Crysomallon squamiferumIn april 2001 vonden wetenschappers op 2400 meter diepte op de bodem van de Indische Oceaan een nieuw soort zeeslak. Men vond er zo’n twintig exemplaren aan de voet van een heetwaterbron. Uit deze zogenaamde heetwaterschoorstenen stroomt super heet water waarin veel zware mineralen en giftige stoffen zoals waterstofsulfide zijn opgelost. De IJzeren Slak (EN: Scaly Foot Gastropod) benut de zware metalen uit het water om zijn pantser te maken en is daarmee het enige dier dat wij kennen dat op deze manier gebruik maakt van ijzer. Sindsdien is ze het onderwerp van een uitgebreid wetenschappelijk onderzoek.

 

Deze 4cm grote nieuwe slakkensoort heeft een buitengewone bouw. Zijn voet is bedekt met harde ijzeren schubben en zijn huisje is zo ontzettend sterk dat het leger onderzoekt in hoeverre ze dit als uitgangspunt voor nieuwe bepantsering kunnen gebruiken.  De ijzeren schubben op zijn voet lijken nog het meeste op pyriet, zij beschermen de slak tegen roofdieren. Sommige andere slakken die bij deze schoorstenen jagen, gebruiken giftige pijlen om hun prooi te doden, deze korte pijlen kunnen echter niet door het sterke pantser van de IJzeren Slak heen. Het slakkenhuis zelf is uit drie lagen opgebouwd. De buitenste laag bestaat uit waterstofsulfide met greigiet en pyriet, de middelste laag werkt als schokbreker en lijkt nog het meeste op het periostracum dat vaak de buitenste laag van andere slakkenhuizen vormt, terwijl de binnenste laag van aragoniet is, een calciumcarbonaat dat je onder andere ook veel bij koralen vindt. Door deze constructie is dit slakkenhuis niet alleen enorm druk- maar ook hittebestendig. Hoewel deze slakken lijken op sommige gefossiliseerde exemplaren die honderden miljoenen jaren geleden leefden, blijkt uit DNA-onderzoek dat deze soort toch redelijk recent is ontstaan.