witte taailing (Marasmius epiphyllus) 11-2019 0515Deze tere en minuscule paddenstoeltjes groeien in loofbossen op dode takjes of op de nerven van dode bladeren. Het hoedje is slechts een paar millimeter tot 1 centimeter breed en doorschijnend wit. De ver uit elkaar staande lamellen liggen als plooien straalsgewijs om de steel. Het paddenstoeltje wordt slechts enkele centimeters hoog en de aanvankelijk witte steel wordt verkleurd vanaf de voet geelbruin.

witte taailing (Marasmius epiphyllus) 11-2019 0523witte taailing (Marasmius epiphyllus) 11-2019 0521witte taailing (Marasmius epiphyllus) 11-2019 0529witte taailing (Marasmius epiphyllus) 11-2019 0532

De hoed kan, na verdroging, bij regen weer opleven en je vindt deze kleine plaatjeszwammen vaak in groepjes bij elkaar op de natte bosgrond.

 

witte taailing (Marasmius epiphyllus) 11-2019 0591witte taailing (Marasmius epiphyllus) 11-2019 0580Het genus Marasmius is beschreven door Elias Magnus Fries, in 1938 plaatste hij plaatjeszwammen met witte sporen die na uitdroging opnieuw opleefden nadat ze nat waren gemaakt in deze groep. Hiermee onderscheiden ze zich van paddenstoelen die verrotten. Voor hem was het onderscheid tussen paddenstoelen die wel of niet verrotten een belangrijke classificatie-verschil. Dit onderscheid wordt door huidige mycologen echter niet meer als betrouwbaar gezien, maar ze hebben dit genus wel de oorspronkelijke naam laten houden . De naam marasmius komt van het Griekse marasmos: uitdrogen.