De
Harlekijnkever
is
een
grote
tropische
boktor
die
van
Mexico
tot
Zuid-Amerika
voor
komt.
Hij
is
overdag
actief
en
voedt
zich
met
plantensap.
Zijn
Nederlandse
naam
dankt
hij
aan
zijn
zwart-rood
geblokte
tekening
en
zijn
Latijnse
naam
(Acrocinus
longimanus)
aan
zijn
lange
voorpoten.
De Harlekijnkever is een mooi voorbeeld van seksueel dimorfisme bij kevers. De voorpoten van de mannetjes zijn, in vergelijking met die van de vrouwtjes, enorm verlengt. Hij gebruikt deze niet alleen om wijfjes mee te imponeren maar ook in gevechten met rivalen om het wijfje en de broedplaats mee te beschermen. De vrouwtjes leggen hun eitjes bij voorkeur in dode of stervende bomen met veel korstmos. Hierop zijn ze ondanks hun felle kleuren uitstekend gecamoufleerd. Ze knaagt een smalle gleuf in de bast en legt daar gedurende twee tot drie dagen vijftien tot twintig eitjes. Zodra deze uitkomen, boren de larven zich in het hout tot ze zo’n dertien centimeter lang zijn en zich in een kamertje onder de bast verpoppen. De volwassen kever wurmt zich daarna door de bast naar buiten. De Harlekijnkever kan, ondanks zijn grootte, lange poten en voelsprieten, vliegen. De kever zelf kan zeven centimeter lang worden terwijl de voorpoten van de mannetjes ruim twee maal zo lang zijn als hijzelf.
Geen reacties
Reageer: