Weblog

Reuzen Vleugelhoorn (Strombus gigas – Lobatus gigas)

Wednesday, 5 August 2015

Reuzen Vleugelhoorn (Strombus gigas, Lobatus gigas) 7-2015 3054Reuzen Vleugelhoorn (Strombus gigas, Lobatus gigas) 7-2015 3049Deze beroemde schelp is onder veel namen bekend, zoals Koninginnehoren, Koninginneschelp, Kroonslak, Reuzen Vleugelhoorn of Roze Vleugelhoorn. Hij behoort tot de Strombidae (vleugelhoorns) en leeft in ondiep water op zeegrasvelden aan de Zuidkust van de Verenigde Staten tot aan de Noordkust van Zuid-Amerika en de Caraïben. Lobatus gigas wordt tussen de 15 en 31 cm lang, heeft dikke uitsteeksels op zijn windingen en is het snelst herkenbaar aan zijn grote roze ‘oor’. Deze slakken worden op veel plaatsen, zoals de Nederlandse Antillen, gegeten. Ze werden veelvuldig geoogst en in 2003 bedroeg de omzetwaarde van het vlees van deze schelp, alleen in de Caraïben al ruim 50 miljoen Euro. Omdat bijna volwassen dieren vrijwel evenveel vlees bevatten als geslachtsrijpe dieren, maakten deze vaak het grootste deel van de vangst uit. Deze dieren hadden zich echter nog niet voortgeplant en dit zette de populaties sterk onder druk. Daarom wordt de handel in deze schelpen tegenwoordig streng gereguleerd. Onder CITES is hij opgenomen als Strombus gigas, zijn meest gebruikte naam, hoewel zijn huidige wetenschappelijke naam eigenlijk Lobatus gigas is.

 

De schelpen werden door lokale bevolking veel gebruikt om juwelen en gereedschappen van te maken en in de zeventiende en achttiende eeuw haalde men ze in Europa ter decoratie in huis of verwerkte men ze tot cameo’s of armbanden. Momenteel kan men ze echter nog alleen met een CITES-registratie kopen. Heel zelden vindt men in deze schelpen een parel, deze hebben dan dezelfde kleur als de binnenkant van de schelp. De roze parels zijn het gewildst, maar nog steeds minder waardevol dan de bekende sierparels van oesters.

 

Alleen volwassen schelpen hebben de karakteristiek roze vleugel. Jonge schelpen hebben een eenvoudige scherpe lip die nog niet uitwaaiert. Hierdoor zijn ze conischer van vorm en worden ze in Florida rollers genoemd. Hun vorm zorgt ervoor dat ze in de branding makkelijk gaan rollen. Iets dat volwassen schelpen vanwege hun asymmetrische profiel niet kunnen. Deze schelpen worden vaak verhandeld en dan meestal aan de randen bijgeslepen. De grote lip is ondanks zijn dikte vrij kwetsbaar en veel schelpen zijn daar dan ook beschadigd.

 

De slak heeft een scherp sikkelvormig operculum, een lange snuit en een grote voet. Het operculum wordt gebruikt bij de voortbeweging. De slak steekt zijn voet met operculum vooruit, duwt het operculum in de bodem en trekt zich daaraan met een sprongetje naar voren. Ze onderbreken hierdoor hun chemische spoor wat het voor roofdieren lastiger maakt hen te volgen. Dankzij deze techniek zijn ze ook goed in staat om vrijwel verticale wanden te beklimmen.

 

De eieren worden in dunne gelatineuze strengen gelegd die tot 23 meter lang kunnen worden. Deze lussen zich samen met zand en substraat tot compacte ei capsules. Een vrouwtje kan in een seizoen meer dan zes miljard eieren leggen.

 

Dankzij een foutieve beschrijving door Lamarck (1744-1829), die veel latere wetenschappers klakkeloos overnamen,  dacht men tot aan het begin van de twintigste eeuw, dat deze dieren carnivoren waren. Lobatus gigas is echter onmiskenbaar een herbivoor en leeft uitsluitend van algen en plantaardig detritus.

 

Andere strombus-schelpen zijn: Lambis chiragra chiragra, Tibia fusus en Mirabilistrombus listeri.

Tonna galea

Sunday, 2 August 2015

tonna galea 7-2015 3040tonna galea 7-2015 3034Schelpen uit het geslacht Tonnidae (tonschelpen) hebben allemaal een lage top met een grote laatste winding. Ze zijn dunschalig en hebben een nagenoeg niet verdikte buitenlip. Tonna galea is niet alleen erg licht maar ook buitenproportioneel stevig. De schelp oogt opgeblazen en heeft een duidelijke spiraalstructuur. De slak heeft een grote voet, die zich tot  ver buiten de schelp kan uitstrekken en die instaat is om een bleek groen-wit licht af te geven. Dit is voor dergelijke slakken vrij uitzonderlijk. Ze leven bij voorkeur op modderige zandbodems met zeegras en komen voor van slechts enkele meters tot op 120 meter diepte. Het zijn carnivoren met haakvormige kaken en grove radula waarmee ze grote stukken van hun prooi scheuren die ze in hun geheel verslinden. Hun speeksel bevat 2 tot 5% zwavelzuur en wordt gebruikt om hun prooi mee te doden, om door de bepantsering van prooien heen te bijten en ter verdediging. Ze kunnen dit met kracht uitspuwen om een aanvaller mee af te schrikken. Deze slakken eten voornamelijk zeekomkommers, zee-egels, zeesterren, tweekleppige en schaaldieren. Tonna galea komt voor in de Noordelijke Atlantische Oceaan, de Middellandse Zee en voor de Westkust van Afrika. Ze leggen hun eieren in een lange platte bleekroze sliert van capsules die tot 40 cm lang kan worden en wel wat weg heeft van een gebreide shawl. Soms spoelen ze dood aan op een strand en verspreiden ze vanwege hun zure speeksel een scherpe penetrante geur. Ondanks dat deze schelp beschermd is wordt hij commercieel nog steeds veel geëxploiteerd. De afgebeelde schelp is 23 cm groot en weegt toch slechts 285 gram.

Prachtkogelspin (Parasteatoda lunata)

Sunday, 2 August 2015

Prachtkogelspin (Parasteatoda lunata) 6-2015 2712Prachtkogelspin (Parasteatoda lunata) 6-2015 2742Deze spin stond eerst bekend als Aranea lunata, daarna als Achaearanea lunata en sinds 2008 als Parasteatoda lunata. Een bewijs dat de nomenclatuur en indeling binnen de biologie constant aan herwaardering en verandering onderhevig is. De prachtkogelspin heeft een herkenbaar achterlijf dat beduidend hoger dan lang is, hierdoor lijken de spintepels bijna aan de buikzijde in plaats van aan de achterzijde te zitten. Het zijn kleine spinnen die slechts tussen de 2 mm en 3,5 mm groot worden. Ze zijn variabel qua kleur, maar twee kleurvarianten komen het meest voor. Een donkere variant, waarbij het achterlijf vooraan vrijwel zwart is en de achterzijde lichtbruin met twee witte stippen en gebogen witte lijnen en een lichte variant, waarbij het achterlijf vooraan helderrood is en de achterzijde een zwart en witte tekening heeft.

 

Prachtkogelspin (Parasteatoda lunata) 6-2015 2740De volwassen dieren vind je tussen mei en juli meestal op ooghoogte in hun rommelige web. Zoals de meeste kogelspinnen (Theridiidae) spinnen ze een slordig web uit een wirwar van draden. In dit web blijft allerlei plantaardig materiaal dat er invalt of inwaait, hangen en de spin gebruikt vaak een verdord blad bovenin haar web als retraite. De draden van haar web hebben bij de aanhechting een klein kleefdruppeltje dat makkelijk afbreekt als er een insect tegenaan komt. Deze prooi hangt dan hulpeloos in de lucht en wordt als hij tegenstribbelt snel door de spin het web ingetrokken. Prachtkogelspinnen hebben een voorkeur voor donkere beschaduwde plekken en ze plaatsen hun web graag tussen de vork van een tak. Je vind ze in sparrenbossen maar ook bij houtopslag en boshutten. Deze spin zat in mijn tuin in de hoek van mijn schutting. Na de paring maakt de spin een aan de bovenkant puntige cocon die geel of roodbruin van kleur is en er uitziet alsof hij van perkament is gemaakt. De jongen eten met de moeder mee van haar prooien maar worden niet gevoerd. De Prachtkogelspin is meestal niet algemeen en komt in de gehele Benelux voor, haar naam is volkomen terecht, want ondanks haar kleine formaat is het een van de mooist getekende spinnen in Nederland.

 

Lees ook: Broeikasspin (Achaearanea tepidariorum) en de eveneens prachtige Kleine wigwamspin (Theridion sisyphium).

Vliegende mier

Sunday, 2 August 2015

maagdelijke koninginnemier 7-2015 3024Momenteel houden veel mieren in mijn tuin hun bruidsvlucht. Deze maagdelijke koninginnen en mannetjes zwermen massaal uit. Ze kruipen van tussen de kieren van mijn tuinpad, achter de stijlen van de schutting en onder de tuinpotten vandaan. Vele malen groter dan de zusters van hun soort lijken het wel kleine worstjes met vleugels. En dat zijn het voor de vele spinnen in mijn tuin ook. De een na de andere vliegende mier  verdwijnt in een web of wordt besprongen, zelfs de merels profiteren er van mee. Het lijkt nog het meest op een eenmalig buffet, onbeperkt aanschuiven. Toch blijven er elk jaar weer genoeg leven om nog meer plekken in mijn tuin te koloniseren, aan mieren geen gebrek. Wetenschappers hebben berekend dat de totale biomassa van alle mieren op aarde ongeveer gelijk is aan die van alle mensen. Omgerekend naar mijn gezin zou dat betekenen dat er in onze tuin dus al snel zo’n 200 kg aan mieren rondlopen.

Papiernautilus (Argonauta argo)

Sunday, 26 July 2015

papiernautilus (argonauta argo) 7-2015Deze grote Papiernautilus komt van de Italiaanse kust, waar hij door vissers uit het water is gehaald. Aangezien deze schelpen schaarser worden vragen de vissers er steeds meer geld voor. Waar vissers ze vroeger zouden negeren houden ze er nu speciaal een oogje voor in het zeil. De leefwijze van deze Argonauta argo is vergelijkbaar met die van Argonauta hians. Deze specifieke schelp is 15 cm groot, maar er bestaan papiernautilussen tot 20 cm groot.

 

Lees voor een beschrijving van zijn levenswijze ook: Papiernautilus (Argonauta hians).

Bloemen bij de supermarkt

Thursday, 23 July 2015

Tegenwoordig staat bij de ingang van vrijwel elke supermarkt een display met verse bloemen. Niemand gaat daarvoor naar een supermarkt en ze worden zelden verkocht. Toch zijn ze blijkbaar zo belangrijk voor een voedselwarenwinkel dat elke keten ze plaatst. Ze zetten niet voor niets iets neer dat niet verkoopt, ze spelen met de onbewuste associaties van hun klanten. Door ze bij de ingang met verse bloemen te confronteren zorgen ze ervoor dat hun klanten onbewuste een beeld van versheid met zich mee de winkel innemen. Zelfs als ze daarna over de diepvriesafdeling met jarenlang dood vlees lopen, blijft deze indruk van versheid bij hun klanten hangen. Daarom staan ook altijd de groentes en het fruit voorin een winkel, samen met die zogenaamd nutteloze bloemen zorgen ze ervoor dat al die rijen met stoffige kartonnen dozen, glazen potten en blikken er ineens heel wat aantrekkelijker uitzien.

Cryptospira elegans

Thursday, 23 July 2015

cryptospira elegans 7-2015Deze schelp doet mij sterk denken aan een bijzettafeltje uit de jaren zeventig. Zo’n roodbruin teakhouten tafeltje met een grijsblauw formica blad, dat vrijwel elk huishouden naast de bank had staan. Deze kleurencombinatie kom je nu niet vaak meer tegen, maar geeft aan deze schelp voor mij iets heel bekends.

 

Cryptospira elegans is een 3 cm lange schelp die tot de Marginellidae behoort, een grote gevarieerde familie (EN margin-snails) met veelal kleine glanzende schelpen die herkenbaar zijn aan de verdikte rand van de buitenlip en de grote columellaire plooien. De schelpen in deze familie varieren tussen de 1 mm en 100 mm, maar het merendeel is kleiner dan 25 mm. De subfamilie Cryptospira (‘verborgen top’) onderscheidt zich van andere Margenellidae  door zijn vrijwel platte top en een mondopening die even hoog is als het huisje. Cryptospira elegans heeft 6 lichtgekleurde columellaire plooien en een glanzend bleekblauw tot licht geelgroen huisje met donkergrijze tekening. De verdikte rand van de buitenlip en het onderste deel van de columella zijn glanzend roodbruin. Ze hebben geen operculum. Er komen sporadisch ook linksdraaiende exemplaren voor.

Een droge plek op een natte bank

Monday, 20 July 2015

Ondanks dat het regende was er toch nog een droog plekje op het bankje. Er hing niets boven dat hiervoor kon zorgen, geen beschutting die het droog kon houden. Iemand heeft hier blijkbaar langere tijd in de regen gezeten. Nu was het uitzicht vanaf het bankje niet echt boeiend, de stad was nat, de straat verlaten. Dus waarschijnlijk was diegene die hier zat zo in gedachten verzonken dat hij niet eens doorhad dat het regende, of interesseerde het hem niet. De regen, die voor alle anderen reden was om binnen te blijven of beschutting te zoeken, was voor hem geen reden om op te staan. Althans, tot op een bepaald moment. Ik ben wel benieuwd wat hem uiteindelijk deed besluiten om toch op te staan, viel hij uit zijn gedachten? Werd hij toch te nat?

Janet Rae, the girl next door

Monday, 20 July 2015

janet rae gil elvgren 2janet rae gil elvgren 1Gil Elvgren was wellicht de meest gewaardeerde en succesvolste pin up schilder van Amerika. Hij staat bekend om zijn bijna cartooneske idealisatie van de All-American girl. Zijn schilderijen tonen “gewone” vrouwen die tijdens een ongemakkelijk moment betrapt worden. Ze kijken hierbij verrast maar koket  naar de kijker. In dat korte moment toont Elvgren de verborgen schoonheid en sensualiteit van de ‘normale’ Amerikaanse vrouw. Hij maakt zo van een gênante situatie een flirtmoment. Tegelijkertijd schiep hij hiermee een nieuw schoonheidsmythe, namelijk die van het aantrekkelijke buurmeisje. Hij was hier zo goed in dat hij momenteel tot een van de invloedrijkste kunstenaars van de twintigste eeuw wordt gerekend.

 

Gil Elvgren maakte nauwkeurig uitgelichte en geposeerde foto’s van zijn modellen die hij daarna in zijn schilderijen uitwerkte. Hij werkte met verschillende modellen en veel beroemde vrouwen en filmsterren hebben voor hem geposeerd Toch werkte hij het meest met Janet Rae, de dochter van zijn buren. Zij was zijn knappe buurmeisje dat letterlijk model stond voor ‘the girl next door’.

 

Waar is iets vies

Sunday, 19 July 2015

We stellen ons soms de vraag wanneer we iets vies vinden, maar of iets vies is, wordt niet bepaald door wat het is maar door waar het is. Veel zaken bevinden zich zonder dat iemand er zich aan stoort op hun normale plek, maar op het moment dat ze zich verplaatsen, dat ze zich buiten hun aangegeven grenzen bevinden, namen we er aanstoot aan. De belangrijkste grens tussen welvoeglijkheid en onbetamelijkheid is uiteindelijk ons eigen fysieke omhulsel. Het enige dat wij viezer vinden dan onze eigen lichamelijke processen en stoffen zijn die van een ander. Bloed hoort in de aderen en niet op een mouw, stront in de darmen en niet op een wc-bril, haren op een hoofd en niet in de soep, speeksel in een mond en niet op een kin. De liters snot in je neus storen niemand, dag na dag slik je het door en stroomt het in je maag. Maar als je het eerst op een schoteltje snuit en daarna op zou likken, gaan mensen over hun nek.