Weblog

Buxusmot (Cydalima perspectalis)

zondag, 20 augustus 2017

Buxusmot (Cydalima perspectalis) 6-2017 0984In de meeste vlindergidsen zal je deze mot niet vinden, hij is pas sinds 2007 in Nederland bekend, toch zal menige tuinder hem herkennen. Deze buxusmot stamt oorspronkelijk uit het Verre Oosten, waar hij normaal gesproken voldoende natuurlijke vijanden heeft. Sinds hij met geïmporteerde buxusplanten zoals de buxus sempervirens vanuit China naar Europa is meegelift, wist hij zich in korte tijd te verspreiden en groeide hij al snel uit tot een echte plaag. Europa heeft weinig natuurlijke vijanden die deze onsmakelijke rupsen, die zich met het giftige buxusblad voeden, in toom kunnen houden.

 

De jonge rups is geelgroen met een zwarte kop en groeit uit tot een 4 cm lange groene rups met brede zwarte en smalle witte lengte banden en grote stippen op zijn rug. Deze rupsen zijn in staat om binnen korte tijd een buxusstruik kaal te vreten, vandaar dat veel tuinders hem met afschuw zullen bezien. In warme leefomgevingen kunnen ze vier of vijf generaties per seizoen voortbrengen.

 

De volwassen vlinder is 4 a 4,5 cm breed, heeft witte iriserende vleugels en bruine vlekken langs de vleugelranden. Het lijf is net als de vleugels wit en heeft een bruine- kop en achterlijfspunt. Er bestaan twee verschillende vormen, de witte en een geheel lichtbruine. De vlinders hebben een stevige stabiele vlucht en je kunt ze tussen mei en september ook overdag zien vliegen.

 

Lees ook: Koolmot (Plutella xylostella) en Middellandse Zeevlieg (Ceratitis capitata).

lees verder...

The Druids Writingdesk

zondag, 23 juli 2017

druids writingdesk 8-2016 3090Tijdens het Victoriaanse tijdperk was men er heilig van overtuigd dat de wilde rotsformaties bij Brimham door een oude cultuur waren gemaakt. Men kon zich niet voorstellen dat dergelijke fantastische en geometrische vormen slechts door toeval en erosie konden ontstaan. In 1786 concludeerde Major Hayman Rooke, een toenmalig eminent archeoloog, dat ze het werk waren van “kunstenaars met grote mathematische kennis”. Dat moesten, dacht men, dus wel de druïden zijn geweest. In de 18e en 19e eeuw achtte men deze mythische groep verantwoordelijk voor elk onverklaarbaar natuurlijk fenomeen of oud monument. Vandaar ook dat veel van de rotsformaties bij Brimham naar hen zijn vernoemd. Zo kent men daar niet alleen the Druids-Coffin, - Idol, -Pulpit en -Cave maar ook nog the Druids Writingdesk. Deze platte tafelvormige rots staat op een kleine verhoging tussen berkenbomen en heide en kijkt tot aan de verre hoogten van Great Whernside uit over het landschap van Nidderdale. Hij staat daar zo statig, verwarmt door het licht van zowel de opgaande als de ondergaande zon, dat je inderdaad bijna zou denken dat iemand hem daar heeft neergezet.

 

Lees ook: Idol Rock.

lees verder...

Thomas Gooding en Doubting Tom

zondag, 23 juli 2017

thomas gooding 8-2016 0644In Norwich Cathedral, verticaal in de kerkmuur ingemetseld, bevindt zich een graf dat bekend staat als The Skeleton. Deze is van Thomas Gooding. Het verhaal gaat dat hij zich verticaal liet begraven zodat hij bij de wederopstanding als eerste naar de hemel zou kunnen. Ik acht het echter geloofwaardiger dat zijn steen tijdens een verbouwing een keer uit de vloer is gehaald en verplaatst. Zijn grafsteen heeft een poëtisch epitaaf, waardoor Thomas beroemd is geworden. Het grafschrift luidt als volgt:

 

 

All you that do this place pass bye

Remember death for you will dye.

As you are now even so was I

And as I am so shall you be.

Thomas Gooding here do staye

Wayting for God's judgement day.

 

Dit gedicht deed mij denken aan een gedicht uit Clive Barker’s Everville. Daar op pagina 468, leest de hoofdpersoon het volgende grafschrift:

 

What Thomas doubted, I believe:

That from Death's hand there is reprieve;

That I, laid here, will one day rise,

And smell the wind and meet the skies.

My hope is tender, though, and must

Be kept from harm by those that dust

Has blinded. So I pray: deliver me from

The faithless kin of Doubting Tom.

 

Lees ook: Vanitas.

lees verder...

Gierzwaluw (Apus apus)

vrijdag, 21 juli 2017

Gierzwaluw (Apus apus) 6-2017 1292Een gierzwaluw is net zo min een zwaluw als een nijlpaard een paard. Hij lijkt dan wel op een zwaluw met zijn lange slanke vleugels, maar behoort tot een geheel andere orde en is verwanter aan kolibries dan aan zwaluwen. Zwaluwen (Hirundinidae) hebben poten waarmee ze redelijk kunnen wandelen, de poten van de gierzwaluw (Apodidae: poten-ontberend) zijn kort en bevederd. Met zijn lange nagels kan hij zich nog net aan een muur vasthouden, wandelen zit er echter niet in. Maar dat hoeft hij ook niet, want gierzwaluwen zijn de vissen van de lucht, ze komen zelden aan de grond. Vaak raken ze pas voor het eerst, sinds ze uitvlogen, vaste grond als ze een nestje bouwen. Broeden is namelijk het enige dat ze niet in de lucht kunnen.

 

Deze razendsnelle vliegers zie je maar een paar maanden per jaar boven onze steden, maar dan domineren ze ook het luchtruim. Luid krijsend halen ze acrobatische toeren uit en eten ze ongelooflijke aantallen insecten, tot wel 20.000 per dag. Bij zonsondergang stijgen ze in grote groepen op en laten ze zich, terwijl ze slapen, op hoogtes van 1,5 tot zelfs 3 km, door de thermiek meevoeren. Gierzwaluwen horen in de lucht, geen enkele andere vogel is zo aangepast aan een vliegend leven. Eten, drinken, slapen en zelfs paren, alles doen ze in de vlucht.

 

Ze kunnen al vliegend enorme snelheden ontwikkelen en scheren soms met 120 tot 200 km per uur boven onze huizen. Dat maakt ze wel lastig om te fotograferen, want deze vogels zijn afgezien van hun witte kin, overwegend zwart. Op de meeste foto’s zie je dan ook weinig meer dan hun silhouet. De mooiste foto’s kun je tijdens zonsondergang maken, als de zon laag staat en het gele licht soms tegen de onderkant van hun vleugels reflecteert. Maar zelfs dan moet je veel geluk hebben, ze zijn meestal al voorbij voor je je camera omhoog hebt gebracht.

lees verder...

Jonge houtduiven en duivenmelk (Columba palumbus)

vrijdag, 21 juli 2017

houtduif (Columba palumbus) 6-2017 1581“Onze” houtduiven staan op het punt om uit te vliegen. Nadat het paartje twee witte eieren in hun gammele nest hadden gelegd, ging het snel. De jonge waren vlak na het uitkomen nog met een witgeel dons bedekt, maar als snel kwam hun verenkleed door en het laatste dons steekt daar nu nog als een paar kleine plukjes door naar buiten. Ze houden al wat vliegoefeningen en ik verwacht dat ze een deze dagen definitief het nest verlaten. Ze zijn, net als veel stadsdieren, absoluut niet bang. Het nest zit in de wisteria bij de buren en steekt precies boven hun schutting uit. Ze zijn erg geïnteresseerd in alles wat in onze tuin gebeurt. Regelmatig houden ze ons, naast elkaar met hun kopjes door het gat in de begroeiing, in de gaten.

houtduif eieren (Columba palumbus) 6-2017 1585jonge houtduif (Columba palumbus) 7-2017 2371

Jonge duiven worden met zogenaamde duivenmelk gevoed. Een dikke zuivelachtige voeding die door de ouders in hun krop wordt geproduceerd. Deze zogenaamde melk is erg vet en eiwitrijk, waardoor de jonge duiven een goede start krijgen. Beide ouders produceren deze melk en wisselen elkaar op het nest af. Duivenmelk voorziet de jonge duiven ook van mineralen, antistoffen en koolhydraten, feitelijk is ze het vogelequivalent van zoogdierenmelk. Een mooi voorbeeld van een vergelijkbare evolutionaire oplossing bij volstrekt verschillende diersoorten.

jonge houtduif (Columba palumbus) 7-2017 3142jonge houtduif (Columba palumbus) 7-2017 3132

Overigens geven niet alleen duiven melk, maar ook flamingo´s en mannelijke keizerspinguïns. Een duivenmelker  heeft niets te maken met het exploiteren van deze melk maar juist met het exploiteren van de duiven zelf, dus met het fokken en houden van duiven.

jonge houtduif (Columba palumbus) 7-2017 3211jonge houtduif (Columba palumbus) 7-2017 3236 

Lees ook: Nest bouwende houtduif (Columba palumbus).

lees verder...

De oxymoron zwarte zwaan (Cygnus atratus)

vrijdag, 21 juli 2017

zwarte zwaan (Cygnus atratus) 3-2017 7029Er was een tijd dat “zwarte zwaan” de oxymoron pur sang was. Een onmogelijke tegenstelling, zoals zwarte sneeuw of droog water. Een zwarte zwaan werd gebruikt als metafoor voor iets dat onmogelijk kon bestaan. Zo lang als mensen zich konden heugen, waren zwanen wit. Zelfs in de wildste bestiaria kwam men geen zwarte zwaan tegen, men geloofde nog eerder in eenhoorns, draken en meerminnen dan men zich kon voorstellen dat er zoiets onmogelijks als een zwarte zwaan kon bestaan. Tot zeevaarder Willem de Vlamingh in 1697 in West Australië aanlegde en daar in de buurt van het huidige Perth bij een rivier die nu bekend staat als Zwanenrivier, geconfronteerd werd met deze rara avis en het bewijs dat aannames nooit verstandig zijn. Willem was de eerste European die oog in oog stond met een zwarte zwaan. Sindsdien zijn zwarte zwanen populaire siervogels en kom je ze ook in Europa in het wild tegen. Toch blijft er iets van het raadsel, iets van de mystiek om deze vogel hangen, alsof we millennia van aannames niet zomaar opzij kunnen zetten.

 

zwarte zwaan (Cygnus atratus) 3-2017 7019Zwarte zwanen zijn net als hun witte soortgenoten planteneters. Bij witte zwanen vallen hun zwarte oogjes bijna weg in de zwarte band om hun snavel, bij zwarte zwanen zijn hun ogen echter felrood en vallen daardoor des te meer op. Onder hun zwarte dekveren hebben ze spierwitte handpennen en hun knalrode snavel heeft een witte punt. Hun hals is extreem lang en wordt in een sierlijke S-bocht gehouden. 

lees verder...

Klepperende ooievaar (Ciconia ciconia)

maandag, 17 juli 2017

ooievaar  (Ciconia ciconia) 7-2017 2381Vogels hebben geen stembanden, zij maken geluiden met hun syrinx, een spraakorgaan dat bestaat uit kraakbeen en spieren en zich bevindt aan het einde van de luchtpijp, waar deze zich splitst naar de longen. Met deze syrinx kunnen sommige vogels zelfs meerdere geluiden tegelijk produceren, iets wat voor een diersoort met stembanden onmogelijk is. Niet bij elke vogel is de syrinx echter zo ver ontwikkeld en sommige soorten, zoals de ooievaar, moeten het zelfs zonder doen. Zij kunnen dan ook niet zingen of roepen. Als jonkie wil een ooievaar nog wel eens een kort hees gesis voortbrengen, maar als volwassene zwijgt hij in alle talen. Ooievaars compenseren dit door met hun snavels te klepperen. Dit geklepper is dan ook een belangrijk onderdeel bij hun begroetingen en balts. Als ze elkaar begroeten, bijvoorbeeld als een partner terugkeert op het nest, leggen ze al klepperend hun kop over hun lijf achterover. Als een ooievaar zich echter bedreigd voelt zal hij met gebogen nek en zijn snavel naar voren klepperen. 

ooievaar  (Ciconia ciconia) 7-2017 2386ooievaar  (Ciconia ciconia) 7-2017 2385

lees verder...

Waarom vogels met lange poten vaak op één poot staan

maandag, 17 juli 2017

Omdat vogels met lange poten zoals ooievaars, reigers, lepelaars en flamingo’s, vaak in het water foerageren, staan ze regelmatig op één poot. Dit heeft meerdere voordelen, de eerste heeft te maken met warmteregulatie, water onttrekt nu eenmaal sneller warmte dan lucht. Door hun tweede poot binnen hun verenkleed te trekken, verliezen dergelijke vogels dus veel minder warmte. Tevens hoeft hun hart minder hard te werken als één poot tegen hun borst is gevouwen. De derde reden heeft te maken met de vaak drassige bodems waar ze in staan. Als ze daar met één poot in wegzakken kunnen ze zich er met de andere makkelijker uittillen. Als ze met twee poten langdurig op een drassige bodem zouden stilstaan, zouden beide poten kunnen verzinken, wat het lostrekken aanzienlijk zou bemoeilijken.

lees verder...

Zo maar dood

maandag, 17 juli 2017

merel (Turdus merula) 7-2017 2352Nadat merelouders stoppen met het bijvoeren van hun vluchtklare jongen, zie je de jonge merels vaak nog een poosje sip op de grond zitten mokken. Ze waren gewend dat hun ouders het voer letterlijk in hun bek stopten en als dat ineens ophoudt, moeten ze even wennen voor ze zelf op zoek gaan naar hun kostje. Ik keek dus ook niet op van een bijna volgroeide merel die bij mij in de tuin op het pad zat. Hij had nog wat pluisjes tussen zijn veren en zijn staart was nog niet helemaal volgroeid, het leek er dus veel op dat zijn ouders hem net aan zijn lot hadden overgelaten. Wat opviel is dat hij totaal niet bang was, je moest zelfs voorzichtig over hem heenstappen want hij verzette geen poot. Wat hij wel deed was schijten, heel veel, en allemaal op dezelfde plek als waar hij steevast bleef zitten. Ik had wat foto’s van hem gemaakt, want zo vaak blijft zo’n vogeltje niet stilzitten en nu ik kon eens een keer makkelijk dichtbij komen. Toen hij er tijdens de schemering echter nog steeds zat, zijn mijn zoon en ik samen nog even bij hem gaan kijken. Net toen we bij hem stonden, zette hij één wankele pas en viel op zijn zij. Hij krabbelde nog overeind maar viel daarna gelijk weer om. Zonder geluid of wilde bewegingen, trilde hij nog heel even zachtjes met zijn vleugels en lag toen stil. Zijn dood kwam zo stil en rustig dat het even duurde voor we doorhadden dat hij niet meer ging bewegen.

merel (Turdus merula) 7-2017 2307merel (Turdus merula) 7-2017 2331 

Lees ook: Jonge merels, Jonge merels (2) en Vliegoefeningen van een jonge merel.

lees verder...

Afrikaanse lepelaars (Platalea alba)

maandag, 10 juli 2017

Afrikaanse lepelaar (Platalea alba) 7-2017 2922Afgelopen week ben ik na lange tijd weer eens naar Safaripark de Beekse Bergen geweest. Het was lekker weer dus ik had voor de zekerheid mijn camera meegenomen. In plaats van olifanten, giraffes en gnoes heb ik echter vooral foto’s van jonge gansjes, waterhoentjes en de broedende ooievaars bij de entree gemaakt. In een van de grote volières hadden ze ook nog een paartje broedende Afrikaanse lepelaars. De twee jongen waren al aardig groot en vielen hun ouders continu lastig om voer. Hun snavel en poten waren nog blauwgrijs en hun verenkleed was nog niet helemaal volgroeid, de grote slagpennen zaten nog gedeeltelijk in hun hulzen. Gedurende het halve uurtje dat ik naar ze heb staan kijken, hebben de jonge lepelaars hun ouders werkelijk geen seconde rust gegund. 

Afrikaanse lepelaar (Platalea alba) 7-2017 2899Afrikaanse lepelaar (Platalea alba) 7-2017 2965

 

Afrikaans lepelaars onderscheiden zich van de Europese lepelaar (Platalea leucordia) door hun rode poten en de kale rode huid om hun snavel. Ze nestelen in bomen en de nesten worden uitsluitend door de vrouwtjes, met materiaal wat de mannetjes aanleveren, gemaakt. Ze leggen twee tot vijf eieren en broeden deze in een kleine maand uit.

 

Lees ook: Lepelaars in de bomen (Platalea leucordia).

lees verder...