Weblog

Bronstig edelhert (Cervus elaphus)

zondag, 8 oktober 2017

edelhert (Cervus elaphus) 9-2017 5479Op de Hoge Veluwe is de bronst nu weer ten einde, een paar weken geleden was hij in volle gang en zag je er bijna meer fotograven dan edelherten. Hoewel ik nog nooit een fotohut van de binnenkant heb gezien en ik me meestal verre van grote fotogroepen hou, ben ik dit jaar toch een keer naar de wildbaanweg afgereisd.

 

Op de Hoge Veluwe zijn een aantal wildobservatiepunten, waar men voer, zoals appeltjes, strooit. Dit zorgt ervoor dat het wild deze plaatsen regelmatig op hun routes aandoen en de vele bezoekers van het park een grotere kans hebben om op die plaatsen wild te zien. Fotografen, ook niet dom, zwermen vaak massaal naar deze plekken om hutje bij mutje naast elkaar, dezelfde foto’s te maken. Normaal hou ik daar niet van en trek ik er in mijn eentje op uit om te fotograferen. Maar ik wilde toch wel eens zien waar al dat spektakel nu om draaide en dus sloot ik me voor een namiddag en avond aan bij de lange rij geparkeerde auto’s aan de beroemde wildbaanweg.

 

edelhert (Cervus elaphus) 9-2017 4689edelhert (Cervus elaphus) 9-2017 4693Het was superdruk en op een onafzienbare rij statieven stond het halve lenzenpark van Nederland uitgestald, de ene nog langer en duurder dan de ander. Er werd gezellig gekeuveld en op dezelfde momenten ratelden alle camera’s in canon. En, het moet gezegd, er was veel te zien en te fotograferen, ik moet zelfs bekennen dat ik enkele van mijn beste foto’s van edelherten daar, samen met al die andere fotografen, heb gemaakt.

 

edelhert (Cervus elaphus) 9-2017 5518edelhert (Cervus elaphus) 9-2017 4622edelhert (Cervus elaphus) 9-2017 6256edelhert (Cervus elaphus) 9-2017 4732Wat ik vooral wilde zien was het gedrag tijdens de bronst. Burlende mannetjes had ik al eerder en op andere plaatsen gefotografeerd, maar een goed zicht op de onderlinge groepsdynamiek en de agressiviteit van de mannetjes had ik nog niet gehad. Tijdens de bronst staan de mannetjes zo stijf van de testosteron dat ze amper eten, en maar aan één ding denken, paren. Om zichzelf zo opvallend en imposant mogelijk te maken, burlen ze de hele boel bij elkaar, pissen ze zichzelf onder en versieren ze zich met modder of takken in hun gewei. Met een schuin oog houden ze potentiele rivalen in de gaten en rennen ze, trillend van spanning, achter de hindes aan. Likkebaardend, met hun tong uit de bek, proberen ze te achterhalen of het wijfje in oestrus is.

 

edelhert (Cervus elaphus) 9-2017 5278edelhert (Cervus elaphus) 9-2017 5138Nadat ik een uur lang dergelijk gedrag had gefotografeerd, zag ik aan de zijkant van het veld een groot mannetje tevoorschijn komen en maakte ik de foto waar ik voor was gekomen, die van een overweldigend mannetje dat letterlijk stijf  stond van de testosteron. Edelherten zijn de knuffeldieren van de Veluwe, we zijn daar zo gewend geraakt aan elkaars aanwezigheid, dat wij ze vaak niet meer zien als echte wilde dieren. En daarmee zijn ze een groot deel van hun kracht en mystiek verloren. Een edelhert is een machtig dier, statig, groot en sterk, met een geweldig gewei en er waren tijden dat ze ons terecht groot ontzag inboezemden.

 

lees verder...

Eicocons van de wespspin (Argiope bruennichi)

woensdag, 4 oktober 2017

wespspin (argiope bruennichi) 10-2017 3925Toen ik een paar weken geleden zonnende boomkikkers in het natuurgebied De Brand fotografeerde, kwam ik daar ook weer veel wespspinnen tegen. Deze populaties fluctueren nogal, want het jaar daarvoor zag ik op dezelfde locatie maar een paar exemplaren, terwijl ik er nu op elke vierkante meter wel een paar vond. Omdat ik al wat later in het seizoen kwam, hingen er ook al veel eiercocons, deze waren echter veel kleiner dan degene die ik de voorgaande jaren zag. Voorheen waren ze ongeveer zo groot als een golfbal of walnoot, terwijl de cocons dit jaar niet veel groter waren dan een ouderwetse stuiter of forse knikker. Wel kwam ik er heel veel tegen, soms wel drie tot vijf in dezelfde pol gras. 

 

wespspin (argiope bruennichi) 10-2017 3871wespspin (argiope bruennichi) 10-2017 3919Ik had ook het geluk een sprinkhaan in het web te zien landen. Wespspinnen maken speciaal hiervoor hun web laag bij de grond in een voetgrote opening tussen het gras. Op die manier vergroten ze de kans dat sprinkhanen in hun weg terecht komen.

 

wespspin (argiope bruennichi) 10-2017 3887)wespspin (argiope bruennichi) 10-2017 3916Binnen enkele seconden wikkelt de spin haar prooi, in een breed web van dunne draden, in. Ze gebruikt daarvoor een ander soort zijde dan voor haar wielweb, uit haar spintepels komt een band dunne draden die ze met haar poten vliegensvlug om haar prooi heen wikkelt.  Voor je het weet hangt de prooi volledig bewegingsloos in het web.

 

Lees ook: Wespspin (Archiope bruennichi) en Wespspin populatie in De Brand (Archiope bruennichi).

lees verder...

Een reuzensteatoda (Steatoda nobilis) in mijn tuin

woensdag, 4 oktober 2017

reuzensteatoda (Steatoda nobilis)  11-9 4014In Engeland ging men een tijdje helemaal over de rooie als deze spin bij hen werd gevonden. Hele scholen zijn er ontruimd en de kranten stonden er vol van. Helaas is deze reactie redelijk overtrokken. Ondanks dat er enkele verhalen zijn van mensen die na een beet van dit spinnetje in het ziekenhuis moesten worden opgenomen en waarbij in een extreem geval ledematen werden geamputeerd, is het effect van een beet voor de meeste mensen vergelijkbaar met die van een flinke wespensteek. Die extreme lichamelijke reacties waar de pers graag over schrijft, werden veelal veroorzaakt door een bij de beet opgelopen bacterie-infectie en niet door het gif van de spin. In sommige gevallen kan er echter wel degelijk sprake zijn van een verergerde reactie op zo’n beet en dan spreekt men van steatodisme, een intense pijn die vanuit de wond uitstraalt en die gepaard gaat met koorts, misselijkheid, hoofdpijn en een sterk gevoel van onbehagen. Deze effecten trekken echter in de meeste gevallen binnen een paar dagen weer weg. Het blijft dus verstandig om voorzichtig met dit zeldzame spinnetje om te gaan en er alert op te zijn waar ze zitten.

 

Steatoda nobilis wordt in Engeland vaak “noble false widow” of “false widow spider” genoemd. Tevens menen sommige mensen in de witte tekening op zijn rug (weliswaar met zeer veel fantasie) een schedel te herkennen, samen met zijn naam doet dat zijn image natuurlijk weinig goeds.

 

reuzensteatoda (Steatoda nobilis)  11-9 3999reuzensteatoda (Steatoda nobilis)  11-9 3987In Nederland is deze spin naar mijn beste weten (gelukkig?) nog uiterst zeldzaam. Omdat ze oorspronkelijk uit een warmer klimaat komen, zullen ze zich op deze breedtegraad dan ook meestal in of nabij menselijke bebouwing ophouden. Bij mij thuis, buiten in mijn tuin, in een hoekje tegen de schutting heeft zich echter een klein mannetje genesteld. Overdag verstopt hij zich in zijn schuilhoek in een muurspleet en ’s nachts hangt hij ondersteboven in zijn web. Dit web is een onregelmatig bouwsel van verbazend sterke draden en kijkt uit op het zuiden. Zodra er een prooi in vliegt, schiet hij razendsnel tevoorschijn. Op zijn bruine glanzende abdomen heeft hij een enigszins variabele witte tekening (de schedel), die in sommige gevallen tot enkele streepjes is gereduceerd. Langs de rand van het abdomen loopt, zoals bij alle steatoda spinnen, een opvallende crème-witte streep, en zijn poten en kopborststuk zijn roodbruin. Het mannetje is afgezien van zijn grootte makkelijk te herkennen aan zijn verdikte pedipalpen, bij een mannetje zijn deze gezwollen en fungeren ze als paringsorgaan. Met 7 tot 11 mm zijn de mannetjes net iets kleiner dan de wijfjes die maximaal 14 mm groot worden. Ik ben dan ook benieuwd of ik nog ergens een vrouwtje kan ontdekken. 

 

Lees ook: Steatoda grossa, Grote Steatoda (Steatoda grossa) (2), Koffieboonspin (Steatoda bipunctata) en Prachtkogelspin (Parasteatoda lunata).

lees verder...

Wat denk je zelf dat het is?

woensdag, 4 oktober 2017

Je hebt een artsen nodig, dat snap ik, maar waarom zijn gesprekken met hen altijd zo bizar? Je wordt binnengeroepen, de arts vraagt iets in de trend van: “wat kan ik voor je doen?”, je legt uit dat je ergens last van hebt en steevast krijg je dan dezelfde vraag: “wat denk je zelf dat het is?”. Het maakt niet uit wat voor arts je dit vraagt, hij wil altijd eerst weten wat jij er zelf van vindt. Bij mij wekt dat eerlijk gezegd maar weinig vertrouwen, ik geef dan ook steevast hetzelfde antwoord: “ik dacht dat het iets was, om mee naar de dokter te gaan!”. Meestal resulteert dit in een ongemakkelijke stilte waarbij de arts even snel met zijn ogen knippert.

lees verder...

Eurotofobie in de kunsten

maandag, 2 oktober 2017

genitalien beeldenIn het Uffizi, net als in de meeste kunstmusea, vind je ontelbaar veel afbeeldingen van volledig naakte mensen. Het naakt hoort nu eenmaal bij de kunst. Je ziet er op de beelden en schilderijen dus ook overal penissen, teelballen, zaadzakken en voorhuidjes. De meeste daarvan prominent in beeld, fier en trots. Maar je vindt er geen vrouwelijke geslachtsorganen. Geen clitoris of schaamlip is er te bekennen, zelfs geen schamel spleetje valt er te zien. Steevast ontneemt  een toevallig geplaatste hand of doek net het zicht, en waar dat niet het geval is zijn de afgebeelde dames zo glad en geslachtsloos als een barbiepop.

 

venus-lorenzo di credo (1490) 8-2017 4092Deze censuur zie je door de eeuwen heen en in vrijwel alle kunstvormen. Afgezien van bedoeld obscene afbeeldingen, vind je het vrouwelijke geslacht zelden in de openbare kunsten terug. Waarom en wanneer men het vrouwelijke geslacht als obsceen is gaan bestempelen is echter lastig te achterhalen. Het was hoogstwaarschijnlijk een geleidelijk proces dat gelijke tred hield met de opkomst van onze patriarchale samenleving. Terwijl het uitwendige mannelijke geslacht het toonbeeld werd van zijn viriliteit en macht, degradeerde men het vrouwelijke geslacht tot een noodzakelijk kwaad. Iets inwendigs en verborgens, dat weliswaar te maken had met voortplanting maar waarnaar men elke uitwendige, zichtbare verwijzing, vermeed. Deze eurotofobie, deze afkeer en angst voor vrouwelijke geslachtsorganen, heeft zich ongemerkt in de psyche van veel mensen genesteld en uit zich, onopgemerkt, al eeuwen lang in onze kunsten. Deze afkeer is zelfs zo geaccepteerd, dat als je de bezoekers in het Uffizi er op wijst dat er daar geen vrouwelijk geslachtsorgaan valt te bekennen, ze je aankijken alsof je pervers bent.

 

Lees ook: De genitaliën van Biago di Cesena, Lysol vaginale douches, Aura seminalis en De vrouw of de vagina.

lees verder...

De dolk van de apostel Petrus

maandag, 2 oktober 2017

pugnale di san pietro 8-2017 3888In de schatkamers van de Basilica San Marco in Venetië ligt, in een oude vitrine met vergeeld glas, een interessante dolk die wordt aangeduid als pugnale detto “san Pietro”, de Sint Petrus dolk. Op het kaartje staat echter ook dat deze dolk uit de 14e eeuw stamt. Als hij echt afkomstig zou zijn van de apostel Petrus, zou hij eigenlijk veel ouder moeten zijn. Toch geloofde men in 1620, toen deze dolk als reliek in de collectie van de kerk terecht kwam, wel degelijk dat hij oorspronkelijk aan Petrus toebehoorde en dus ook de beruchte dolk was waarmee Petrus, ten tijde van de arrestatie van Jezus, bij Malchus het rechteroor afsneed.

 

Ander onderzoek beweert echter dat Petrus hiervoor geen mes maar een zwaard gebruikte en dat dit zwaard momenteel in het Poznań Archdiocesan museum in Polen wordt bewaard. Dit zwaard zou door Josef van Arimathea naar Engeland zijn gebracht, waar het jarenlang in de Glastonbury Abbey zou zijn bewaard tot de abt het aan Sint Joris gaf. Uiteindelijk zou het in 968 in Poznań terecht zijn gekomen en werd het daar in 1699 aan apostel Petrus toegeschreven. Sinds 1845 geloofde men in Italië dan ook niet meer dat het mes in de San Marco oorspronkelijk van Petrus was en verplaatste men het mes van de heilige relieken naar de schatkamer. Hiermee verloor het mes voor de kathedraal en de kerk natuurlijk wel veel van zijn waarde. Beroemde relieken hielden de kerkgang op niveau en waren toen erg belangrijk voor een stad.

 

petrus van veronaEr waren echter nog andere heiligen met de naam Petrus, zoals Petrus van Verona, waar men dit mes aan kon toeschrijven. Deze 13e -eeuwse katholieke priester was één van de snelst gecanoniseerde heiligen uit de geschiedenis (binnen één jaar na zijn dood) en wordt traditioneel afgebeeld met een groot hakmes in zijn hoofd en een dolk in zijn borst. Er zijn dus mensen die graag geloven dat dit mooie mes aan hem toebehoorde, want op die manier bezit de kerk nog steeds een zeer waardevol reliek. Echter zou dit mes dan nog steeds ver na de dood van deze heilige (1206-1251) zijn gemaakt, wat op zich natuurlijk ook weer een mooi wonder zou kunnen zijn.

 

Vanwege de vorm van de dolk, de sculptuur in het lemmet met de gesegmenteerde zonneschijf en het oorspronkelijk met goud en zilver ingelegde ijzeren handvat, zijn veel specialisten het er over eens dat deze dolk ergens in de 15e eeuw in het Midden-Oosten, zoals in Perzië of Mongolisch India, is gemaakt. Dit mes heeft daarna zijn weg naar Europa gevonden en is hoogstwaarschijnlijk, zoals zoveel vervalste relieken, doorverkocht aan de kerk, welke het dankbaar opnam in de hoop meer gelovigen te kunnen trekken. Maar ondanks dat zelfs de kerk na al die eeuwen het vertrouwen in de authenticiteit van deze dolk een beetje is verloren, blijft het natuurlijk een machtig mooie dolk, en wie weet…

lees verder...

Zonnende boomkikkers (Hyla arborea)

zondag, 17 september 2017

boomkikker (Hyla arborea) 9-2017 3932In tegenstelling tot veel andere kikkers schuwen boomkikkers het daglicht niet, in tegendeel ze laden zich graag in het zonnetje op. Nu het buiten flink begint af te koelen en veel van de bramenbladeren herfstkleuren krijgen, proberen de boomkikkers in de Brand nog zoveel mogelijk zonnewarmte op te nemen. Met hun poten onder zich gevouwen, om zo’n klein mogelijk huidoppervlak aan de lucht bloot te stellen, proberen ze vochtverlies door verdamping zoveel mogelijk te beperken. Ze lijken dan veel op de in aluminiumfolie verpakte chocoladekikkers die we vroeger tijdens Sinterklaas kregen. Terwijl ze zonnebaden, doen ze een dutje en bewegen ze zich zo min mogelijk. Straks, als de temperatuur verder daalt en het zonlicht sterk afneemt, zoeken ze een veilig plekje voor hun winterslaap. Ze verstoppen zich dan onder een stronk of onder de strooisellaag en komen daar pas weer tijdens het begin van het voorjaar uit.

boomkikker (Hyla arborea) 9-2017 3928boomkikker (Hyla arborea) 9-2017 3893boomkikker (Hyla arborea) 9-2017 3898

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lees ook: Boomkikkers.

lees verder...

Pad in het zand (Bufo bufo)

zondag, 17 september 2017

gewone pad (bufo bufo) 9-2017 3745Vlak na zonsondergang was ik naar de Loonse en Drunense duinen gegaan om spinnen te fotograferen. Terwijl het langzaam lichter werd en de zon net over de horizon kwam, zag ik een kleine pad een duinpan oversteken. Padden bewegen zich nooit echt snel, maar deze jongen had er duidelijk moeite mee. Het had de hele nacht ervoor keihard geregend en het doorweekte stuifzand leek nu net Brinta. Het kleefde aan zijn poten en plakte aan zijn buik. Maar met een onvermoeibare volharding ploegde hij zich een pad door het zand.

gewone pad (bufo bufo) 9-2017 3738

lees verder...

Irisatie bij een zwarte ooievaar (Ciconia nigra)

zondag, 17 september 2017

zwarte ooievaar (Ciconia nigra) 7-2017 2989Veren van vogels hebben vaak de meest uitzinnige kleuren en hoewel deze veelal door pigmenten in de veren zelf worden veroorzaakt, zijn er ook veel vogels met iriserende (of iridiserende) veren. Deze veren, zoals o.a. bij eksters, woerden en pauwen, veranderen van kleur afhankelijk van welke kant je ze bekijkt en glanzen met alle kleuren van de regenboog. Die iriserende kleuren worden in dat geval niet veroorzaakt door pigmenten, maar door meervoudige reflecties op de structuur van de veren. Omdat deze veren vaak meerdere gedeeltelijk transparante structuren met verschillende diktes hebben, reflecteren ze het licht van beide kanten van deze doorzichtige oppervlakken. Afhankelijk van de hoek waaronder je kijkt, kunnen de golflengtes van deze gereflecteerde kleuren elkaar versterken of verzwakken. Hierdoor veranderen de waargenomen kleuren van de veren continue. In 1665 toonde Robert Hooke met een simpel experiment aan dat de iriserende kleuren van een pauwenveer niet door pigmenten werden veroorzaakt. Door de veer onderwater te houden, verdween de irisatie, wat natuurlijk niet zou gebeuren als de kleuren door pigmenten werden veroorzaakt.

 

Zwarte ooievaars zijn wat kleiner en schuwer dan hun witte neven. Oorspronkelijk broedden ze ook in Nederland, helaas zijn ze sinds de 19e eeuw, toen bij ons veel natte overbossen verdwenen, vertrokken en zijn er sindsdien geen broedparen meer gesignaleerd. Wij bevinden ons nu net buiten de Noordwestelijke rand van hun broedgebied, maar tijdens de doortrek worden er in Nederland nog regelmatig zwarte ooievaars gesignaleerd. Deze zwarte ooievaar is bij de Beekse Bergen gefotografeerd.

 

Lees ook: Klepperende ooievaar (Ciconia ciconia) en De oxymoron zwarte zwaan (Cygnus atratus).

 

lees verder...

De transformatie van een dagpauwoog (Aglais io)

zaterdag, 9 september 2017

dagpauwoog (Aglais io) 8-2017 3438Dagpauwogen behoren tot de schoenlappers. De onderkanten van de vleugels van deze vlinders zijn, op een paar vlekjes na, overwegend bruinzwart van kleur en staan in fel contrast met de fraaie kleuren van de bovenkant van de vleugels. Ze danken hun naam aan het feit dat opgelapte schoenen er vroeger ook zo donker gevlekt uitzagen. Men plakte op oude schoenen namelijk kleine stukjes leer op de doorgesleten gaten. Maar omdat het lastig was om leer van dezelfde kleur te vinden, zagen deze schoenen er duidelijk “opgelapt” uit.

 

rups dagpauwoog (Aglais io) 8-2017 3362Zoals de rupsen van de meeste schoenlappers leven die van dagpauwogen ook op brandnetels. Eerst gezellig bij elkaar maar later, na hun laatste vervelling als rups, verspreiden ze zich en vlak voor ze verpoppen, zoeken ze een takje of een steen op om zich aan te bevestigen. Deze rups had zich in onze tuin aan zo’n takje vastgemaakt. Hieraan maakte hij een klein spinselkussentje waar hij zich met zijn naschuivers aan vastzette en er ondersteboven aan ging hangen. Na zo een kleine twee dagen onbeweeglijk te hebben gehangen, barstte hij uit zijn vel en kwam de pop tevoorschijn. De huid van deze pop groeit onder de huid van de rups en als de rups uit zijn oude rupsenhuidje is gebarsten, stroopt hij dat met draaiende en golvende bewegingen van zich af. Het laatste stukje is het moeilijkst, want dan moet hij zich vanuit zijn rupsenhuidje met de haakjes aan het uiteinde van de poppenhuid aan het spinselkussentje vasthaken. Als dit niet lukt, valt hij op de grond en is hij verloren, meestal gaat het gelukkig goed.

 

pop dagpauwoog (Aglais io) 8-2017 3381-pop dagpauwoog (Aglais io) 8-2017 3401De nieuwe huid van de pop is eerst nog zacht en doorschijnend en de pop ziet er dan nog glanzend groen uit. Als snel verhardt deze huid en kleurt donkerder met kleine zwarte vlekjes en lijntjes. De pop heeft twee hoorntjes, waar zijn tongtasters zich vormen en een aantal felgekleurde stekels op zijn buikzijde. In de lijnen op de pop kun je al de onderdelen van het vlinderlichaam onderscheiden, zoals de achterlijfssegmenten, de vleugels, de antennes, de ogen en de uitgerolde tong. In deze poppenhuid zit een voor geprepareerde breuklijn, waar de vlinder de poppenhuid uiteindelijk laat barsten. Nadat de rups is verpopt, verteert hij zijn eigen lichaam, enzymen breken het rupsenlijfje af, tot er een organische soep met wat ronddrijvende onderdelen van overblijft. De darm, een gedeelte van het zenuw- en ademsysteem en clusters imaginale cellen blijven intact. Deze imaginale (of imaginaire) cellen bevonden zich al in het lichaam van de rups en groeien binnen de pop uit tot alle onderdelen die de vlinder nodig heeft. Ze gebruiken de proteïnerijke soep in de pop om zich razendsnel te vermenigvuldigen en vormen o.a. de antennes, vleugels, ogen en genitaliën en transformeren hierdoor de rups in een vlinder. Hoewel het leven en de vorm van de rups niets heeft te maken van zijn leven als vlinder, blijft er wonderwel toch iets van bewaard. Gedeeltes van het zenuwstelsel blijven namelijk wel intact, wat er hoogstwaarschijnlijk voor zorgt dat sommige dingen die een rups had geleerd, ondanks dat deze tot op celniveau werd afgebroken, toch door de vlinder worden onthouden. 

 

pophuid dagpauwoog (Aglais io) 8-2017 3460Na een kleine twee weken wordt de huid van de pop dunner en transparant en kun je de kleuren en tekening van de vlindervleugels eronder er doorheen zien schijnen. Op een gegeven moment, meestal vroeg in de ochtend, neemt de vlinder een diepe ademteug en barst de naad in de pop open. Binnen slechts enkele minuten worstelt de nieuwe vlinder zich dan uit zijn oude poppenhuid en hangt zich daaronder te drogen. Door bloed in de aderen van zijn vleugels te pompen, blaast hij ze op tot hun volle glorie. Daarna laat hij ze nog even goed drogen en vliegt hij zijn nieuwe leven tegemoet.

 

Deze hele metamorfose is een zeer energievretend proces en gedurende de transformatie van rups tot vlinder, verliest het diertje bijna de helft van zijn gewicht. Gedurende de tijd dat hij in de pop zit kan hij niet poepen en net als een pasgeboren baby is dat één van de eerste dingen die hij doet als hij tevoorschijn komt. Onder een net uitgekomen pop vind je vaak een klein roodbruin plasje, het meconium, waarin alle afvalstoffen van de transformatie in een plasje water zijn opgelost. Als je de vlinder nu zou wegen heeft hij nog maar de helft van het gewicht dat hij had als rups.

 

Hoewel ik de rups en de pop ondersteboven hangend aan het takje heb gefotografeerd, heb ik helaas zowel het afstropen van zijn rupsenhuidje als het daadwerkelijke uitbreken uit de cocon op een paar minuten na gemist. Toen ik op een ochtend net na zonsopgang ging kijken of hij al was ontpopt, hing de nieuwe vlinder al volledig uitgevouwen onder de pop.

 

Lees ook: Vlinderpoppen, Koninginnepage (Papilio machaon), (2), (3) en Gammauil (Autographa gamma).

 

lees verder...