harpa major 1-2012De meeste schelpen van dit geslacht hebben een dunne maar stevige wand met een grote mondopening. Tussen een twaalftal verticale ribbels die over de lichaamswindingen lopen, liggen gemarmerde zigzagbanden. De ribbels eindigen elk in een punt op de schouder en de tekening schemert door de binnenkant van de mondopening heen. Het zijn carnivoren die actief op kleine kreeftachtigen jagen die ze met kleverig speeksel en zand omgeven. Hierdoor wordt hun prooi onbewegelijk en verdoofd. Harpslakken scheiden ook bij opwinding veel speeksel uit en er is een mogelijkheid dat hierin, net als bij sommige andere geslachten, een neurotoxine met verlammende eigenschappen zit. De Grote Harpslak (Harpa major) heeft geen opperculum (verhoornd afsluitdekseltje) en leeft in ondiep water op zandbodems van de tropische gedeelten van het Indo-Pacifisch gebied. Ze worden meestal tussen de 5 en 9 cm groot, behalve bij Hawaï waar exemplaren tot 10 cm voor komen. De slakken graven zich in de zandbodems in en kunnen indien nodig zelf het achterste gedeelte van hun voet afstoten om aan een vijand te ontkomen. Het is een algemene schelp die ook vaak in de toeristenhandel wordt gebruikt.