Nassarius conoidalis 11-2012De schoonheid van schelpen werd al vroeg door mensen gewaardeerd, schelpen behoorden dan ook tot de allereerste voorwerpen waarmee mensen zich versierden. Ze boorden er gaatjes door en maakten er kettingen van. De eerste schelpkralen die men heeft gevonden waren van de Nassarius-schelpen, deze werden 100.000 jaar geleden al als juwelen gedragen.

 

Nassarius-schelpen zijn kleine schelpen (16mm-32mm) met regelmatig gerangschikte knobbeltjes op de lichaamswindingen en een aan de binnenkant geribbelde mondopening. Hun familienaam is afgeleid van ‘nassa’, het Latijnse woord voor een tenen mandje met een smalle hals waarmee men vissen ving. Je komt deze slakken over de hele wereld tegen en ze leven meestal in grote groepen op zand of modderbodems binnen het getijdengebied. Het zijn actieve aas- en detritus-eters die leven van krabben, dode vissen en algen. Ze graven zich vaak zo in dat alleen hun sifon nog boven de bodem uitsteekt. Daar wachten ze dan tot ze voedsel ruiken.