
diepte
en
dynamiek.
De
sterke
diagonale
compositie
wordt
gespiegeld
in
de
lijn
van
de
krokodil,
die
via
de
stok
doorloopt
tot
in
de
geheven
armen
van
de
man.
De
gevallen
vrouw
die
zich
onder
deze
scheidslijn
bevindt,
heeft
haar
spiegelbeeld
in
de
moeder
die
haar
kinderen
beschermt.
Het
is
een
dynamisch
beeld
dat
de
strijd
tussen
de
mens
en
de
natuur
weergeeft.
Het
uitgangspunt
van
deze
afbeelding
is
echter
heel
wat
minder
prozaïsch
dan
men
zou
denken.
Toen Frankrijk in 1889 de wereldtentoonstelling hield, wilde men de wereld niet alleen hun industriële macht tonen maar ook hun grote koloniale invloed en hun intellectuele en culturele overwicht. Dit deed men door mensen uit hun koloniën ten toon te stellen. Men ontvoerde hordes mensen, en stelde ze in het Westen ten toon. Sommigen werden schamel betaald, maar bijna allemaal werden ze vernederd, uitgebuit en onderdrukt. Deze mensen werden in kleine nagebouwde enclaves of achter tralies tentoongesteld om de bezoekers te vermaken. Regelmatig moesten ze daarbij “authentieke” scenes uit hun cultuur naspelen. In Parijs hield men deze attracties o.a. in de Jardin d’Acclimation. Hier had men tussen 1877 en 1912 zo’n dertig verschillende etnologische enclaves, verdeeld over zes verschillende dorpen die elk een Franse kolonie vertegenwoordigede. Zo kon men er “wilden” uit Madagaskar, Indochina, Sudan, Congo, Tunesië en Marokko bekijken. Sinds men daar mensen begon te tonen, verdubbelde het aantal bezoekers. Men kwam van heinde en verre om zich aan, slechts in een lendendoek geklede, “wilden” te vergapen.
Tot ver in de 20e eeuw bestonden er dergelijke menselijke dierentuinen in het Westen, waarin blanke bezoekers zich konden vergapen aan het afwijkende uiterlijk en gedrag van zogenaamd “mindere” rassen. De inspiratie voor Barries reliëf kwam van enkele in de Jardin d’Acclimation nagespeelde scenes. Het probeert de spanning op te roepen die het publiek voelde als zij met ingetogen adem naar de gedwongen optredens van deze ontheemden mensen keek. Zo verwijst de oorsprong van dit bekende beeld naar een zwarte pagina uit de Westerse geschiedenis, één die helaas nooit helemaal is omgeslagen.
Lees ook: Fremiet: Een Orang-oetan wurgt een Wilde uit Borneo en Galerie de paléontologie et d'anatomie comparée.
Geen reacties
Reageer: