carabus violaceus 3-2012 5403De paarse loopkever is een grote zwarte loopkever met een paars-violette glans op het borstschild en op de randen langs zijn dekschilden. Hij heeft weliswaar vleugels onder deze dekschilden, maar kan daar niet mee vliegen. Het is een snellopend roofdier dat 3,5 cm groot kan worden en ’s nachts op slakken, wormen en larven jaagt. Overdag schuilt hij onder stenen en houtstronken. Ze hebben grote kaken waarmee ze zelfs ons pijnlijke kunnen bijten en hun prooien in stukjes knippen. Ze behoren tot het kevergeslacht Carabus of zoals we ze in het Nederlands noemen, de schallenbijters, een verzamelnaam voor kevers die men ook wel “echte” loopkevers noemt. Ze danken deze naam aan escarbot, het Franse woord voor mestkever. Dit woord verbasterde tot scalbote en werd later als schalebijter gebruikt voor loopkevers. De Latijnse geslachtsnaam Carabus is ook van mestkever afgeleid en komt van het Griekse karabos, dat gehoornde kever betekent.  

 

carabus violaceus 8-2014 29-12carabus violaceus 8-2014 29-8Schallebijters zoeken elkaar in de lente op en de vrouwtjes zetten na de paring de witte eitjes één voor één af in de bodem of in dood hout. De forse zwarte larven zijn net zo snel en vraatzuchtig als de kevers en kunnen ook net zo vervaarlijk bijten. Ze hebben nog geen samengestelde ogen en vervellen twee keer voor ze zich na tien maanden in een cocon verpoppen. De volwassen kever kruipt aan het begin van de herfst uit zijn pop maar overwintert eerst om daarna pas in de lente van het volgende jaar tevoorschijn te komen. Omdat ze veel op wortel knagende larven jagen, zijn ze heel gewild in tuinderijen. Ze komen redelijk algemeen voor in parken, bossen, heidegebieden en tuinen in heel Europa tot in Scandinavië en Groot Brittannië.

 

carabus problematicus 10-2016 2964Paarse loopkevers (Carabus violaceus, 1758) hebben nagenoeg gladde elytra (dekschilden) met slechts een lichte structuur, maar er bestaat ook een ondersoort met richels en putjes op de elytra, deze noemt men vaak Violette schallebijter (Carabus violaceus purpurascens, 1787). Om het moeilijker te maken is er nog een andere schallebijter, de Korrelschallebijter (Carabus problematicus, 1786) die uiterlijk sterk op de Violette schallebijter lijkt. Deze is net iets minder langwerpig en heeft meer een voorkeur voor duinen en zanderige streken. Hij onderscheidt zich van beide andere kevers doordat de achterpunten van zijn borststuk (protonum) boven het vlak van het protonum uitsteken. Bij de paarse loopkever en de violette schallebijter liggen deze punten beide onder het vlak van het protonum. Daarnaast heeft Carabus problematicus nog iets prominentere richels en korrels op zijn elytra dan de violette schallebijter. Alle drie de soorten lijken echter zoveel op elkaar dat niemand het je kwalijk zal nemen als je ze in het veld gewoon paarse loopkevers noemt.