pseudoschorpioen (Chtonius tetrachelatus) 78-2012 9692Pseudoschorpioenen, ook vaak bastaard- of boekschorpioenen genoemd, zijn kleine rovende arachniden die meestal niet veel groter worden dan 2mm. Er bestaan zo'n 3100 verschillende soorten verdeeld over 21 families en hun naaste verwanten zijn niet, zoals hun naam suggereert, de schorpioenen maar de Solifugae, de Rolspinnen.

 

Het zijn nuttige rovers die van allerlei kleine arthropoden leven. Je vindt ze soms tussen oude boeken waar ze met hun verlengde pedipalpen op stofluizen jagen. Deze pedipalpen hebben elk een beweeglijke vinger waar ze, net als schorpioenen, hun prooi mee vast kunnen grijpen. Hun cheliceren (kaken) hebben ook zo’n beweeglijke schaar en bevatten tevens spinselklieren. De pseudoschorpioenen maken een web om hun eieren in te beschermen en om zelf in te overwinteren. Hun uitgekomen embryo’s worden nog geruime tijd in een speciale spinselbuidel aan hun geslachtsorganen meegedragen en doorlopen meerdere nymf-stadia voor ze volwassen zijn.

 

De afgebeelde pseudoschorpioen Chtonius tetrachelatus (ook wel Ephippiochtonius tetrachelatus genoemd) wordt niet veel groter dan 1,3–1,9 mm en leeft bij voorkeur op plaatsen met een constant hoge luchtvochtigheid. Je komt ze tegen onder stenen of in vochtige badkamers. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes zijn roodbruin gekleurd.