Er zijn twee soorten harde schijven. Schijven die kapot zijn en schijven die nog niet kapot zijn. Het is geen kwestie van óf ze kapot gaan maar van wanneer ze kapot gaan. Alsof het nog niet moeilijk genoeg is om al je data steeds op andere dragers te moeten overzetten, moet je er ook nog eens van uitgaan dat deze dragers het op willekeurig welk moment kunnen begeven. Met mijn platen had ik achteraf gezien weinig problemen, behalve dan dat ze na veel draaien wat grijzer werden en iets minder fris klonken. Mijn cassettebandjes gingen vrij lang mee maar werden er met de jaren ook niet beter op. Dat probleem had ik dan weer niet met CD’s maar om de een of andere onverklaarbare reden kun je die na een aantal jaren ineens niet meer afspelen. Dit blijkt met Blu-rays nu ook het geval te zijn en zelfs Usb-sticks of Hard-drives zijn dus niet veilig. Nu zou je in een cloud kunnen gaan werken maar ook die servers kunnen er uit klappen en dus wordt je aangeraden om steeds voldoende back-ups te maken. Het gekke is, dat na al die jaren mijn vinyl de tijd nog het beste heeft doorstaan. Wat zegt dat wel niet over cassettebandjes, Floppy’s, Mini-disc, Digital-8, Laser discs, Cd’s, Dvd’s, Blu-rays, hard-discs, Usb-sticks en Flasgeheugen?
Weblog
Dataopslag
The Grand Budapest Hotel (2014)
Lezen is leuk, maar soms is het nog leuker als iemand voorleest. De meeste regisseurs willen je laten vergeten dat je naar een film kijkt. Ze willen dat je hun film ervaart, zodat je vergeet dat je naar een vertelling kijkt. Andere regisseurs, zoals Wes Anderson, benadrukken juist het feit dat ze een verhaal vertellen, zij maken van de kijkers weer een publiek en verheffen vertellen tot een kunstvorm. Bij Wes Anderson zijn de films statisch, bijna toneelmatig. Je komt er geen wilde of onverwachte camerabeelden of standpunten tegen. De camera staat op een statief en maakt slechts zelden een korte draai om daarna direct het beeld weer symmetrisch te kaderen. Binnen dit symmetrische beeld bewegen de hoofdrolspelers zich als marionetten, ze zeggen hun tekst en maken hun bewegingen. Het is een tableau dat net zo minutieus is opgebouwd als een schilderij. Dat wil echter niet zeggen dat het verhaal niet boeit, integendeel, het wordt zo goed gebracht dat de kwaliteit van de vertelling minstens zo belangrijk is als het verhaal zelf.
De film wordt binnen drie verschillende kaders gebracht. Het letterbox- formaat wordt gebruikt voor de verteller zelf. Hij richt zich rechtstreeks tot de kijker en vertelt een verhaal dat hem ooit is verteld. Het 3:4 formaat wordt gebruikt om de herinneringen van de verteller in weer te geven en het 16:9 formaat om het verhaal van degene die hem dat verhaal vertelt in te kaderen.
De film volgt de piccolo Zero in zijn loopbaan. Het vertelt hoe zijn leven verstrengeld raakt met dat van Gustave H (een fantastische Ralph Fiennes), de legendarische conciërge van het Grand Budapest Hotel en hoe Zero uiteindelijk de eigenaar van dat beroemde hotel wordt. Als je er gevoelig voor bent word je door de verteller betoverd en leidt hij je door een fantastisch verhaal.
De aftiteling leest als een bezoekerslijst voor de Oscarnominaties. De film zit bordenvol met cameo’s. Hierdoor word je er aan herinnerd dat de personen in de film acteurs zijn en geen “echte” mensen. Het zijn secuur uitgeknipte schaduwpoppen die van The Grand Budapest Hotel een van de leukste poppenkasten van 2014 maakt.
Lees ook: Moonrise Kingdom.
Blik van steen
Beeldhouwers proberen om iets van de ziel en essentie van hun onderwerp te vangen. Bij portretten ligt veel daarvan in de blik. Omdat het nauwkeurig namaken van de fysieke karakteristieken van een oog zou resulteren in een gladde en doodse oogbol, passen veel beeldhouwers een simpele truc toe. Zij houden rekening met de manier waarop het licht op het beeld weerkaatst en beitelen een reliëf in de ogen. Door de iris als een verdieping in de oogbal te leggen zorgt de schaduw op het beeld ervoor dat het oog diepte krijgt. Vaak laten ze daarbij een klein stukje als een eilandje boven in de iris liggen. Dit resulteert in een lichtpuntje dat blik levendiger maakt. Daarnaast laten ze de geportretteerde vaak een klein beetje divergent scheel kijken. Hierdoor lijkt het alsof het beeld je vanuit meerdere gezichtspunten aankijkt en je met zijn blik volgt.
Druktoetsvolgorde
De volgorde van de druktoetsen op een telefoon staan in dezelfde volgorde als die op een pinautomaat, maar andersom dan van een rekenmachine. De druktoetsen op een telefoon lopen van linksboven naar rechtsonder maar die van een rekenmachine van linksonder naar rechtsboven. Dit is niet toevallig. In 1974 besloot men dat internationaal gezien de telefoonnummering omgekeerd van die van de rekenmachines moest lopen. In die tijd gebruikte al bijna iedereen een elektronische rekenmachine en kwamen net de telefoons met druktoetsen in zwang. Nu bleek uit proeven dat gebruikers van elektronische rekenmachines de telefoonnummers op een druktoetstelefoon zo snel konden kiezen dat de mechanische telefooncentrales dit niet aankonden. Het zorgde voor te veel vertragingen op de lijn. Men besloot dus om de nummervolgorde op de telefoons om te keren zodat men niet meer blind de toetsen kon indrukken en dus net wat meer tijd nodig had om een nummer te kiezen. Toen een aantal jaren later de telefooncentrales ook elektronisch werden, was deze omgekeerde volgorde van de druktoetsen al ingeburgerd.
Opstartproblemen
Galileo's middelvinger
Galileo (1564-1642) weigerde, zoals vrijwel iedereen weet, om tegenover de kerk terug te komen op zijn opvatting dat de aarde om de zon draait en niet andersom. Zelf wist hij het katholieke geloof goed te combineren met zijn heliocentrisch wereldbeeld. De kerk was echter niet zo flexibel en bestempelde hem als ketter. Hij werd tot twee maal toe door de inquisitie onderzocht en op hoge leeftijd alsnog met huisarrest bestraft. Na zijn overlijden werd hij in opdracht van de kerk in een bescheiden graf gelegd en het heeft tot 1737 geduurd voor men hem naar een passender mausoleum overbracht. Tijdens de exhumatie van Galileo’s lichaam wist Anton Francesco Gori een aantal vingers, waaronder de middelvinger van Galileo’s rechterhand, en een tand te ontvreemden. Deze relieken zijn nu te bewonderen in het Museo di Storia delle Scienza in Florence waar miljoenen mensen kunnen zien hoe Galileo zijn middelvinger naar de kerk uitsteekt. Het heeft de katholieke kerk drieënhalve eeuw gekost voor zij hun fout inzagen. Pas in 1992 sprak Paus Johannes Paulus II een officieel excuus naar deze grote wetenschapper uit en werd hij alsnog door de kerk als een gelovige erkend.
Lees ook: De genitaliën van Biagio da Cesena.
Kompaskwal (Chrysaora hysoscella)
 7-2014 3241_200.jpg)
Een kompaskwal kan behoorlijk pijnlijk steken. Ze zijn makkelijk te herkennen aan de windroosverdeling op hun hoed. Deze heeft meestal zestien roodbruine strepen die straalsgewijs naar buiten wijzen. Aan de rand van de hoed liggen tegenover de lijnen bruine lobben, de lijnen zijn niet altijd aanwezig, deze lobben wel. Ze leven van visjes en andere kleine zeedieren die ze met hun lange dunne tentakels vangen. Hierop zitten veel netelcellen die bij aanraking hun gif in een prooi injecteren. Deze netelarmen liggen in acht groepen van drie aan de rand van de hoed, ze kunnen twee meter lang worden. In het midden onder de hoed hangen de mondarmen die enigszins aan een bruidssluier doen denken en nog langer dan de tentakels kunnen worden. Voor een mens is een steek van een kompaskwal behoorlijk pijnlijk, ze laat striemen achter die voor veel jeuk zorgen. Als je bent gestoken kun je de wond het beste met zeewater of een zure vloeistof als azijn of ammonia afspoelen. Het verhaaltje dat urineren over de plek de pijn zou doen afnemen, klopt niet. Urine is overwegend water en er zit haast geen zout in. Dit zou de nog niet actieve netelcellen in de huid alleen maar kunnen activeren. Dat is de reden waarom spoelen met gewoon water ook niet helpt. Omdat deze kwallen zich meestal in de bovenste waterlaag ophouden, spelen ze bij een stevige oostenwind vaak op onze stranden aan. Daar liggen ze nog even als een hulpeloze hoop gelei tot ze langzaam als water terug het zand in vloeien en alleen een vage tekening achterlaten.
Volkswagenbusje
Vroeger wilde ik later een volkswagenbusje. Later, want ik had toen nog geen rijbewijs of geld genoeg om zoiets te kopen. Ik was een jaar of zestien toen ik tijdens een fietsvakantie op een camping in Zeeland naast zo’n oud busje mijn tentje opzette. Hij was meerdere keren overgeschilderd en omgebouwd tot woonbus. Er zat een klein keukentje in, een slaapbank met tafel en je kon er een luifel aan bevestigen, zodat je als het regende buiten toch droog zat. Hij rook naar vrijheid en geluk. Hij werd bewoond door twee jonge mensen en een baby. Ze waren zo mooi en zagen er zo gelukkig uit dat ze een diepe indruk op me maakten. Ik heb zo’n busje nooit gekocht, het is er gewoonweg niet van gekomen. Ik heb verder ook helemaal niets met auto’s en waarschijnlijk zou het alleen maar op een teleurstelling uitlopen. Maar toch, elke keer als ik zo’n busje zie wordt er even aan m’n hart getrokken.
Lees ook: Blikken tongetjes.
De genitaliën van Biagio da Cesena
Het is zelden verstandig iemand te tarten, al helemaal niet als hij wetenschapper of kunstenaar is. Ze zijn net zo wraakzuchtig als anderen, en hun invloed reikt vaak veel verder. In het geval van Michelangelo zelfs door de eeuwen heen. Toen Michelangelo, om en nabij 1541, zijn bijna voltooide fresco van het laatste oordeel aan de Paus presenteerde, was niet iedereen even gelukkig met zijn interpretatie van het verhaal. Traditioneel werden mensen gekleed afgebeeld, hun kleding was namelijk een belangrijke indicatie voor hun status. Michelangelo koos er echter voor iedereen van deze status te beroven en de mensen naakt af te beelden. Zijn keuze werd niet door iedereen toegejuicht. Biago da Cesena, de ceremoniemeester van de paus, vond het schilderij geschikter voor een kroeg dan voor op de muur achter het altaar van de Sixtijnse kapel. Hij beschuldigde Michelangelo van gebrek aan fatsoen en viel zwaar over de afgebeelde naaktheid. Naar aanleiding van die kritiek maakte Michelangelo een aanpassing aan zijn fresco. Toen het uiteindelijke werk werd gepresenteerd, viel Cesena van zijn stokje. Michelangelo had één figuur toegevoegd waar de genitaliën van waren bedekt, namelijk Cesena zelf. Michelangelo had hem als Minos aan de rechteronderkant tussen de tot de hel verdoemden ingeschilderd. Hij droeg ezelsoren en zijn geslacht werd door een slang verzwolgen. Toen een woedende Cesena zich hierover bij de Paus beklaagde zou deze hebben gezegd dat hij hem uit het vagevuur misschien nog wel had kunnen redden maar dat hij over de hel geen enkele zeggenschap had. Na Michelangelo’s dood in 1564 werden alle genitalia alsnog door Daniela da Voltera overgeschilderd. Het Concilium Tridentinum had alle naaktheid in religieuze kunst verboden. Voltera kreeg de dubieuze opdracht om doeken over Michelagelo’s zorgvuldig afgebeelde geslachtsdelen te schilderen. Toen tussen 1980 en 1994 het fresco werd gerestaureerd kwam uiteindelijk ook Cesena’s door een slang verzwolgen geslacht weer aan het licht.
Lees ook: Johann Siegesbeck en Vernoemen.
 8-2014 0162_200.jpg)



