Deze algemene zwam is een zogenaamde kernzwam, een klasse van schimmels waarbij veel aseksuele of anamorfe vormen voorkomen. Het gewone meniezwammetje maakt zich eerst anamorf kenbaar als kleine lichtroze bolletjes die door de bast van een dode of verzwakte loofboom heen breken. Deze vruchtlichamen vormen dan enorme aantallen ongeslachtelijke sporen, de conidia, die door regen en wind worden verspreid. Deze sporen kunnen nieuwe besmettingen veroorzaken op afstervend weefsel waarin nog veel suikers zitten, zoals op verzwakt of op dood hout. De bast op de plek van zo’n besmetting zal dan plaatselijk afsterven en veelal in ringen afvallen. Een besmette jonge boom kan op die manier zelfs worden geringd en daardoor volledig afsterven.
De zwam verkleurt langzaam van roze naar oranje tot dieprood en gaat dan zijn seksuele of teleomorfe stadium in. Deze roestkleurige bolletjes hebben bovenop een donker wratje waardoor de rijpe sporen worden weggeschoten. Vaak kom je op een besmette boom tegelijkertijd anamorfe en teleomorfe vormen naast elkaar tegen.
De naam meniezwam verwijst naar de oranjerode kleur van ouderwetse ijzermenie, een bekende roestwerende verf. De wetenschappelijke naam komt van het Grieks voor doder en van het helderrode pigment van cinnabar (kwiksulfide).
Lees ook: Een teleomorfe vorm van de Boompuist (Postia ptychogaster).
Klik hier voor meer berichten over zwammen en hier voor meer foto’s.
Geen reacties
Reageer: