Vanaf juli vind je in het gras en op lage begroeiing soms grote groepen vlindereitjes. Kleiner dan een speldenknop en strak tegen elkaar gedrukt, bedekken ze dan een blad of grasspriet. De meeste van deze eitjes zijn van nachtvlinders, zoals het Huismoedertje (Noctua pronuba). Je vindt haar eitjes vaak op strootjes en bladeren. Ze zijn bleekwit of lichtgroen en komen in augustus tot september uit. De jonge rupsjes eten eerst de eierschalen en spinnen dan een dunne lange vliegdraad. Ze laten zich aan deze draad door de wind meenemen en verspreiden zich in de omgeving, net zoals veel jonge spinnetjes dat doen. De rupsen zijn groen tot lichtbruin en hebben twee rijen zwarte rug-vlekken op het achterste gedeelte van hun lijf. Ze worden ongeveer 5 cm groot en overwinteren. Tijdens de winter blijven ze echter actief. Overdag verstoppen ze zich in de grond en ‘s nachts eten ze van de planten. In het Engels noemt men deze rupsen, winter-cutworms, omdat het gras dat ze hebben gegeten, eruit ziet alsof het met een schaar is afgeknipt. De volgroeide rups verpopt in een holletje onder de grond en kruipt het volgende jaar in mei als vlinder naar buiten.
Weblog
Vlindereitjes (Noctua pronuba)
Green Man Roof bosses
Norwich Cathedral is terecht beroemd om zijn vele roof bosses, gebeeldhouwde sluitstenen, die niet alleen heiligen en Bijbelverhalen uitbeelden maar vaak ook humoristische scenes en grotesken. In de kathedraal zijn er 1106 verschillende te vinden, waarvan vele zijn beschilderd. Het is de grootste verzameling van roof bosses in de Christelijke wereld. Veel ervan bevinden zich in de twee verdieping hoge kloostergang. In de middeleeuwen waren ze niet alleen een bron van vermaak maar ook een vroege vorm van educatie. In die tijd waren de meeste mensen analfabeet en de sluitstenen herinneren mensen aan de Bijbelverhalen en de vele mysteriespelen die er in de middeleeuwen door de straten van Norwich trokken.
Tussen al deze roof bosses bevindt zich één van de meest gefotografeerde groene mannen uit Groot-Brittannië. Deze gotische green man kenmerkt zich door zijn brede platte met goud beschilderde bladen. Het is zeker niet de mooiste green man in Norwich Cathedral, maar hij valt vanwege het reflecterende goud wel goed op. Als je goed zoekt, vind je tientallen groene mannen tussen de vele roof bosses. In Norwich Cathedral naar groene mannen zoeken is dus een leuke zoektocht, maar wel één waarvan je pijn in je nek krijgt.
Lees ook: Groene man in York Minster Chapter House.
Altijd weer die nuance
Ik heb, net als ieder ander, graag (en helaas ook vaak) een mening. Maar regelmatig wordt bij mij in een discussie het fundament onder zo’n mening weggeslagen. Je zou dus denken dat ik nu wel wat voorzichtiger met mijn mening zou omspringen. Mooi niet dus, hoewel ik er echt op let, ik mezelf probeer te censureren, betrap ik me er toch nog wel eens op dat ik een mening ventileer. Hoe komt dat toch? Waar komt toch die neiging vandaan om niet alleen iets te vinden, maar dat ook nog eens uit te willen spreken? Ik weet dat het gevaarlijk kan zijn, voor je het weet deelt iemand je mening en over het algemeen worden gedeelde meningen er niet genuanceerder op. Het gevaar is dat zo’n mening zo bepalend kan worden, dat je er zelfs niet meer over durft te discussiëren.
Ik kan er best begrip voor opbrengen, als ik iemand ongevraagd een mening hoor ventileren. Als ik het al moeilijk vind om mijn mening voor me te houden, hoe moeilijk moet het dan wel niet voor een ander zijn? Of geef ik nu te makkelijk een mening over iemand anders, en ben ik niet genuanceerd genoeg?
Lees ook: Democratie en schuttingtermen en De tirannie van de geloofsovertuiging.
Groene man in York Minster Chapter House
Tijdens mijn vakantie in Groot Brittannië, heb ik heel wat mooie groene mannen gezien. Sommige pontificaal in het zicht, andere goed verstopt. De leukste vond ik in het Chapter House in de York Minster. Deze prachtige ruimte is omringd door nissen waarin de verschillende klerken kunnen plaatsnemen. Deze nissen zijn versierd met enkele van de fraaiste en best bewaard gebleven middeleeuwse sculpturen in de wereld. Daar vond ik, verstopt tussen de vele ander sculpturen, het gezichtje van een groene man. Deze was alleen zichtbaar als je in de nis plaats nam en omhoog keek. Voor diegenen die hem toevalligerwijs ooit ook eens willen opzoeken, hij bevindt zich aan de onderkant van een uitstekende sculptuur, aan de balkonboog boven de tweede nis met de klok mee vanaf de ingang bezien. Dit is de nis die gereserveerd was voor Givendale. Je kunt in de onvermijdelijke giftshop een gipsen afgietsel van dit kleine kopje kopen.
Neist Point Lighthouse
Deze verlaten vuurtoren staat op Neist Point, het uiterst westelijke punt van het eiland Skye in Schotland. Omdat hij pal op het Westen staat, op een hoge groene landtong en uitkijkt over de wateren van The Minch en de eilanden van de Hebriden, kun je er spectaculaire foto’s van de zonsondergang maken, iets wat veel fotografen, vaak van hetzelfde punt, hebben gedaan. Het is dan ook één van de meest gefotografeerde vuurtorens van Europa.
Om bij de vuurtoren zelf te komen moet je een flink stuk wandelen. Hoewel het een prachtige wandeling is, met een geweldig uitzicht, kan het er toch behoorlijk oncomfortabel zijn. Zoals in zoveel plaatsen in Schotland is het er vergeven van de midges, kleine super vervelende mugjes die je geen seconde rust gunnen. Ze storten zich massaal op elke nietsvermoedende wandelaar en zuigen hem in een mum van tijd helemaal leeg. Gelukkig heb je er in de vuurtoren zelf, vlak aan de klif, minder last van dan tijdens de wandeling er naar toe.
De vuurtoren van Neist Point werd In november 1909 in dienst genomen. Sindsdien schijnt hij al meer dan een eeuw onafgebroken over de gevaarlijke kliffen van de Schotse westkust. Hij werd voor £4,350 gebouwd en is ontworpen door David Alan Stevenson, die verantwoordelijk is voor de bouw van 26 vuurtorens. Het complex heeft een kenmerkend open uiterlijk en de lichte lage gebouwen doen bijna on-westers aan. Hoewel de vuurtoren zelf niet al te hoog is, staat hij toch 43 meter boven zee niveau en kan men hem al vanaf 16 zeemijlen zien. In 1910 werd er aan het gebouw een grote misthoorn toegevoegd. Deze staat nog steeds op zijn draaibare voet en kijkt nu in stilte uit over de wateren voor de klif.
Aan de voet van de klif van Neist Point ligt onder water nog steeds het wrak van Doris, een stoomschip uit Liverpool dat op weg was naar Polen. Slechts vier maanden voor het in dienst nemen van de vuurtoren, liep ze tegen de klippen.
In het begin was de vuurtoren bemand en woonden de wachters in de huisjes op het terrein. In 1990 werd de vuurtoren echter geautomatiseerd en sindsdien staan de huisjes leeg. Een tijdje zijn ze nog als toeristen-accommodatie gebruikt en werden ze als een “self catering holiday cottage complex” uitgebaat, maar ook dit sloot al snel haar deuren. De enige mensen die er nu nog overnachten zijn zwervers.
Klik hier voor meer foto's van Neist Point Lighthouse.
Staffin Island Skye
Deze vakantie hadden we een prachtige bed and breakfast in Staffin, een klein dorpje aan de Oostkust van Skye, het grootste en meest Noordelijk gelegen eiland van de Binnen-Hebriden in Schotland. Deze B&B wordt gerund door Angus MacDonald, ligt midden aan de Staffin baai en kijkt uit op Staffin eiland. De oude Noorse naam voor dit eiland, Fladdaidh, betekent plat eiland, terwijl de Gealic naam, Eilean Stafainn, letterlijk Staffin eiland betekent en is afgeleid van de vroegere nederzetting Staffin, waar nu het gelijknamige dorpje ligt.
In Schotland mag vrijwel iedereen kleinschalig en tegen een kleine vergoeding het land gebruiken voor verbouwing of begrazing, iets dat is overgeleverd uit de Clan-tijd. Deze crofters zijn typerend voor de Scotse Hooglanden en zijn ontstaan tijdens de Highland Clearances in de 18e en 19e eeuw. Staffin Island was het laatste eiland in Schotland waar men vee afwisselend van wal naar het eiland liet zwemmen om er te grazen. Ian MacDonald, de crofter die deze grond gebruikt, zwom vroeger nog met zijn vee mee naar dit eiland. Tot tenminste 2011 liet hij zijn vee daar tussen de vroege lente en oktober grazen, hoewel hij zijn vee toen wel met een kleine boot begeleidde.



Het kleine platte eiland lijkt met wat fantasie wel wat op een groot zeemonster dat met zijn bek open in het water rust. Omdat het weer op Skye erg wispelturig is en het licht elk uur kan veranderen, hebben we het eiland binnen de paar dagen dat we er waren in heel wat verschillende weersomstandigheden gezien.
Midges in de Schotse Hooglanden
Voor we op vakantie gingen, was ik gewaarschuwd voor de Schotse midges, kleine kriebelmugjes die je het leven zuur zouden kunnen maken. Nu hadden wij buitengewoon mooi weer en waaide het op de meeste dagen, waardoor we er gelukkig weinig last van hadden. Maar zelfs dan nog had niets mij kunnen voorbereiden op de ellende die deze kleine beestjes kunnen veroorzaken. Ik begrijp nu waarom zij in de zomermaanden verantwoordelijk zijn voor een 20% lagere productiviteit in buitenwerk, én waarom de Schotse Hooglanden zo ongerept zijn gebleven. Niemand anders dan een handjevol Schotten wil daar wonen.
Schotse midges (Culicoides impunctatus) zijn eigenlijk geen muggen, maar vliegen. Ze worden maar 1 tot 2 mm groot en alleen de vrouwtjes steken. Ze ontwikkelen zich op vochtige grond, en hebben geen natuurlijke vijanden. Men vermoedt dat men vroeger veel minder last van midges had. Toen de hooglanden nog bebost waren, was er minder geschikte bodem voor de midges om zich in te ontwikkelen. Sinds deze bossen echter grotendeels zijn vervangen door natte veengronden en gras, zijn de midges explosief in aantal toegenomen. Men schat dat één hectare grond zo’n 24 miljoen larven huisvest. Er zijn zelfs metingen bekend waarin men op slechts 4 vierkante meter 500.000 midges ving. Soms, als ze zwermen, lijkt het alsof het veen in de brand staat en zie je kolommen “rook” boven de grond wervelen.
Als een midge steekt, voel je slechts een kleine irritatie. Eén midge is dus hoogstens irritant. Maar als je door één midges wordt gestoken, verspreidt deze wel direct een feromoon waar alle andere hongerige vrouwtjes op af komen. De enorme aantallen waarin ze voorkomen zorgt er dan voor dat je beter niet uit je auto kunt stappen. Zodra je buiten komt, zwermen ze massaal om je heen en maken ze elke zinnige gedachte onmogelijk. Er zijn verhalen van mensen die door midges letterlijk tot waanzin zijn gedreven. Hoewel wij er relatief weinig last van hadden, zat ik toch nog regelmatig onder de jeukende bultjes.
Aan de ene kant zijn het natuurlijk verschrikkelijk irritante beestjes en als ik ooit weer terugga naar dit geweldig mooie land, zal ik zeker een muskietenhoedje meenemen. Aan de andere kant hebben we ook veel aan ze te danken. Als zij er niet waren, was dit gebied waarschijnlijk helemaal dichtbebouwd met vakantiehuisjes, familieparken en parkeerplaatsen. Als je de wilde schoonheid van de Schotse Hooglanden wilt ervaren, realiseer je dan dat deze grotendeels aan een minuscuul vliegje is te danken.
Verloren voorwerpen
Gedurende je leven gooi je heel wat spullen weg. Vaak te weinig, waardoor je meer rommel overhoudt dan je nodig hebt. Maar soms toch ook teveel. Sommige dingen ga je pas veel later missen. Zo zijn er een paar verloren voorwerpen waar ik soms toch nog aan moet denken en waar ik het nu jammer van vind dat ik ze niet meer heb:
Een ring met een doodshoofd. Die had ik als kind ooit eens op een kermis gewonnen. Een goedkope witgele plastic ring, die ik gek genoeg nu nog zo voor me kan zien.
Een witte Philips platenspeler. Zo’n klein kofferapparaat, in het deksel zat de speaker. Als je de plaat er op legde, stak deze aan de zijkanten buiten de koffer uit. Dat was mijn eerste platenspelertje, daar heb ik ooit Queen en Bowie grijs op gedraaid. Die grijze platen heb ik nog. En hoewel ik dat spelertje al meerdere malen voor een betere heb vervangen, zou ik willen dat ik het had bewaard.
Een houten schatkistje. Die had ik ooit eens van mijn vader gehad. Hij had de vorm van een echte piraten schatkist maar was net veel groter dan mijn twee handen samen. Aan de buitenkant zaten grove stalen knopspijkers en de binnenkant was met rood velours bekleed. Ik stopte er allerlei schatten in, zoals een mooie steen of een schelp. Terwijl ik er nu aan terugdenk kan ik me zelfs herinneren hoe dat kistje rook, als je het opendeed.
Een plakplaatje dat je bij de kauwgom kreeg. Zo’n namaaktatoeage moest je op je arm wrijven en daarna langzaam het papiertje er vanaf trekken. Als je voorzichtig deed, en je niet waste, bleef zo’n plakplaatje soms wel dagenlang zitten. Uiteindelijk kwamen er barstjes in en schilferde hij van je huid. Maar als je hem net had geplakt, waren de kleuren prachtig en glom hij zelfs een beetje. Ik herinner me vooral nog een plakplaatje van een doodshoofd met een rozentak. Die vond ik zo mooi, dat ik hem nooit heb durven plakken en nog heel lang heb bewaard.
Toch vreemd dat ik me deze voorwerpen zo goed voor de geest kan halen, maar dat ik me niet meer kan herinneren waarom, of wanneer ik ze heb weggegooid. Het lijkt wel alsof echte waarde iets is dat je alleen achteraf kunt bepalen.
Distelvlinder (Vanessa cardui)
Aan het einde van zonnige dagen zitten er vaak vlinders tegen onze stenen schutting. Als de zon daar heel de dag op heeft geschenen, geeft deze later op de avond nog steeds warmte af. Veel vlinders die op de bloemen en vlinderstruik in onze tuin afkomen, warmen zich daar aan het eind van de dag dan nog even op. Zoals deze prachtige distelvlinder, die zich, voor de zon ondergaat, nog heel even komt opladen.
Lees ook: Oranjetip (Anthocharis carddmines), Agaatvlinder (Phlogophora meticulosa) en Koninginnepage (Papilio machaon).
