Er zijn dingen in mijn leven waar ik vurig op hoopte dat ze mij wel (of juist niet) zouden overkomen. Sommige wensen zijn uitgekomen, andere niet. Als je iets wenst stel je jezelf onvermijdelijk de genoegens van het vervullen van die wens voor. Maar natuurlijk lijkt de uiteindelijke vervulling in niets op de voorstelling die je ervan had gemaakt. Een wens leidt tenslotte al snel zijn eigen leven, hoe vuriger hij wordt hoe moeilijker hij is te blussen. Als hoop wordt vervuld neemt deze vervulling weliswaar de wens weg maar kan hij hem nooit helemaal vervangen. Het is niet zo dat de vervulling beter of slechter is dan de wens, het is gewoonweg iets volstrekt anders. Je dempt een put met iets dat er eigenlijk niet in past. Wens en vervulling zijn twee uiteindelijk niet verenigbare grootheden die elkaar toch complementeren. Hierdoor is vervulling tegelijkertijd meer en minder dan de wens.