haeckels biogenetische grondwet 1877Eén van de allereerste “wetten” die ik me van biologie kan herinneren is die van Ernst Haeckel uit 1877: de ontogenese recapituleert de fylogenese. Een wet die steevast met een prachtige illustratie gepaard ging. Daarin lag ook de schoonheid en kracht van deze grondwet. De ontwikkeling van een individu herhaalt de ontwikkeling van de soort. Als beginnend embryo lijken alle dieren op elkaar en pas in een later ontwikkelingsstadium evolueerden ze door tot eigen soorten. Zo zag je op de illustratie dat wij als mens in ons prille embryonale stadium nog sterk op een vis of een kip leken.

 

Deze grondwet heeft zich stevig in onze volkswijsheid vast genesteld, al was het alleen maar omdat de mens zichzelf hiermee nogmaals bevestigt als het meest door- of uitontwikkelde dier. Het mag dan zijn dat wij als embryo op een kip lijken, maar waar hij stopt gaan wij verder.

 

Je kunt het Haeckel niet kwalijk nemen. Zijn biogenetische grondwet is niet alleen elegant in zijn eenvoud, hij is ook buitengewoon moeilijk te negeren, de illustratie van de wet is eenvoudigweg te krachtig. Tegen zo’n afbeelding is nu eenmaal geen kruid gewassen. Toch klopt deze wet niet. Je kunt weliswaar zeggen dat de embryonale ontwikkelingen van verschillende soorten enigszins op elkaar lijken en in sommige gevallen kun je daar zelfs iets van de soortenontwikkeling in terug zien. Toch is het niet zo dat elk individu deze soortenontwikkeling nogmaals doorloopt. Als mens gaan we in de baarmoeder niet van vis tot kip tot mens. We gaan van embryonaal mensje tot baby. Tijdens de evolutie wordt er niet steeds iets aan een soort bijgebouwd, je kunt een visje niet tot kip opbouwen. Je kunt geen bouwblokken blijven toevoegen tot je een mensje krijgt. Een mens is, net zoals een vis, vanaf het embryo uitgerust om precies dat te worden wat hij moet, een mens en niet een door geëvolueerde vis.